H De overzichtstentoonstelling 'Claire Bataille & Paul ibens' loopt van 29 maart tot 9 juni in het Designmuseum, Jan Breydelstraat 5, 9000 Gent. 09-267 99 99. Tegelijkertijd verschijnt het boek 'Bataille & ibens. Projecten en objecten. 1968-2003', met tekst van Koen Van Synghel, Marc Dubois, Jan Thomaes en Christian Kieckens, foto's van Jean-Luc Laloux, uitgegeven bij Ludion. Prijs 49,50 euro.
...

H De overzichtstentoonstelling 'Claire Bataille & Paul ibens' loopt van 29 maart tot 9 juni in het Designmuseum, Jan Breydelstraat 5, 9000 Gent. 09-267 99 99. Tegelijkertijd verschijnt het boek 'Bataille & ibens. Projecten en objecten. 1968-2003', met tekst van Koen Van Synghel, Marc Dubois, Jan Thomaes en Christian Kieckens, foto's van Jean-Luc Laloux, uitgegeven bij Ludion. Prijs 49,50 euro.Hoewel tientallen boeken gewijd worden aan interieurs zijn onze interieurarchitecten zelf maar zelden het onderwerp van een boek, laat staan van een tentoonstelling. Maar Claire Bataille en Paul Ibens vormen - op zijn zachtst gezegd - een apart duo. Ruim veertig jaar geleden studeerden ze samen af aan de Antwerpse Architectuurschool, het huidige Henry Van de Velde Instituut. Aanvankelijk gingen ze elk hun weg, om elkaar zes jaar later weer te vinden in een nauwe samenwerking : het studiebureau Claire Bataille & Paul ibens was geboren. Sindsdien vormen ze (professioneel) een tweespan. Hun werk is uitgebreid en gevarieerd : menig boetiek, kantoor en woning werd door hen vormgegeven. En als vanzelf creëerden ze daarnaast ook verlichting, meubelen en objecten. In veertig jaar tijd hebben ze haast ongemerkt een stempel gedrukt op de interieurarchitectuur bij ons, via hun werk, maar ook omdat ze allebei een tijdlang les hebben gegeven. De rode draad door hun oeuvre is een soort van tijdloze harmonie. Strak, maar niet uitgesproken koel, hedendaags zonder supertrendy te zijn, sfeervol zonder zich te verliezen in decoratie. Sober en bescheiden. Misschien een vreemd woord in deze context, maar geen enkel van hun interieurs is opdringerig. Diezelfde bescheidenheid siert het duo zelf. Terwijl de zon de kamer in een onwinterse warmte hult, slalomt het gesprek van het ene naar het andere onderwerp en wordt om de paar zinnen onderbroken door een lach. Ze praten ook als twee mensen die elkaar door en door kennen : de een begint en ontvouwt een gedachte, de ander rondt die af. Veertig jaar ? "Wat een idee om zo hard te werken !" reageert Claire Bataille gevat. Ze zegt het op een toon die het tegendeel doet vermoeden. Claire : "We zijn het beroep nog lang niet moe, au contraire. Het blijft boeiend om ruimten te dromen en te ontwerpen. En wij mogen ze nog realiseren ook. Bovendien kom je in contact met de complete waaier van de bevolking. Van gewone mensen tot de hele rijke, tot de werkmannen op de werf. Dat maakt het zo interessant." "Een van de mooiste ervaringen heb je wanneer je voelt dat de mensen die het uitvoeren meegaan in het ontwerp", neemt Paul Ibens over. "Ze raken geïnteresseerd in onze vormgeving, worden mee enthousiast."Ze delen het bureau, sterker nog : ze delen het witte blad papier waarop ze samen ontwerpen. Dat blad in het midden, daar krijgen hun ideeën vorm en vaak weten ze zelf niet eens meer wie welk idee naar voren bracht. Paul : "Het gebeurt dat we mekaar verstaan zonder woorden. Of dat we terzelfder tijd op hetzelfde idee komen. Mensen zijn daarover vaak heel verwonderd.""Een klassieke vraag is of Paul de bouw doet en ik de gordijntjes", lacht Claire. Paul : "Waarop ik natuurlijk 'ja' antwoord, maar in feite doen we allebei precies hetzelfde." Ze gaan er losjes overheen. Die manier van werken past bij hen. Is het een voordeel om zo intens samen te werken ? "Ik denk dat je sneller werkt met zijn tweeën. Je maakt een ontwerp en je krijgt bijna onmiddellijk respons : wat is goed, wat minder. Je evalueert het meteen. Als je alleen werkt, moet je soms je ontwerp even opzij leggen, het laten rusten om het twee dagen later met andere ogen te bekijken. Wij slaan we die stap over. We hebben natuurlijk het voordeel dat we samen gestudeerd hebben en op dezelfde manier denken. Met iemand anders zou dat misschien ook niet werken", merkt Claire op. De laatste vier decennia is er veel veranderd : interieurarchitectuur was in de jaren zestig lang niet zo ingeburgerd als