Toen ik zeventien was ik ben er nu 36 stonden A Whole Lotta Rosie van AC/DC en God Save The Queen van The Sex Pistols in de hitparade. Tegelijkertijd. Loeiharde rock en niets ontziende punk. Ik vond de twee nummers even mooi. Dat opportunisme en gebrek aan een welomschreven mening schijnt mijn generatie te tekenen. Als oudste laag van Generation X of de anonieme generatie vind ik alles en nog wat goed, kan overal inkomen, en wanneer mijn mening wordt gevraagd, antwoord ik met : dat hangt ervan af. Zoals trendonderzoeker Max Dekker (geïnterviewd voor het dossier Trash, pag. 164) het omschreef : ?De zestigers hadden nog principiële bezwaren tegen he...

Toen ik zeventien was ik ben er nu 36 stonden A Whole Lotta Rosie van AC/DC en God Save The Queen van The Sex Pistols in de hitparade. Tegelijkertijd. Loeiharde rock en niets ontziende punk. Ik vond de twee nummers even mooi. Dat opportunisme en gebrek aan een welomschreven mening schijnt mijn generatie te tekenen. Als oudste laag van Generation X of de anonieme generatie vind ik alles en nog wat goed, kan overal inkomen, en wanneer mijn mening wordt gevraagd, antwoord ik met : dat hangt ervan af. Zoals trendonderzoeker Max Dekker (geïnterviewd voor het dossier Trash, pag. 164) het omschreef : ?De zestigers hadden nog principiële bezwaren tegen het dragen van een das. Generatie X verandert van garderobe alsof het niets is. Flexibiliteit is een van haar belangrijkste kwaliteiten.? Douglas Coupland, schepper van de term, heeft zijn creatie ondertussen ontkend en afgezworen, maar ons achtergelaten met de raadgeving : ?Blijf ongrijpbaar, laat je niet vangen onder een label. Als men je kan plaatsen en klasseren, kan men je exploiteren en gebruiken.? Want dat is generatie X's grootste verdienste : door onze vele gezichten blijken wij immuun voor marketingconcepten. Zonder de minste problemen zijn wij vegetariër, Vlaams-Blokstemmer en bewust ongetrouwde moeder. Ik ben niets van dat alles, maar dat is dan ook net het punt. Persoonlijk voel ik de positie van mijn generatie aan als een spons tussen twee harde lagen. Het groene gedeelte van de dubbele pannenschrobber. Een comfortabele positie. Een ongemakkelijke ook. En zeker een miskende. Zoals onze jeugdjaren zeventig. De rehabilitatie van de seventies geklemd tussen de flower power sixties en de design jaren tachtig, de laag piepschuim tussen satijn en marmer is pas begonnen. Wij maakten als laatsten de generatiekloof mee, want in de jaren tachtig bleek die plots niet meer te bestaan. De eighties waren aan de Michael J. Foxes in de tv-serie Familie Ties : de superconformistische tiener met pak en das, die niet kon wachten om op Wall Street te werken. De seventies waren aan The Partridge Family : het gezin dat gezellig muziek maakte maar een spoor van vernieling achterliet. De archetypische disfunctionele familie, maar dan vermomd. Het zal ongetwijfeld betekenisvol zijn dat de familie-met-problemen in naakte vorm The Adams Family haar opkomst maakte in de jaren zestig en aan een comeback toe was in de jaren negentig. Maar terug naar de Patrijzen. Keith Partridge (David Cassidy) slaagde er niet in om het etiket tieneridool te ontvluchten. De ideale zus Laurie (Susan Dey) vond na echtscheidingen en verslavingen een tweede leven als de advocate Grace in L.A. Law. Jongere broer Danny (Donny Bonaduce) doet het talkshowcircuit als has-been : ex-kleptomaan, ex-junkie en algemene mislukkeling. Slachtoffers van de seventies. Maar ook survivors die zichzelf zonder problemen omscholen en uitlenen voor functies allerhande. De generatiekloof is er terug. The gap. De ruimte tussen trein en perron. Terwijl ik als dertiger nog mijn best doe om politiek correct, ruimdenkend en begrijpend over te komen, zit ik gesandwicht tussen militante veertigers en ambitieuze twintigers. Gevangen in de eighties beeldcultuur en het vermoeide lifestyle-concept, vreemd aankijkend tegen de verheerlijking van trailer park trash of de esthetiek van de families Flodder en Backeljauw. Tussen een verlangen naar Vogue-glamour en een fascinatie voor Dazed & Confused-realisme. Ik begrijp beide en voel aan dat uit de mix van de twee iets moois kan groeien. Typisch zeventig is dat, the best of both worlds willen. Visueel biedt deze modespecial een veelheid van signalen die niet allemaal volgens het jaren tachtig identificatiemechanisme functioneren. Tekstueel biedt hij diverse meningen maar geen eenduidig standpunt. Wat ik daarvan vind ? Dat hangt ervan af. Lene Kemps