Als je iemand vraagt of hij of zij gelukkig is, krijg je zelden een simpel ja of nee als antwoord. Meestal moeten mensen even nadenken. Want wat is gelukkig zijn ? Zijn het de momenten waarop je met elke vezel van je lijf juicht en je het gevoel hebt dat de wereld aan je voeten ligt ? Of is het dat intevreden gevoel wanneer je op een winterochtend in pyjama voor het keukenraam staat en gefascineerd blijft kijken naar de flarden rood, blauw en goud in de ochtendlucht ?

Er wordt in deze tijd heel erg gejaagd op geluk. Ook al wordt het niet altijd bij naam genoemd. Het is het ultieme doel van de man die voor de derde keer sinds zijn echtscheiding via een contactadvertentie een vrouw probeert te vinden. De jongen van 25 die in Goedele vertelt dat hij met 25 meisjes naar bed is geweest en zegt dat hij dat doet omdat hij tederheid mist, jaagt rusteloos op blijvend geluk. De vrouw die na haar brugpensionering de wereld afreist, zoekend naar een andere manier van leven, wil hetzelfde. Net als de manager die op zijn zestigste fanatiek zijn lijf blijft afbeulen, op zoek naar de ultieme fysieke kick.

Bij het lezen van de artikels voor dit eindejaarsnummer dat precies over geluk gaat, heeft mij een aantal dingen getroffen. De 79-jarige Rosa Saenen die zegt dat je niet het onmogelijke moet willen, want dat net dat je ongelukkig maakt. Zij is geen filosofe zoals Jenny Walry en toch zeggen ze allebei in essentie hetzelfde. ?Je moet de behoefte om gelukkig te worden vergeten om gelukkig te kunnen zijn?, citeert Jenny Walry haar overleden levensgezel Leo Apostel. En een dokter vergelijkt mensen die de capaciteit hebben om gelukkig te zijn, met de drenkeling die zich niet laat afmatten door het vechten tegen het water en zich niet door angst lam laat slaan, maar die zich gewillig laat drijven en op die manier uiteindelijk de scheepsramp overleeft.

Loslaten. Niet met alle macht het leven willen vasthouden zoals het hier en nu is. Niet vertrekken met vooropgezette beelden. Niet denken dat er ideale formules bestaan om gelukkig te worden. Geluk is ook niet twee keer per dag je buik vol eten of nooit alleen naar bed moeten gaan. Dat zei Plato al. Dat je het niet kunt kopen, is ook een van die eeuwenoude gemeenplaatsen. Het zit inderdaad in een klein hoekje.

?Een koppel met een goede verstandhouding, dat is het ideaal?, zegt Carmen Morales Ortiz. Maar zelf heeft ze dat ideaal niet meer in huis. Dit jaar zijn haar moeder en haar zus kort na elkaar gestorven. En toch zegt ze dat ze gelukkig is. Een paar vissen in een aquarium en het plezier dat haar kinderen daarin scheppen, maken haar gelukkig.

We worden overstelpt met ideaalbeelden. Ze werken me op de zenuwen, al die perfecte reclamespot-gezinnetjes in volmaakte huizen waarvan het geluk nog versterkt wordt door Douwe Egberts-koffie of Mon Chéri-bonbons. De echte mensen die op deze pagina's aan het woord komen, hebben niets vandoen met dat valse Douwe Egberts-gevoel. Hun geluk is soms rauw, moeilijk bevochten, bij toeval gevonden, klein maar echt. Geen technicolor-gevoelens, geen sterallures maar twijfels.

?Hoe ouder ik word, hoe minder pieken van geluk er zijn, maar hoe gelukkiger mijn leven wordt?, zegt de 62-jarige Jenny Walry. Zou je dan toch meer vinden omdat je minder zoekt ?

Tessa Vermeiren