Hij maakt hoeden en teaterkostuums, is regisseur
...

Hij maakt hoeden en teaterkostuums, is regisseur en imago-konsulent. Plaatjesmaker, misschien. Praatjesmaker, zeker niet. Christophe Coppens over de dromen in zijn hart en dames in zijn leven. LENE KEMPSFOTO'S : LIEVE BLANCQUAERTZelden kondigde iemand zijn debuut zo overtuigend aan als Christophe Coppens. We kregen een geluidsbandje en een propvolle persmap die meldde dat hij zich als hoedenmaker in Brussel had gevestigd. Limehodazo noemde hij zich toen, de afkorting van "liever met hoed dan zonder" ; wat snel achterwege werd gelaten. "Ik zat toen nog op school en wilde niet onder mijn eigen naam beginnen, " zegt hij. "Maar commercieel gezien was het een vergissing om die moeilijke samentrekking te gebruiken. Ik moest voortdurend uitleggen waar het op sloeg en in het buitenland was er al helemaal geen beginnen aan. Limehodazo, en flamand ça veut dire... De mensen begrepen er natuurlijk niks van. "Die eerste persvoorstelling is amper vier jaar geleden, maar het lijkt alsof Christophe nu pas 25 al langer bezig is. Stilzitten is een hem onbekende aktiviteit. Een groots defilé, enkele teaterstukken en tentoonstellingen, een event tijdens de paardenwedrennen in Oostende, een samenwerking met Dorothée Bis en Kaat Tilley, kontakten met Yamamoto. Elk seizoen een nieuwe kollektie en een prachtige brochure, een originele persmap of een hoogst ongewoon evenement. En het moet gezegd een aantal projekten die werden afgeblazen, zoals een juwelenlijn, een nog groter defilé en een eigen tijdschrift. Christophe is niet bang om te bekennen dat de zaken niet lopen zoals verwacht en dat hij het er voorlopig maar bij laat. In de mode is hij een van de weinigen die alles op tafel leggen : suksessen naast vergissingen en wensen. Hij wil liever niet als hoedenmaker omschreven worden. Begrijpelijk, want hij doet zoveel meer. Maar hij kan niet ontkennen dat de hoed doorheen al zijn aktiviteiten als konstante blijft terugkomen. Als een manier om zijn kreativiteit te kanalizeren. Als een suksesvolle commerciële rode draad ook, met 24 verkooppunten in België (eigen winkels in Antwerpen en Brugge, showroom in Brussel) en 23 in het buitenland, waaronder modetempels als Kashiyama in Parijs, Barneys in New York en Joyce in Hongkong. Als je het universum van Christophe in glas zou vatten, zou dat een wonderlijke presse-papier opleveren : sneeuw, veertjes, een dansend figuurtje, sprookjesachtige kleuren en betoverende muziek. Hij noemt zichzelf een groot cliché en verontschuldigt zich voor het feit dat zijn smaken en voorkeuren niet elitair, duister of intellektueel zijn. Christophe Coppens balanceert op dat vergulde randje tussen kitsch en kunst, echte gevoelens en echte gevoelerigheid. Maar altijd met hartverwarmende humor en ontwapenende zelfkritiek als vangnet. Je wil het woord hoedenmaker niet op je kaartje zetten. Terwijl je elk seizoen een nieuwe kollektie brengt en les geeft in hoeden maken. Als je geen hoedenmaker bent, lijk je er in elk geval sterk op. Coppens : Het is geen valse bescheidenheid, zo van : oh nee, noem me geen hoedenmaker, want ik ben lang nog niet perfekt. En evenmin zelfoverschatting : ach, hoedenmaker, ik ben nog zoveel meer. Hoeden ontwerpen en maken is belangrijk voor me. Het is mijn vak en ik ben niet van plan ermee op te houden. Ik probeer er zo ver mogelijk in te gaan : nieuwe strukturen, goede kwaliteiten, mooie vormen. Maar de hoeden zijn maar een deel van het totaalbeeld. De sfeer eromheen, de foto's die ik ervan maak en de defilés die ik ermee