Weinig wijnen vertonen zo'n verscheidenheid als champagne, zowel in prijs als in kwaliteit. En raar maar waar : elders wordt betere champagne gedronken dan in Frankrijk.

Herwig Van Hove

Buiten Frankrijk wordt het imago van de ?godendrank? bijna uitsluitend gedragen door de grandes marques. Op de 63 miljoen flessen die in 1996 werden uitgevoerd, kwamen er 56 miljoen uit de kelders van deze grote champagnehuizen, 5 miljoen van coöperaties en 2 miljoen van individuele wijnboeren. In Frankrijk zelf ligt die herkomst totaal anders : in dezelfde periode dronken de Fransen 160 miljoen flessen, waarvan 50 miljoen van champagneboeren, 95 van de grote huizen en 15 uit coöperaties. Zo komt het dat champagne bij onze zuiderburen niet hetzelfde aureool van excellentie heeft als bij ons. Hij kost er minder en is ook gemiddeld veel minder van kwaliteit.

Een twintigtal grote merken zorgt voor 75 procent van de uitvoer : het beste gaat naar het buitenland. Daarvoor wordt wel een prijs betaald : 6,8 miljard FF in 1996. Een enorm bedrag, want bordeaux haalt met zijn uitvoer ?maar? 5,2 miljard en bourgogne ?slechts? 2,6 miljard. Alleen cognac doet beter : 9 miljard FF in 1996. 90 procent van alle cognac wordt in het buitenland verbruikt.

De totale omzet van het champagnefenomeen binnen en buiten Frankrijk bedraagt 15,6 miljard. Wat de uitvoer betreft, staat 43 procent van de centen voor slechts 37 procent van de flessen. Niet verwonderlijk dus dat champagne in het buitenland duurder (73 FF per fles) is dan in Frankrijk zelf (54 FF per fles).

De belangrijkste prijsfactor bij de champagneproductie is de noodzakelijke, jarenlange lagering op de gistrest. Hierbij komen ontbonden gistresten (autolyse) met hun fijne geuren en smaken vrij, waardoor champagne in de mond een aantrekkelijk complexe geheimzinnigheid verwerft. Deze jarenlange immobilisatie brengt natuurlijk kosten mee en deze drukken op de verkoopprijs. De meeste grote merken lageren drie jaar terwijl de wet slechts één jaar verplicht stelt. Echt grote merken zoals Bollinger en Krug lageren tot wel 6 jaar, Salon brengt nu zijn 1983 uit die 12 jaar gelagerd is een record.

Te goedkope champagne kan dus niet goed zijn. De Belgen weten het onderhand wel : ze geven gemiddeld 65 FF voor een fles en drinken per hoofd haast een halve liter per jaar. Hiermee komt de Belgische champagneconsumptie op de derde plaats in de wereldranglijst : eerst Frankrijk met twee liter, dan Zwitserland met iets meer dan een fles per man, en dan de Belgen. Hierbij moet men er nog rekening mee houden dat de helft van onze landgenoten op minder dan 50 km van de grenzen woont : er is veel directe invoer via Luxemburg en vanuit Frankrijk.

MILLENNIUMGEKTE

De champagnewereld komt stilaan in de ban van het millennium : het fameuze jaar 2000. Het oogstjaar 1995, dat in zijn gejaarmerkte versie tegen dan uitbundig zal worden gedronken, werd speciaal daarvoor ten opzichte van 1994 met aangedikte rendementen bedacht. Terwijl in '94 een hectare van de goddelijke champagnegrond 9000 kg druiven mocht opbrengen met daarbij nog 600 kg als reserve, werd het toegelaten rendement in 1995 verhoogd met wel 22 procent tot 11 ton per hectare. Maar ook het millesime 2000, dat nota bene nog geboren moet worden, wordt op voorhand opgeblazen en in de sterren geschreven. Grote bordeaux en grote champagne van het jaar 2000 zal immers nog minstens 100 jaar lang de veilinghuizen teisteren : die kunnen dus niet slecht zijn, ze zijn nu al collector's items.

Maar ook op andere manieren zorgt men er wel voor dat er genoeg champagne komt : op 10 jaar tijd, van 1985 tot 1995, is het toegelaten champagneareaal met 22,5 procent toegenomen tot 30.559 hectaren. Men verwacht dan ook voor het millenniumjaar een verkoop van 300 miljoen flessen, waarvan 85 procent van het ?gewone? Brut-type.

De meeste grote huizen doen voor de millenniumwissel iets speciaals. Zo bottelde Roederer van zijn Cristal 1990 2000 Methusalems (elke fles bevat de inhoud van 8 gewone flessen), waarop kon worden ingetekend voor 2000 dollar per fles : een ideetje van baas Jean-Claude Rouzaud dat al 4 miljoen dollar opbracht, lang voor de milleniumhysterie echt kon toeslaan. Pol Roger komt met een Cuvée Sir Winston Churchill 1988, Charles Heidsieck met een prestige cuvée Blanc des Millénaires, Gosset zal voor de gelegenheid zijn cuvée Célébris nog wat meer luister bijzetten, Moët komt met een speciale Jéroboam van Dom Pérignon 1993. Voor zover bekend wordt er geen gewone Brut speciaal gebotteld, en dat is jammer want daar ligt het grootste deel van de te verwachten verkoop.

