Het jaar begint goed voor handtassenontwerper Michaël Verheyden, want op 13 januari ontving hij de Henry Van de Velde Award 2008 voor Jong Talent van Design Vlaanderen. De ontwerper uit Genk is opgetogen : "Het is altijd fijn om erkenning te krijgen, vooral dan van vakgenoten. Bovendien is de prijs genoemd naar Henry Van de Velde, de eerste Belgische gesamtkunstenaar die internationaal bekend werd. Ik ben ook in meerdere disciplines actief en dat wil ik zo houden."
...

Het jaar begint goed voor handtassenontwerper Michaël Verheyden, want op 13 januari ontving hij de Henry Van de Velde Award 2008 voor Jong Talent van Design Vlaanderen. De ontwerper uit Genk is opgetogen : "Het is altijd fijn om erkenning te krijgen, vooral dan van vakgenoten. Bovendien is de prijs genoemd naar Henry Van de Velde, de eerste Belgische gesamtkunstenaar die internationaal bekend werd. Ik ben ook in meerdere disciplines actief en dat wil ik zo houden." Michaël Verheyden : Ja, de Libelia verkoopt nog heel goed zelfs. Ook al heb ik ondertussen mijn best gedaan om dertig nieuwe modellen te bedenken ( lacht). Ik maak duurzame tassen, geen wegwerpproducten. Eigenlijk tegenstrijdig aan mode, waar elk seizoen nieuwe modellen moeten liggen. Je kunt niet voorspellen wat succes zal hebben. Zo bleken onze duurste tassen het beste te verkopen afgelopen seizoen. Toch niet evident. Sommige klanten vinden onze tassen niet duur, maar anderen moeten er toch eens over nadenken en ervoor sparen. Daar heb ik respect voor. Heel trendgevoelige mensen kopen mijn werk, maar ook anderen die daar totaal niet mee bezig zijn. Zij willen gewoon een authentiek stuk. Die no-nonsense klant komt ook naar ons. Haute couture, daar pas ik voor. Ik vind het al uitdagend genoeg om iets moois, vernieuwends én draagbaars te maken. Onze baseline is understated chic. Het hoeft er niet dik op te liggen, maar de gebruiker moet wél een luxegevoel hebben. Een tas wordt heel dikwijls aangeraakt en dat moet goed aanvoelen. Mijn ontwerpen zien eruit als een archetype van een tas of een boekentas. Dat heb ik tijdens mijn stage bij Fabiaan Van Severen geleerd. Hij zei : "Als je een lamp maakt die niet op een lamp lijkt, zullen weinig mensen die kopen. Want mensen gaan naar de winkel met een bepaald idee in hun hoofd. Als je iets maakt wat wel licht geeft, maar niet op een lamp lijkt, dan is het voor mensen moeilijk om te zien hoe ze dat kunnen integreren in hun interieur." Een tas moet je kunnen combineren met alle soorten kledij. Ze mag niet bepalen wat je voor de rest draagt. Eigenlijk wel. Het is een dankbaar cadeau, want er bestaan geen maten in. Bovendien zien mannen een tas meer dan een ander modeartikel als een investering : "Daar kan je een paar jaar mee verder." Ik besef dat ik meedraai in een systeem en dat we dat niet kunnen veranderen, maar ik wil 's avonds wel kunnen slapen. Wat ik zelf kan controleren, moet correct zijn. Ik werk met één atelier in Casablanca. Ik ga er regelmatig naartoe en ik heb een goede band met die mensen. Ik breng hen elke keer Belgische pralines mee en ga bij iedereen langs. Sommige ontwerpers sturen een schets op en op basis daarvan wordt in de fabriek een prototype gemaakt dat dan misschien nog eens tien keer heen en weer gestuurd wordt. Dat doe ik niet. Ik maak hier in mijn atelier zélf mijn prototypes. Daarin drijf ik de techniek tot het uiterste, wat een uitdaging is voor de vakmensen in Marokko. "Jij bent een echte artisan", zeggen ze, terwijl ze met hun vuist op hun hart kloppen. "Ik geniet van de dagen dat ik me in mijn atelier kan terugtrekken. Ik vind mezelf een toegepaste kunstenaar. Als een kunstenaar iets gemaakt heeft, houdt het op, terwijl het bij ons dan pas begint. Dat is het grote verschil. Ja, hier in Genk, dat is de meest artistieke opleiding productontwikkeling in België. Zo moesten we in het derde jaar eens een radiator ontwerpen die niet per se warmte moest geven. In de scholen in Antwerpen of Kortrijk zou dat waarschijnlijk niet kunnen. Maar dat soort oefeningen kregen wij hier in Genk dus wel. We werden als artiesten opgeleid. We moesten het goed kunnen onderbouwen, zodat we producten met een ziel kunnen maken. Om ons universum en onze wereld te tonen. En om onze vrienden voor te stellen. Het geeft ons energie. Anders zouden we enkel met handtassen bezig zijn. We doen dat omdat we het fijn en mooi vinden. We zijn met schoonheid an sich bezig. Het is ook een plek om eventueel zelf eens wat meer artistiek werk te laten zien. Pas nog mocht ik een kunstwerk maken. Nu staat er een spiegelende lichtbak in een steegje in Hasselt. Ja, net voor de feestdagen brachten we een aantal placemats uit. Maar dit jaar wil ik verder gaan en een complete Home-collectie uitwerken voor de Japanse markt : tafellinnen en misschien ook een aantal metalen stukken ? Ik werk graag met leer, maar ik vind het fijn ook eens met andere materialen te werken. Ik zou niets liever hebben dan dat een metaalbedrijf me vraagt om eens iets voor hen te doen. Ik heb ook al een idee voor een slaapkamer en dat zou ik ook graag uitwerken. Waar haalt u de energie om al die projecten op poten te zetten ? In de eerste plaats van mensen : mijn vrouw Saartje en mijn vader. Maar ook muziek. Ik kan rustige muziek appreciëren, zoals Air of Miles Davis, maar als ik 's avonds in de wagen zit of ik moet doorwerken in het atelier, dan zet ik iets zwaardere muziek op : Queens of the Stone Age, bijvoorbeeld of Biohazard, de old school zware geluiden. En ik kan natuurlijk ook bepaalde punkrockgroepen appreciëren. Dat heeft mij altijd veel energie gegeven. Vroeger meer, toen ik nog gitaar speelde in een band en nummers schreef. Dat was mijn uitlaatklep op vrijdagavond : drie uur vollen bak muziek maken. Dat mis ik soms. De dingen die ik nu doe, geven me veel voldoening, maar dat pure en rechtstreekse, dat had ik alleen bij muziek. Sommige, ja. Ik noem ze naar bestaande mensen, maar niet alleen muzikanten. Sommige tassen zijn speciaal voor iemand gemaakt. Voor Dimitri Leue heb ik nu mijn allereerste rugzak ontworpen. Hij zal in de volgende wintercollectie zitten. Onze droom is om naar Parijs te verhuizen. Niet direct, maar misschien over tien of vijftien jaar. Internationaal is dat toch hét modehart. We verkopen nu zo'n duizend tassen per jaar, het grootste deel daarvan nog steeds in België. We willen echt groeien in het buitenland. Niet alleen met onze collectie. Ik zou ook wel eens voor een klassiek modehuis willen werken. Door Leen Creve Portret Ann Vallé