1956 was voor de rhônewijnen een bijzonder jaar : de mistral raasde twee weken met windsnelheden boven de 100 kilometer per uur en dat bij temperaturen van min 15 graden. In Bordeaux, waar het even koud was, vroren bijna alle niet-ideaal ingeplante wijngaarden kapot. De betere kiezelbodems van de grands crus classés leden echter nauwelijks schade. In de Rhônevallei gingen alle olijfbomen eraan (niet de wortels, die het jaar nadien al weer uitschoten), maar wonderlijk genoeg ondervonden de wijngaarden nauwelijks hinder. Dat deed de boeren besluiten om van de wijnbouw hun voornaamste activiteit te maken.
...