Witte bourgogne en rode bordeaux zijn de koningen van de Belgische tafel. In veel gevallen leveren ze wijnen met voldoende structuur en diepte om het uitstekend te doen bij de klassieke Belgische gerechten. Of de wijn passend is, moet worden beoordeeld op basis van zijn structuur (bitterheid), zijn charme (alcohol en fruit) en zijn lengte (concentratie).
...

Witte bourgogne en rode bordeaux zijn de koningen van de Belgische tafel. In veel gevallen leveren ze wijnen met voldoende structuur en diepte om het uitstekend te doen bij de klassieke Belgische gerechten. Of de wijn passend is, moet worden beoordeeld op basis van zijn structuur (bitterheid), zijn charme (alcohol en fruit) en zijn lengte (concentratie). Chardonnay uit gematigde gebieden zoals Bourgogne heeft nu net de eigenschap dat hij als witte wijn ook een kleine bittere punt vertoont. En dat accent wordt bij de betere soorten door houtlagering nog aangescherpt. Het bittere, waardoor de mond samentrekt, geldt in de natuur als een signaal voor vergif : de planten verdedigen er hun zaden mee. In kleine concentraties echter, zoals in wijn, werkt die bitterheid stimulerend en wordt geheimzinnig aantrekkelijk. In wijn 'draagt' de bitterheid de charmerende elementen van fruit en alcohol. Het is bekend dat de mens, zoals de meeste zoogdieren, genetisch geprogrammeerd is om te houden van zoet, in dit geval van fruit en alcohol. Want alcohol in wijnachtige concentraties smaakt zoet en draagt, met het fruit, bij tot de smakelijkheid en de charme van de wijn. Als bitterheid en fruit in balans zijn, spreken we van een 'goede' wijn. Wijn kan dus goed zijn bij verschillende concentratie-niveaus. Deze concentratie wordt grotendeels bepaald door de kwaliteiten van het perceel waarop de druiven gekweekt zijn, door de hectarerendementen en door de opties van de wijnboer. Van een Petit Chablis uit het noorden van bourgogne moet men dus niet dezelfde kracht en concentratie verwachten als van een meer zuidelijke Meursault of Chassagne, of een Pouilly-Fuissé nog meer naar het zuiden. Zo kan men in Bourgogne chardonnay vinden die past bij uiteenlopende typegerechten (in stijgende lijn van concentratie), zoals aperitiefhapjes, elegante voorgerechten, gepocheerde vis, gevogelte, geroosterde vis en zelfs kaas. Het summum van 'visexpressie' is geroosterde kreeft en de enige wijn die erbij kàn passen is een grote Pouilly-Fuissé. Deze wijn is zo krachtig dat hij, blindgeproefd, heel vaak voor rood wordt genomen. In Pouilly-Fuissé komen wit en rood samen. Frisse, bleke kleur. Neus met fruit en diepte, en een stenige (minerale) component. De smaak is evenwichtig, krachtig en fijn. Kan bij gepocheerde vis. (Colruyt : 7,89 euro). Lichtgele kleur en frisse, eenvoudige, sprankelende chardonnayneus. Ook de smaak is fris en aangenaam, maar wat kort. Goed als aperitief, met vishapjes. (Colruyt : 8,75 euro). Duidelijke gele nuance in de kleur en lichtjes parelend. De neus is wat reductief door cuve-rijping en de smaak is eenvoudig friszuur met zelfs wat na-ijlend zuur. Aperitiefwijn. (Delhaize : 6,59 euro). Frisse, bleke kleur en expressieve, ronde neus. De smaak is stevig met goede structuur. Wijn die kan passen bij blanquette en vol-au-vent. (Delhaize : 5,39 euro). Lichtgele maar frisse kleur. Fijne, versmolten, belegen neus. De smaak is rond en evenwichtig met zelfs wat lengte. Goede, fijne wijn die kan passen bij fijne visschotels. (GB/Carrefour : 4,79 euro). Heel bleke, haast waterachtige kleur en een neus die reliëf mist. Friszure, krachtige smaak maar wat anoniem. Aperitief. (GB/Carrefour : 7,99 euro). Door Herwig Van Hove