Met Allerheiligen liep ik over het kerkhof van mijn geboortedorp. Tweeduizend mensen, weggedoken in een groene bocht van de Schelde. Het lijkt of de grote golven van het schokkende wereldgebeuren het nooit beroerd hebben. Het is traditie om even de laatste rij graven langs te gaan, kijken wie er het jongste jaar gestorven is. En daar zag ik het graf van Jacqueline. Als kind kende ik haar als de stoere vrouw die zelfstandig haar ambulante vishandel dreef. Op een dag zat Jacqueline niet langer alleen in haar vrachtwagen, maar deelde ze haar zaak en haar leven met een mooie vriendin. Dat veroorzaakte enkele rimpels in de conversaties bij...

Met Allerheiligen liep ik over het kerkhof van mijn geboortedorp. Tweeduizend mensen, weggedoken in een groene bocht van de Schelde. Het lijkt of de grote golven van het schokkende wereldgebeuren het nooit beroerd hebben. Het is traditie om even de laatste rij graven langs te gaan, kijken wie er het jongste jaar gestorven is. En daar zag ik het graf van Jacqueline. Als kind kende ik haar als de stoere vrouw die zelfstandig haar ambulante vishandel dreef. Op een dag zat Jacqueline niet langer alleen in haar vrachtwagen, maar deelde ze haar zaak en haar leven met een mooie vriendin. Dat veroorzaakte enkele rimpels in de conversaties bij de bakker en de kruidenier, maar Jacqueline ging haar eigen gang. Wat mij zo trof, is dat de naam van haar vriendin op de grafsteen staat, onder die van Jacqueline. Zoals de meeste koppels kozen ze ervoor om ook hun laatste rustplaats te delen, net als het leven dat eraan voorafging. Waarover nu al maanden op congressen en in commissies wordt gediscussieerd door moraalridders van divers pluimage, blijkt zelfs in een van de kleinste dorpen van Vlaanderen de evidentie zelf te zijn geworden. Zonder ophef. Het voor politiek Vlaanderen zo gevoelig liggende samenlevingscontract zou voor mensen als Jacqueline de ontbrekende schakel in de lijn van hun leven zijn. Waarom moest trouwens dat wetsontwerp over het samenlevingscontract worden teruggeschroefd tot homoseksuele paren ? Rondom mij zie ik steeds meer jonge koppels met kleine kinderen die niet trouwen. Ze wensen zich niet te onderwerpen aan een burgerlijke of kerkelijke ceremonie, omdat ze zich niet kunnen vinden in het traditionele levenspatroon dat daarmee al dan niet symbolisch verbonden is. Ik meen meer oprechtheid en meer eerlijke liefde te vinden in deze non-conformistische generatie dan in de mijne, waar de huwelijken in een kettingreactie uit elkaar gespat zijn. Denken de politici echt dat ze hen, door hun de mogelijke juridische regeling van een samenlevingscontract te onthouden, in groten getale op de brede baan naar het traditionele huwelijk kunnen manoeuvreren ? Want dat lijkt toch de achterliggende bedoeling. Alsof de algemene restauratie van de huwelijksceremonie de maatschappij zou kunnen behoeden voor alle kwaad. Dat soort bezweringsformules heeft nooit volstaan om koppels samen te houden. De economische afhankelijkheid van vrouwen is een meer aanvaardbare verklaring voor de onverbreekbaarheid van huwelijken in het verleden. Maar dat feit wordt al te graag verdoezeld onder een donsdeken van valse romantiek. Het blijft een merkwaardig manoeuvre : de ene groep onthoudt men het samenlevingscontract om de losbandigheid (letterlijk) te bestrijden, en bij de andere probeert men de trouwe paarvorming te bevorderen door ze het samenlevingscontract aan te bieden. Het aanvankelijk zo nobele opzet lijkt gedegradeerd te worden tot een nep-huwelijk voor homo's en lesbiennes. Waarom handelen politici zo vaak alsof ze niet geloven dat mensen zelf weten wat goed voor ze is ? Is een politiek mandaat een vrijgeleide voor betweterij ? Wat in de kleinste dorpen van Vlaanderen zonder veel lawaai zijn weg vindt, struikelt al te vaak over de traploper in de Wetstraat. Tessa Vermeiren