organizeer, zijn even belangrijk voor me. Zonder borstklopperij : ik wil meer dan enkel een modist zijn en ik zou het erg vinden als men mij in dat kleine hokje stopte. Is er een groter hok dat je geschikt vindt ? Coppens : Ik kan het moeilijk onder woorden brengen. Ik heb vaak de indruk dat ik in interviews te veel wil vertellen. Dan kom ik ambitieus en pretentieus over, terwijl dat net niet de bedoeling is. Mijn verlangen is simpel : ik wil gewoon alles doen waar ik zin in heb. Het liefst zou ik in een groot huis met verschillende verdiepingen wonen. Op de ene etage worden hoeden gemaakt, op de andere teaterkostuums, op de volgende kleding, nog hoger is de afdeling binnenhuisinrichting en op de bovenste verdieping is een bureau waar we de garderobe van bekende Vlamingen bijschaven. En voor het weer grootsprakerig klinkt : ik zeg niet dat ik dat ook allemaal al kan en dat ik het helemaal alleen zal doen. Het is een droom, maar eentje die verwezenlijkt kan worden wanneer ik er het geld en de juiste mensen voor vind. Je wortels liggen in het teater. Hoe ben je bij de hoeden terechtgekomen ? Coppens : Ik studeerde toneelregie en had voor een bepaald stuk hoeden nodig. Ik vond niet wat ik zocht en er zat niets anders op dan ze zelf in elkaar te knutselen. Een komplete mislukking, ze leken nergens op. Ik ging raad vragen bij een oude modiste en zij leerde me de basistechnieken. Het hele proces intrigeerde me zo dat ik uiteindelijk meer met die hoeden bezig was dan met mijn studies. Daaruit heb ik mijn konklusies getrokken. Terwijl de regisseur in jou duidelijk aanwezig is bij alles wat je doet. Coppens : De grote kritiek die ik van teatermensen altijd kreeg, was dat ik met van alles bezig was, behalve met teater. Koncept, kostuums, decor, belichting... Dat was wat mij interesseerde. Niet de zoveelste diepzinnige interpretatie van een tekst. In vergelijking met regisseren was hoeden maken op dat moment een beetje een oaze. Het was een aktiviteit die ik helemaal alleen kon doen en waarbij ik het eindresultaat volledig in handen had. Bij een toneelstuk moest ik rekening houden met de ego's van een heleboel akteurs en opboksen tegen vaak pietluttige praktische problemen. Tussen droom en daad... weet je wel. Bij een hoed ligt dat anders. Je prult eraan tot hij af is, dan toon je hem aan iemand en je krijgt onmiddellijk een reaktie. Verfrissend eenvoudig. Het lijkt alsof je wel van het teater hield, maar niet van de akteurs. Coppens : Ze verweten me vaak dat ik hen tot typetjes reduceerde. Ik dikte de personages flink aan en liet hen overdreven overkomen. Zij wilden mensen van vlees en bloed zijn. Ze begrepen niet dat ik die typetjes net heel ontroerend en echt vond. Zij dachten waarschijnlijk dat ik het vanuit een soort onkunde zo wilde. Ik was het soort regisseur dat alles extra onderstreepte. Genre : en zet er nog wat vioolmuziek bij. Ik herinner me een scène regelrecht uit Walt Disney, zo'n klein lieflijk tafereeltje met een koppeltje dat piknikt bij het water terwijl er zachte sneeuw uit de hemel valt. Pure romantiek, zeg maar. Ken je de melodrama's van Douglas Sirk ? Zijn films werden door critici ook altijd als sentimenteel en overdreven afgedaan. In "All That Heaven Allows" sterft Rock Hudson met Jane Wyman aan zijn bed, terwijl het buiten sneeuwt en dan komt er op de koop toe nog een hert voorbij. Coppens : Nog nooit gezien, maar het klinkt goed. Het publiek vond mijn stukken altijd prima, maar de "echte" teatermensen gruwden ervan. Een leraar die kwam kijken, zei : "Dat is geen teater, dat is