De millenniumgekte is trouwens al op gang gekomen : in 1996 werd een absoluut record aantal flessen verkocht : 256 miljoen, een nooit geziene hoeveelheid in de champagnegeschiedenis.

VERSCHEIDENHEID

Het appellationgebied van champagne is zó massaal groot en zó verspreid over wel 10.000 merken, dat men nauwelijks van een appellation in de zin van bodemgebonden product kan spreken. Alle kenmerken van een doorsnee Franse AOC zoals bodemreferentie, jaargetrouwheid en basiswijnstoksoorten, worden trouwens juichend weggemengd. 90 procent van alle champagne is van het Bsa (Brut sans année)-type waarbij een cuvée wordt gemengd uit verschillende jaren, verschillende percelen en uit een wisselend gehalte van drie druivensoorten. In alle andere Franse AOC's worden dergelijke praktijken geklasseerd als fraude. Maar zelfs het bijmengen van een finale zoete kandij-opstoot ( liqueur d'expédition), is bij champagne de (gewaardeeerde) regel, terwijl hiervoor destijds in Duitsland meer dan 50 grote wijnbouwers achter de tralies zijn gegaan. Champagne wordt niet gedomineerd door de origine, wel door het merk, zoals dat ook het geval is bij cognac of port.

In de communicatie rond het product is tot voor kort nooit rekening gehouden met de verscheidenheid die onvermijdelijk voortvloeit uit het gigantisme van de appellation. De traditionele marketing- en reclamestrategieën hebben altijd de universele kwaliteit van de grote plas geprezen : Il n'est champagne que de la Champagne. Alles wat parelde en in de omstreken van Reims gebrouwen werd, ambieerde de absolute excellentie. Nu kan een kind proeven en weten dat dit niet strookt met de werkelijkheid. Al was het maar aan de prijzenwaaier : een fles Krug kost duizenden franken, terwijl men ook champagne kan kopen voor 350 fr. per fles. In werkelijkheid is meer dan de helft van alle champagne niets meer dan waardeloze, overzure, piepjonge schuimwijn.

Door het genadeloos beklemtonen van de zogenaamde universele kwaliteit is de zin voor nuance verloren gegaan. Een recent onderzoek van 7600 Franse persteksten bracht deze teloorgang aan het licht en was aanleiding voor het CIVC (Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne) om een Carnet te publiceren met de champagnetypologieën en met de Franse woorden ervoor. (Maar nog steeds zonder kwalitieve beoordeling bij een professionele organisatie ligt dat natuurlijk moeilijk).

Deze woordenorgie is typisch voor de manier waarop men in Frankrijk wijn benadert en proeft. Eerst worden vier verschillende accenten in stijl onderscheiden, geassociëerd met vier humane elementen : lichaam ( corps), geest ( esprit), ziel ( âme) en hart ( coeur). Die vormen de hoeken van een vierhoek waarbinnen vele andere emotionele accenten mogelijk zijn. Van de hoek corps naar de hoek esprit ontmoetten we bijvoorbeeld : sensualité, charme en intelligence. Van corps naar coeur vinden we sensualité, passion en tendresse. En op de weg van esprit naar âme vinden we : intelligence, romantisme, passion, extase en mysticisme.

Met deze abstracte emotionele sensaties wordt elk type van champagne, van brut tot demi-sec, geassocieerd. Het systeem wordt verder genuanceerd met les mots à sensations, met een vocabulaire de circonstances en ten slotte nog met een vocabulaire gourmand.

Nemen we als voorbeeld de hoek corps. Vlakbij staat de emotionele sensatie sensualité en het bijbehorende type is Brut non millésimé à dominance pinot noir. De woorden die de ervaring in de mond moeten weergeven zijn : verse boter, biscuitgebak, truffel, viooltjes, peper, tabak met eigenschappen zoals rechtuit, puntig, ruim, sterk, zacht, rustiek, levendige schuimkraag... het houdt niet op. De ambiancewoorden in deze hoek zijn : festijn, dorpsfeest, landelijke maaltijd, oogstfeest. Met gerechten als : stoofpot, gans, andouillette, braadhen en kalfsblanquette.

Zo'n voorgekauwd vocabularium maakt enige nuancering mogelijk, maar lost de kern van het probleem, namelijk de veel te ruime kwaliteitswaaier onder dezelfde AOC, niet op.

Links : voor de millenniumwissel zal Gosset zijn cuvée Celebris extra luister bijzetten. Roederer-baas Rouzeau liet voor de gelegenheid van zijn Cristal 1990 2000 Methusalems bottelen.

Krug is nu, na zes jaar lagering, aan zijn '89.