vandaag. Vooral het begin was moeilijk, herinneren zij zich. Claire : "Je moet zo lang wachten voor je iets mag doen wat een beetje interessant is. Zeker toen duurde dat jaren. Als je alleen al ziet wat er vandaag aan magazines over wonen, design en architectuur in de rekken ligt ! Toen wij begonnen in de jaren zestig, bestond er niets in België. Maar ook dat is boeiend, dat je er een beetje moet voor vechten." Paul : "Het begin was moeilijk omdat men ons werk nog niet kende. Toen kostte het veel moeite om mensen ervan te overtuigen om dit wel en dat niet te doen."In feite doen ze nog altijd hetzelfde als dertig jaar geleden, vinden ze zelf. Het grondidee is al die jaren gebleven. Claire : "Een van onze eerste interieurs was een klein klooster, met veel beton, witte ruimten en witte plastic stoelen van Joe Colombo. Ruimten bepalen, daar zijn wij nog altijd mee bezig. Materialen evolueren, de architectuur is anders, maar altijd zullen we trachten perspectieven te creëren." Vanuit hun opleiding hebben ze een stevige architecturale basis meegekregen. Die belangstelling voor architectuur en constructie speelt een belangrijke rol in hun werk. "Structuur en architectuur bepalen de ruimte", zegt Paul. "Die vormen altijd het vertrekpunt voor een interessant interieur. Het ideale is natuurlijk als we vanaf het begin met de architect kunnen samenwerken. Dan kun je samen één concept ontwikkelen." Claire : "Ik denk trouwens dat interieurarchitectuur de voortzetting is van de architectuur. Binnen moet kloppen met buiten, dan pas is de architectuur echt geslaagd."Een appartement in het Knokke-Zoute ; privé-woningen in Zwitserland, de Filipijnen en New Mexico ; de boetieks van Tiffanys in Mechelen, Sint-Niklaas en Aalst ; de vroegere Verso, de huidige Princess en Anvers in Antwerpen ; bureaus en vergaderzalen voor PhilipMorris in Brussel ; een dokterspraktijk in Antwerpen ; het bedrijf Van Hoecke in Sint-Niklaas, de galerie Hufkens in Brussel. Vaak mooie opdrachten die het bureau - dat momenteel vijf medewerkers telt - een stevige reputatie bezorgde. Paul : "We hebben ons nooit gespecialiseerd in een bepaalde richting. Dat heeft het voordeel dat je het niet zo rap moe wordt. Alleen al maar omdat de programma's zo uiteenlopend zijn. Op een kantoor moet worden gewerkt. De evolutie naar landschapskantoren is onmiskenbaar. Nu spreekt men meer van werkeenheden waar mensen een tijdje aanwezig zijn, weggaan en weer terugkomen. Boetieks zijn een andere wereld, daar moet je commercieel meedenken : zo'n winkel moet aanslaan, moet kunnen verkopen." Privé-woningen zijn de moeilijkste opdrachten, daarover zijn ze het eens. Als interieurarchitect moet je dan binnendringen in de leefwereld van de klant. Het blijft een hele kunst om erachter te komen wat mensen precies verlangen van hun woning. Claire : "Je moet ze leren kennen, hoe ze zijn en hoe ze leven. Sommigen ontvangen graag bezoek, anderen willen alleen maar lezen. Moet het een rijke uitstraling hebben of mag het eenvoudig zijn ?" Paul : "We stellen wel een grens : als we voelen dat we geen contact krijgen of dat we die mensen niet gelukkig gaan maken, dan doen we het niet."Maar dan nog staan ze geregeld voor pijnlijke momenten. Als ze geconfronteerd worden met architecturale rampspoed bijvoorbeeld. "Dikwijls heel spijtig," zucht Paul. "mensen hebben bijvoorbeeld veel geld besteed aan stommiteiten." Claire : "Het belangrijkste is dat een woning goed functioneert. En dat kan alleen als de ruimte zelf oké is. Als het daar al fout loopt, kun je er niets mee aanvangen. Dan ben je wel verplicht om te breken in een poging er iets goed van te maken." Strak en sober is hun stijl. Decoratie is uit den boze en wordt slechts mondjesmaat toegepast. Ze houden er niet van en als het dan toch moet, kiezen ze resoluut voor kunstwerken. "Echt dramatisch wordt het als mensen slechte kunst hebben verzameld. Dikwijls hebben ze dat met heel veel liefde gekocht. Voor mijn gevoel klopt het geheel dan niet meer. Een slecht werk kan het volledige interieur naar de bliksem helpen", stelt Claire. Eenvoud is het kernwoord in hun opvatting. Zowel wat decoratie als wat kleurgebruik betreft. Wat echter niet betekent dat ze geen oog hebben voor comfort. Claire : "Het belangrijkste aan een interieur is dat je er moet kunnen leven. Je moet kunnen