Parijs, 1921.

Gabrielle Chanel beleeft een vurige affaire met groothertog Dimitri, de naar Parijs verbannen neef van de Russische tsaar. Ze heeft hem een jaar eerder ontmoet in Biarritz, waar zangeres Marthe Davelli de twee koppelde. Betoverd door de charme van "de Russen die haar het Oosten onthullen" gaat Gabrielle op de feministische toer. Ze brengt de matrozenbloes en de pelsmantel in de mode, twee kledingstukken die ze in de garderobe van haar minnaar heeft aangetroffen. Diep onder de indruk van de folklore en de Byzantijnsachtige sieraden uit de tsarentijd kleedt ze zich zelfs in een roebasjka, de lange bestikte boerenkiel die de moedjiks droegen. In haar collecties duiken vanaf dat moment steeds weer Russische invloeden op. Via Dimitri maakt Coco ook kennis met de diaspora en omringt ze zich met Russische emigranten. Wit-Russische vrouwen werken voor ...