Zo'n zondag is het, waarop de wereld eruitziet als een oude kous vol gaten. De huizen aan de overkant, honderd meter ver, glimmen van de regen die niet neerdruist maar neerzevert, al de hele dag. Regen die vernevelt als water uit een plantenspuit, dat alles klam en vochtig maakt.
...

Zo'n zondag is het, waarop de wereld eruitziet als een oude kous vol gaten. De huizen aan de overkant, honderd meter ver, glimmen van de regen die niet neerdruist maar neerzevert, al de hele dag. Regen die vernevelt als water uit een plantenspuit, dat alles klam en vochtig maakt. In de lucht is zelfs geen vogel te bekennen, zodat ik mij afvraag of onze gevederde vrienden er een hekel aan hebben nat te worden bij het vliegen, zoals de meeste mensen er niet dol op zijn nat te worden bij het lopen, waardoor je die eigenaardige mensensoort krijgt die zich bij de minste twijfel laat vergezellen door een paraplu. Zelf behoor ik tot dat slag. Schaars zijn de dagen waarop je mij in het straatbeeld zal aantreffen zonder paraplu. Ik bezit ze in alle soorten en maten, hoewel ik het verschijnsel paraplu in wezen erg burgerlijk vind en mij er een beetje voor schaam er een bij te hebben, vooral als het niet regent. Paraplu's zijn, om het zo maar eens te zeggen, niet erg rock-'n-roll. In de verte klinkt het slissende geluid van autobanden. De wintertijd heeft vannacht zijn intree gedaan, waardoor de avond veel te vroeg en als een zwarte mantel over de mensen en hun dromen zal vallen, ons erop wijzend dat we alweer op Kerstmis afstevenen, en op het einde van een woelig jaar. Hierbinnen is de toestand best te pruimen. Een aangename eigenschap van het appartement dat ik sinds enkele maanden betrek, is dat het op de bovenste verdieping ligt, waardoor ik bij regenweer omringd ben door geklater, afkomstig van de afwatering. Op sommige mensen, voornamelijk vrouwen, zou dit wellicht het bijverschijnsel teweegbrengen dat zij zich ervan naar het toilet moeten spoeden. Daar heb ik geen last van. Ik ervaar het druppelen en klotsen voornamelijk als aangenaam, in die zin dat de warmte hierbinnen prettig contrasteert met de kille vochtigheid daarbuiten - een fenomeen dat wel eens als gezelligheid wordt omschreven. De vrouw die ik bemin, bevindt zich momenteel elders en dat is oké. Men hoeft niet altijd aan elkaar te kleven. "Het beste van het beste van het beste", hoor ik op de radio in een spot voor luxewagens. "Maak de anderen groen van jaloezie." Wat haat ik dergelijke, tot na-ijver aanzettende reclame, bedacht door mensen die niet weten waar het in het leven om gaat. Ergens slaat een kerktoren zes uur. De klok in de keuken tikt pedant en zelfzeker. Op een terras aan de overkant klopt een onbekende, ondanks de regen, een deurmat uit. De koppigheid waarmee mensen hun onbenullige handelingen verrichten, kan mij vertederen. In de huizen vang ik glimpen op van interieurs en schimmige bewoners. Flarden van lijven, snap-shots van leven. Een meisje van wie ik alleen de voorarmen zie, zit achter haar laptop, o zoveel uren. Soms licht het vlammetje van haar aansteker op. Zou daar een meesterwerk worden geschreven ? Een jongeman loopt bleek en poedelnaakt door de kamer, maar zij gunt hem geen blik. Zij is op hem uitgekeken, of anders te zeer in de ban van haar roman. Het appartement dat ik bewoon, bezit iets dat wel eens gemeenzaam 'een ziel' wordt genoemd. Het staat hier sinds de jaren 1950. Soms denk ik eraan hoe, op werkelijk élk moment van mijn leven, deze deurklinken en keukenkastjes al bestonden en gebruikt werden door mensen die nu zijn vergeten. Welke verzuchtingen, wat voor ontboezemingen zijn tegen deze muren opgeklommen ? Wat voor geheimen hebben deze kamers gezien, hoeveel wanhoop en enthou-siasme ? Hoeveel zwijgende, onopgemerkte nachten? Ik herinner mij driftige hakken op het parket. Het verhaal van een dame van wie het sjaaltje vuur had gevat. In mijn kelder, in een van de nissen die gemetseld zijn om wijn in op te slaan, vond ik een stoffig maar goed bewaard kaartje : "Château Trillion - 1957. Contigu au Château Yques Grand cru Haut-Sauternes."Restanten van joie de vivre van een halve eeuw geleden. Het testament van smaakpapillen die niet meer bestaan, terwijl dit kaartje tergend tastbaar is achtergebleven - tot en met de letter a, die door de typemachine iets hoger in het papier werd geslagen. Onmachtig. Wat voor sporen zullen wij, zonder het te weten, achterlaten ? Jean-Paul Mulders