plaatjesmakerij. " Terwijl ik net wilde aantonen dat de grens tussen het een en het ander vaag is en dat er onder clichés echte gevoelens zitten. Ik begrijp niet waarom iedereen zo bang is van clichés. Ik ben een groot wandelend cliché. Ik hou alleen maar van dingen en personen die je niet verondersteld wordt goed te vinden. Barbra Streisand, Madonna en Montserrat Caballé bijvoorbeeld. Zangeressen die door de pure muziekliefhebber helemaal niet gewaardeerd worden, omdat ze too much zijn, larger than life. Als ze grote massa's zo kunnen ontroeren en fascineren, hoe kunnen ze dan slecht zijn ? Dan zijn ze toch net erg goed. Ik denk dat de meeste mensen bang zijn van gevoelens. Dat ben ik nooit geweest. Ben je niet een beetje de regisseur van je eigen leven ? Je huis of winkel lijken op een filmset. Elk objekt heeft zijn plaats en funktie. Je draait ook vaak filmmuziek. Coppens : Sferen zijn voor mij heel belangrijk. Ik ben een perfektionist. Jouw komst is tot in de puntjes voorbereid. Ik wist welke muziek ik zou opzetten, welke taartjes ik zou kopen en in welke kopjes ik koffie zou schenken. Misschien is dat de regisseur aan het werk, wie weet. Naast hoeden wilde je ook een accessoire- en kledingkollektie maken. Wat is er van die plannen geworden ? Coppens : Het heeft geen zin om drie paraplu's, vier handtassen en tien paar schoenen uit te brengen. Misschien kan dat als je Paloma Picasso heet, maar niet als Christophe Coppens. Ik bedoel maar : het zou louter aanvulling zijn, ik heb niet de indruk dat ik op dat gebied iets meer kan bieden dan wat er al op de markt is. Alleen voor mijn naam gaan mensen het niet kopen. Vroeger heb ik me overhaast in projekten gestort, met financiële flaters als gevolg. Nu begin ik alleen nog aan projekten waarvan ik zeker ben dat ik ze aankan. Kleding behoort nog steeds tot de mogelijkheden. Er bestaat geen enkele kollektie die ik voor honderd procent graag zie, ik heb nog altijd de indruk dat ik iets kan toevoegen aan het bestaande aanbod. Maar voor ik een kollektie lanceer, wil ik me met de juiste mensen omringen, zowel wat medewerkers als fabrikanten betreft. Waar komt het Coppens-universum vandaan ? Het is duidelijk een sprookjesachtige glitterwereld. Coppens : Ik heb geen idee. Waarom hou jij van hoge hakken, handschoenen en hoedjes ? Omdat ik vroeger de zaterdagnamiddag doorbracht bij mijn grootmoeder. Om twee uur keken we altijd samen naar een jaren-vijftigfilm. Coppens : Ah, zie je wel. En ik keek met mijn grootmoeder altijd naar Duitse zenders, naar grandioze shows met vrouwen in avondjurken, met strass en veren op hun hoofd. (luide lach) Zo simpel is het. Dat Coppens-universum evolueert. Vroeger was het glitter, sprookjes, opgezette beesten en gedroogde bloemen. Nu verkies ik de levende dingen. Mijn moeder is erg ziek geweest, misschien heeft dat er iets mee te maken, maar in mijn hoofd zie ik beelden van een familie. Mijn laatste folder zal trouwens op familieportretten gebaseerd zijn : een familiefeest, een lange tafel met de moeder aan het hoofd. Ik heb veel van de film "Age of Innocence" gehouden. Vooral van de sfeer in dat oude huis waar de familie al generaties woont en iedereen zijn sporen nalaat. Een tafel vol foto's. Een muur waar door de jaren heen steeds meer schilderijen worden opgehangen. Ik had de gewoonte mijn omgeving volledig te transformeren en kleine droomkamers te creëren. Mijn motto was altijd : alles overschilderen. Nu verlang ik naar een huis dat je moet respekteren en koesteren, waar je de strukturen moet eerbiedigen en hoogstens een objekt kan