zitten, televisie kijken, van een landschap genieten, een boek lezen enzovoort. Dus heb je, bijvoorbeeld, een goede fauteuil nodig. We zijn wel eens geconfronteerd met een woonruimte waar je wel fauteuils kunt plaatsen, maar geen groep kunt vormen. Waar een gezin van vijf dus eigenlijk niet samen kan zitten. Of de open haard staat verkeerd. Of op de plek waar je zithoek wilt installeren staan treden, noem maar op. Daar moet je dus oplossingen voor bedenken. Dan gaat het fundamenteel om de samenhang van eenvoud en comfort."Dat laatste uit zich ook in het detail, want het zijn precies de kleine dingen die een interieur helemaal af maken. Claire : "Daarmee staat of valt elk ontwerp. Alles moet kloppen, tot en met de deurkrukken. Een onzichtbare omlijsting van een deur of een zware lijst : het bepaalt het karakter van een interieur." Paul : "Absoluut fundamenteel is de verlichting, die maakt de ruimte." Claire : "Dat is meteen ook het moeilijkste, zeker in ons klimaat krijgt een interieur elk seizoen een totaal andere uitstraling : 's winters hebben we een ander licht dan 's zomers. Daar moet een interieur zich aan aanpassen, ook al omdat onze behoeften 's zomers anders zijn dan 's winters. De zomer vraagt andere kleuren dan de winter. Dat kun je eenvoudig oplossen met bijvoorbeeld verwisselbare hoezen op de canapés. Maar je moet er zeker rekening mee houden in de keuze van de verlichting. Zelfs artificieel licht is anders in een zomernacht dan in de winternacht."Van meet af aan heeft het duo ook meubelen getekend. Een commode en een tafel voor het Nederlandse Spectrum in 1969, een salontafel voor Belgo Chrom in dezelfde periode. Hun prefab systeem 78plus (ontworpen om in een minimum aan tijd en met een minimum van materiaal te bouwen) werd in 1978 bekroond met een Sigle d'Or. Aanvankelijk blijft hun meubelontwerp nog beperkt : meestal werd het getekend in functie van een specifiek interieur en werd het niet in productie gebracht. Dat verandert halverwege de jaren negentig. Claire : "Pas de laatste jaren krijgt dat aspect van ons werk meer aandacht. Tot een tiental jaar geleden hadden we nooit een vraag van een industrieel gekregen om iets te ontwerpen voor hen. Nu wel, ongelooflijk toch ?" Met het bureaugamma H2O voor Bulo (1995) oogstten ze zowel lof als succes. Voor Durlet tekenden ze een zitbank Clair-Obscur (1996). Het bekendste ontwerp van de laatste jaren werd de Bench, een ontwerp dat al een tiental jaren bestond en vanaf 1998 door Appart in productie werd gebracht. Net als de tafel die ze erbij tekenden. Ook de serie barkrukjes voor Obumex (voor wie ze ook een tafel en een keukenblok tekenden) is zeer herkenbaar in stijl. En na de meubelen volgden objecten : Palladio heet de collectie kristallen glazen en Ag+ is een zilveren bestek, beide in productie gebracht door het Belgische designlabel WOW ( WhenObject Works). En om de opsomming volledig te maken : het servies is productieklaar. Claire : "Hoe verschillend ook, het denken is altijd hetzelfde. Of het nu gaat om een object, een meubel of een interieur. Met het bestek hebben we wel veel moeite gehad, en dan vooral met de dikte van zilverwerk. Wij waren gewend aan afmetingen in de bouw en in zilverwerk komt het aan op een millimeter." Paul : "Een object is boeiend omdat het niet noodzakelijk persoonsgebonden is. Als het industrieel vervaardigd wordt, is het een herhaling en bereikt het meer mensen." Claire : "En ze kunnen er niets aan veranderen ! Het glas kunnen ze breken, maar het is er zoals het is. Een meubel ook, dat kan je niet zomaar veranderen. Een interieur wel." Zijn er projecten waar ze met meer plezier aan terugdenken dan andere ? "Absoluut", lacht Claire. "En dat hangt meestal van de opdrachtgever af. De beste ontwerpen met de beste herinneringen zijn die met de sympathiekste klanten." Paul : "En dat waren er nogal wat. Er zijn veel mensen die zelf interessant zijn, die meewerken en enthousiast zijn." Claire : "Meestal is het resultaat dan ook beter. Want dan leven ze er ook in zoals het geconcipieerd is, omdat er een echte samenspraak is geweest. Dat maakt het prettiger. We hebben ook veel klanten voor wie we meer dan één keer hebben gewerkt.""Of de kinderen van vroegere klanten die bij ons aankloppen, dat geeft echt voldoening", besluit Paul. Hilde Verbiest / Foto Michel Vaerewijck