Wat ziet u als naar de foto hiernaast kijkt? Ik zal u zeggen wat ik zie. Ik zie iemand met een juffrouw-ik-heb-in-mijn-broek-gedaan-maar-ik-durf-het-niet-goed-zeggen -blik, iemand die zich niet snel op haar gemak voelt bij vreemden en bovenal iemand die niet snel lacht. Deze week kreeg ik weer eens een opmerking over dat laatste. " Smile baby! Life can't be that bad", riep een wildvreemde man me toe op straat. Amerikanen durven zo'n dingen doen. Ik ben het nog altijd niet gewoon. Ik sta op mijn recht om te lachen als ik vind dat er reden toe is en op mijn recht om ernstig, treurig of pessimistisch te kijken als ik me zo voel.
...

Wat ziet u als naar de foto hiernaast kijkt? Ik zal u zeggen wat ik zie. Ik zie iemand met een juffrouw-ik-heb-in-mijn-broek-gedaan-maar-ik-durf-het-niet-goed-zeggen -blik, iemand die zich niet snel op haar gemak voelt bij vreemden en bovenal iemand die niet snel lacht. Deze week kreeg ik weer eens een opmerking over dat laatste. " Smile baby! Life can't be that bad", riep een wildvreemde man me toe op straat. Amerikanen durven zo'n dingen doen. Ik ben het nog altijd niet gewoon. Ik sta op mijn recht om te lachen als ik vind dat er reden toe is en op mijn recht om ernstig, treurig of pessimistisch te kijken als ik me zo voel. De dag dat de onbekende man me aanporde om te lachen, voelde ik me in-treurig. Mijn vader had die morgen aan de telefoon geweend omdat hij opnieuw in het ziekenhuis moet worden opgenomen. En vlak daarvoor sprak ik met het diensthoofd van de psychiatrische inrichting waar mijn moeder is opgenomen. "Ze is de laatste weken nogal achteruit gegaan", zei hij. "We hebben haar nu overgeplaatst naar een kleinere afdeling, waar ze intensiever wordt verzorgd." Voeg daarbij dat ik de avond daarvoor te lang had gewerkt en 's nachts niet genoeg had geslapen, en elk redelijk mens zal begrijpen dat ik niet als een zonnestraaltje door Manhattan dartelde. Ik vergeef die anonieme New Yorker en alle andere onbekenden voor hem die zich verplicht voelden me aan te sporen om mijn tanden te ontbloten. Ze zijn gewoon gehersenspoeld. Amerika staat bol van aanmoedigingen om positief, opgewekt en vriendelijk te zijn. Het is de sleutel tot succes, zo wordt de mensen wijsgemaakt in liedjes, zelfhulpboeken, bedrijfsseminaries en zondagspreken. Met een glimlach krijg je alles verkocht: politieke en religieuze ideeën, waspoeder, pillen tegen constipatie, Coca-Cola en hondenvoer. Je bent mooier als je glimlacht - hoe vaak heb ik dat, ook van onbekenden, al niet gehoord. Je geraakt makkelijker aan een partner als je glimlacht. Je maakt sneller promotie als je glimlacht. Enfin, lachen is goed voor alles. Het Amerikaanse Institute of Stress, zo las ik deze week in de krant, zegt dat Amerikanen meer gestrest zijn dan ooit: 43 procent van de volwassenen heeft er gezondheidsproblemen door en aan 75 tot 90 procent van alle bezoeken aan huisartsen gaat een stressepisode vooraf. Elke dag voelen 1 miljoen Amerikanen zich te gestrest om zich naar hun werk te slepen. En 40 procent van alle Amerikanen die ontslag neemt, geeft stress op als voornaamste reden. Het zijn verontrustende cijfers voor een land van fanatieke glimlachers. En wat is de remedie volgens het artikel over stress? Maak elke dag een wandelingetje, breng een bloemetje in huis, begin een hobby, mediteer of bid, en bovenal: GLIMLACH! Wat je zorgen ook zijn, hoezeer de miserie in de wereld je ook raakt, wat je persoonlijkheid ook is, zet je glimlachmasker op en alles komt in orde. We worden om de oren geslagen met studies die aantonen dat optimisten beter presteren op het werk, op school en in het sporten dan pessimisten. Optimisten zouden minder aan depressies lijden, hun doel vaker bereiken, beter tegen stress kunnen, meer weerstand tegen ziekte hebben en langer leven. Positief denken heet dat. "Tijdens de voorbije dertig jaar zijn er 46.000 teksten in de VS gepubliceerd over depressie en slechts 400 over vreugde", zegt Martin Seligman, professor psychologie aan de Universiteit van Pennsylvania en een voortrekker van de hedendaagse positieve-psychologiebeweging. De professor gelooft rotsvast in de kracht van de glimlach: "De 21ste-eeuwse psychologie gaat over menselijke sterkte en persoonlijke voldoening", meent hij. Hij citeert een studie over 1800 Californiërs die 80 jaar geleden begon. De helft van de mannen en een derde van de vrouwen zijn intussen gestorven. Wat blijkt? De optimisten onder hen leefden gemiddeld twee jaar langer dan de pessimisten. En ook in een groep van 78 aidspatiënten leefden de optimisten langer dan de pessimisten, negen lange maanden nog wel. Over de kwalititeit van dat ietwat gerekte leven leren we jammer genoeg niets. Ik ben niet overtuigd. Als het niet in je zit om je hele leven met een glimlach rond te lopen, forceer je dan niet: dat is alleen maar bijkomende stress. Vorige week organiseerde een groep Amerikaanse psychologen die naar eigen zeggen de tirannie van het positief denken beu zijn een symposium over "de over het hoofd geziene voordelen van het negativisme". "Positief denken heeft zijn voordelen," zei een spreker, "maar af en toe wat klagen is niet zo slecht. Pessimisme is niet altijd misplaatst. De druk op mensen om voortdurend vals opgepept en vrolijk te zijn, is ongezond. Het leven is hard, en als je het moeilijk hebt met iets, kan het nog moeilijker zijn om het te verwerken als je voortdurend onder druk wordt gezet om te doen alsof er niets aan de hand is." En dat langer leven van de optimist? Niets van aan, zeggen de negatieve psychologen. Ze hebben natuurlijk hun eigen studies die het tegendeel bewijzen. En daar kan ik nu eens om glimlachen, zie.Jacqueline Goossens vanuit New York