verplaatsen. Als weekend-psycholoog zou ik zeggen dat je een plaats zoekt in de wereld. Coppens : Ik til er niet zo zwaar aan. Ik zie het veeleer als een verlangen naar een mooie omgeving. Als je van familieportretten houdt, dan was je vast niet ontevreden met ons voorstel om vrouwen die voor jou belangrijk zijn te fotograferen. Coppens : Misschien vormen zij een beetje mijn spirituele familie, wie weet. Het zijn in elk geval stuk voor stuk dames die ik bewonder en graag zie. De hoeden heb ik speciaal voor hen gemaakt, afgestemd op hun persoonlijkheid. Bij het voorbereiden van de reportage heb ik me gerealizeerd dat het bijna uitsluitend vrouwen zijn naar wie ik opkijk, er schoot me geen enkele man te binnen. Vrouwen zijn zoveel sterker vind ik. DE LIEFSTE MOEDER Christophe over Christine Van Dromme, zijn moeder : "Weinig mensen hebben zo'n goede relatie met hun moeder als ik. Daar hebben de omstandigheden natuurlijk iets mee te maken : mijn ouders zijn gescheiden en ik ben door haar opgevoed. Maar afgezien daarvan is mijn moeder een geweldige vrouw, echt iemand die voortdurend haar grenzen verlegt, nooit bang voor een nieuwe uitdaging. Ze houdt de winkel in Brugge open en doet dat zo goed dat mensen van heinde en verre komen om door haar bediend te worden. Ze kan hard zijn en me rechtuit de waarheid vertellen. Dan ben ik heel even boos om vervolgens toe te geven dat ze meestal gelijk heeft. De hoed die ik voor haar heb gemaakt, is een klassiek model. Zij zet zelden een hoed op, enkel voor speciale gelegenheden. Dus paste een klassiek, modieus model haar het best. "DE BESTE KLANTE Christophe over Thérèse De Landtsheer, zijn lerares plastische opvoeding : "Een fantastisch mens. Zij was mijn lerares en is me blijven volgen. Doorheen de jaren is ze een goede vriendin van mijn moeder geworden. Ze was opgetogen toen ik met hoeden begon en heeft me altijd gesteund. Omdat ze zelf een zaak heeft ze ontwerpt samen met haar man juwelen : Diamani begrijpt ze me erg goed. Wanneer ze in de winkel komt, geeft ze me carte blanche en omdat ze niet bang is een hoed op te zetten, mag het voor haar iets specialer zijn. Het is altijd een plezier voor haar te werken. "DE BABBELVRIENDIN Christophe over Kathleen Werckx, assistente van Kaat Tilley : "Als we elkaar niet zien, bellen we. Elke week minstens één keer. Aan Kathleen kan ik alles kwijt. Ik bewonder haar omdat ze weet wat ze wil. Kaat was niet op zoek naar een assistente, maar Kathleen is gewoon binnengestapt en heeft zich aangeboden. Ik heb heel wat van haar geleerd, ze is een uitstekende zakenvrouw. Heel diplomatisch ook. Daarnaast is ze ook nog erg lief en heeft ze zin voor humor. "HET MOOIE ZUSJE Christophe over Nathalie Coppens, zijn halfzus : "Ik ben niet samen met Nathalie opgegroeid en begin haar eigenlijk nu pas te ontdekken. Ik heb drie halfzusjes die ik vroeger enkel op familiefeestjes zag. Toen ik Nathalie de laatste keer ontmoette, vond ik dat ze heel mooi geworden was. Ik zei haar dat ze erg fotogeniek was en ze bekende me dat ze misschien wel model wil worden. Dit debuut wilde ik haar niet weigeren. "DE VRIENDIN DIE DURFT Christophe over Ninette Murk, journaliste : "Ninette is een opvallende verschijning, wat sommige mensen afschrikt. Als je haar beter leert kennen, ontdek je een gevoelig iemand. Ze kwam mij interviewen, bleef nadien nog even babbelen en is eigenlijk meteen een vriendin geworden. Ze heeft een enorme innerlijke kracht en een ongelooflijke energie. Zij draagt vaak een hoed en waagt zich ook aan gedurfde modellen, bijna alles staat haar. "