In Le Nouvel Observateur verscheen op de economische pagina's onlangs een artikel over de vrouwen die op managementsniveau de tweede viool spelen in Frankrijks tweehonderd grootste bedrijven. Van al hun gedelegeerde bestuurders is er niet één vrouw. In dit land staan de zaken er niet veel beter voor. Dat blijkt weer elk jaar als bij de voorverkiezing van de manager van het jaar een excuustruus wordt opgevoerd, die geen schijn van kans heeft om het podium te halen. Wel blijken al die heren bedrijfsleiders een dame in hun nabije professionele omgeving te hebben. Nee, niet een secretaresse. Wel een directeur communicatie, een human resources manager of een ...

In Le Nouvel Observateur verscheen op de economische pagina's onlangs een artikel over de vrouwen die op managementsniveau de tweede viool spelen in Frankrijks tweehonderd grootste bedrijven. Van al hun gedelegeerde bestuurders is er niet één vrouw. In dit land staan de zaken er niet veel beter voor. Dat blijkt weer elk jaar als bij de voorverkiezing van de manager van het jaar een excuustruus wordt opgevoerd, die geen schijn van kans heeft om het podium te halen. Wel blijken al die heren bedrijfsleiders een dame in hun nabije professionele omgeving te hebben. Nee, niet een secretaresse. Wel een directeur communicatie, een human resources manager of een divisiedirecteur. Iemand die bijna op hetzelfde niveau staat maar toch niet, zoals bij mannen meer te vrezen valt, de patron naar de kroon wil steken. Vrouwen blijken door grote bazen omwille van die redenen als betrouwbaarder en minder bedreigend te worden ervaren. Veel van hen gaven in gesprekken toe als een soort ?vertrouwelinge? te fungeren, degene ook aan wie de baas zijn zwakke kantjes kan tonen zonder dat hij bang moet zijn dat ze geëxploiteerd worden. La femme du patron, zoals ze in de Nouvel Obs ironisch genoemd wordt, moet dat soort vertrouwelijkheid kunnen hanteren zonder er zelf misbruik van te maken. Hoewel dat laatste natuurlijk ook moet voorkomen, het zijn niet allemaal heilige maagden. Soms ook wordt ze belast met de vervelende klussen, zoals het ontslaan van niet langer gewenste medewerkers. Ze moet er in netelige situaties voor zorgen dat de baas zijn gezicht niet verliest en is ook dikwijls de bliksemafleider voor agressie die op hem gericht is. Ze fungeert eveneens als het bevoorrechte communicatiekanaal van onder naar boven en als bemiddelares. Ze wordt vaak beloond met trouw en volgt haar ?man? van het ene bedrijf naar het andere, of wordt bedacht met mandaten in verwante bedrijven. Eigenlijk is zo'n vrouw in de directie een soort bedrijfsechtgenote, op wie gerekend wordt omwille van haar ?vrouwelijke intuïtie?, haar verzorgende kwaliteiten en haar loyauteit. In het eigen bedrijf en in de buitenwereld wordt het ?werkkoppel? er vaak van verdacht een privé-relatie met elkaar te hebben. Wat zelden het geval is. Maar het is voor beiden een delicate zaak en in hun omgeving vaak aanleiding tot speculatie en roddels. Ongeveer tegelijkertijd met dit artikel in Le Nouvel Observateur verscheen in De Standaard een opiniestuk dat vurig pleitte voor de vrouwelijke waarden als maatschappelijk medicijn. Vrouwelijkheid werd in die discussie gelijkgesteld met invoelend, geweldloos, mensgericht, kindgericht, zorgzaam. Mannen werden omwille van hun geweldhormoon testosteron, dat hen verhindert de bevrediging van hun behoeften uit te stellen, als de oorlogsstokers, de egoïsten opgevoerd. Bedrijfsleiders weten dat maatschappelijk medicijn blijkbaar heel goed aan te wenden in hun eigen voordeel. ?In sommige directievergaderingen verhindert mijn aanwezigheid dat er bloed van de tafel druipt?, zei de vrouwelijke human resources manager van een groot communicatiebedrijf in Le Nouvel Observateur. Hoe zou het zijn als een vrouw een gigant van een bedrijf leidt, vroeg ik me af. Zou er een man van kaliber bereid gevonden worden om zijn leven lang naast haar de tweede viool te spelen ? Moet zij op haar beurt steunen op een vrouw ? Of is zij eenzamer dan welke man ook aan de top ? Tessa Vermeiren