Een atypische Bollinger

Er is de laatste tijd veel te doen rond de territoriale uitbreiding van de zogenaamde 'champagneappellation'. In wezen is champagne geen appellation maar een grootschalige, door merken gedomineerde lifting van schrale, ondrinkbaar zure kleine wijntjes die gemaakt worden op de noordergrens van waar wijnbouw nog mogelijk is. Champagne groeit niet in de wijngaarden maar wordt gemaakt : de wijn wordt gemengd overheen de jaren, de percelen en de druivensoorten, tot een merkgetrouw product.
...

Er is de laatste tijd veel te doen rond de territoriale uitbreiding van de zogenaamde 'champagneappellation'. In wezen is champagne geen appellation maar een grootschalige, door merken gedomineerde lifting van schrale, ondrinkbaar zure kleine wijntjes die gemaakt worden op de noordergrens van waar wijnbouw nog mogelijk is. Champagne groeit niet in de wijngaarden maar wordt gemaakt : de wijn wordt gemengd overheen de jaren, de percelen en de druivensoorten, tot een merkgetrouw product. Champagne is ongetwijfeld een onovertroffen marketingsucces. Vooral sinds de bubbelwijn geassocieerd wordt met een premaaltijddrank begeleid door fijne feestelijke hapjes. Vanaf de jaren 1950 al werd champagne van bij het dessert weggehaald en als aperitief gepositioneerd. Getuige een wijnschrijver van toen, zoals J.R. Roger : "Te dikwijls schenkt men champagne brut bij het dessert, een afschuwelijke mode." Of ook Dr. Ramain : "Een grote droge champagne drinken bij het einde van de maaltijd betekent een drievoudige misdaad : hij blijft hard, bevordert de spijsvertering niet en verdringt sauternes van zijn plaats." Het gevolg van deze positionering als aperitief is enorm : in 2007 werden 340 miljoen flessen verkocht. En er zijn plannen om de productieregio (nu 33.500 ha over 319 gemeenten) uit te breiden met een veertigtal bijkomende gemeenten. De hectareprijs van een tot champagnewijngaard gepromote landbouwgrond schiet daarbij van 4000 naar 1,2 miljoen euro. Vierhonderd gemeenten stonden te trappelen, slechts veertig werden uitverkoren. Maar er is meer. In alle stilte heeft het CIVC (Comité Interprofessionnel des Vins de Champagne) in 2007 alvast het toegestane hectarerendement verhoogd van 13 naar 15,5 ton druiven. Dat komt neer op ca. 100 hectoliter per hectare, evenveel als het rendement van de laagst geklasseerde witte wijnen in Duitsland of Luxemburg. Ook werd toegestaan om te oogsten bij 9 graden potentiële alcohol in plaats van 9,5. Deze halve graad betekent veel meer dan men zou vermoeden, namelijk 8,5 gram suiker per liter of 6,4 gram per fles of een meerverbruik van suiker van meer dan 2000 ton voor heel de champagneproductie. Druif en suikerbiet reiken elkaar de hand. En er is nog meer. Het werkelijke druivenrendement van een hectare in Champagne is al lang veel groter : gemiddeld 23 ton. Maar de plukkers laten tot 40 procent van de druiven, gewoonlijk deze van de buitenste rijen van de percelen, gewoon hangen om niet boven de toegestane rendementen uit te komen. Daarom begint men zich in de Engelse wijnpers terecht af te vragen of het niet beter zou zijn om alles te oogsten eerder dan om het gebied uit te breiden. De (grote) reputatie van champagne wordt uitsluitend gedragen door grote huizen zoals Bollinger, Roederer, Pol Roger of Krug. De rest - tot 90 procent - is eerder middelmatig van kwaliteit. Maar zelfs Bollinger is onder de grote vraagdruk van de consumentenmarkt bezweken en heeft het moeilijke jaar 2003, te onevenwichtig voor grote wijn, als gemillésimeerd op de markt gebracht. Dan weliswaar niet onder de noemer grande année, maar als 2003 by Bollinger. Ze viseren daarmee vooral de Amerikaanse markt die juist nu, met de zwakke dollar, begint in te krimpen (min 33 procent in 2007). In het glas komt een volle kleur en een fijne pareling door de lange rusttijd op de gistrest van de tweede gisting. De pinot-noirneus is wat scherp, vers, rauw en mist de karakteristieke romigheid van een echte grande année, maar ruimt wel goed bij opschudden en ontwikkelt dan de typische geur van fijne biscuit. De smaak is ietsje ruw maar zeer levendig in de aanzet en ook in de finale, dankzij de perfecte lage dosering. Een beetje 'gewoon' voor Bollinger, maar hij kan wel heel goed passen aan tafel bij edele, verse zeevruchten en lauwe kreeft. Zelf zeggen de Bollingermensen : " Un vin totalement atypique dans l'histoire de Bollinger." Ze hebben gelijk. Door Herwig Van Hove / Illustratie Geert Vervaeke