Vier uur. Een schabouwelijk uur om door het schelle muziekje van mijn gsm te worden gewekt. Maar het gaat plots een stuk beter als ik besef wat het doel is van deze ochtendlijke marteling. Yeah ! Ik ga ballonvaren over Cappadocië.
...

Vier uur. Een schabouwelijk uur om door het schelle muziekje van mijn gsm te worden gewekt. Maar het gaat plots een stuk beter als ik besef wat het doel is van deze ochtendlijke marteling. Yeah ! Ik ga ballonvaren over Cappadocië. Kwart voor vijf staat een transitbusje voor de ingang van het hotel. Er zit nog een handvol slaperige gezichten in. Het weer zit mee : het is een heldere nacht en als kers op de taart schittert de volle maan boven het dal. Lars Möre en Kaili Kidne, de eigenaars van Kapadokya Balloons, wachten ons op in Göreme. Het Zweeds-Engels stel laat zich niet verstoren door het vroege uur en is al druk in de weer het materiaal op te laden. We krijgen een kop hete koffie toegestopt, die ook dienst doet als handwarmer. Op de Turkse hoogvlaktes kan het 's nachts fel afkoelen, tot temperaturen die vervaarlijk naar het vriespunt neigen. Lars lanceert een met helium gevuld testballonnetje. Aan de hand daarvan noteert hij de windrichting en snelheid in de hogere luchtlagen. In functie van de metingen wordt een geschikte vertrekplek bepaald. We vertrekken in een stevige jeep van Duitse makelij met een indrukwekkende mand achter ons aan. De vertrekplek die Lars voor vandaag heeft uitgezocht, blijkt al ingenomen door een andere vroege vogel. Kapers op de kust ? Hoewel Kapadokya Balloons de enige erkende organisatie is, die de vereiste licenties op tafel kan leggen, hebben enkele lokale compagnietjes geld geroken en nemen argeloze passagiers mee tegen dumpprijzen in verouderde ballons. "Het nylon van sommige ballons is zo dun geworden als kaasdoek", verduidelijkt Lars. Hun aanwezigheid zint hem duidelijk niet. We rijden een eindje verder. Een uitgestrekte strook grasland blijkt geschikt voor een tweede poging. Als extra check laat Lars nog een heliumballonnetje op. Positief, oké. Het uitladen kan beginnen. Geroutineerd wordt het dik pak nylon van de ballon uitgerold en met een krachtige blazer met lucht gevuld. De branders worden getest en spuwen hun lange, likkende vlammen over het nylon uit. De zon kondigt met een lichtroze gloed haar komst aan. Bij de einder tekent de heuvel waarop het dorpje Uchisar is gebouwd tegen een achtergrond van irreële kleuren. Maar de maan wil nog van geen wijken weten en schittert boven de vallei. Ondertussen heeft de ballon zich bolrond opgericht. Een stevig touw houdt het luchtschip in bedwang . "Everybody on board", beveelt de kapitein. Het lukt een corpulente Amerikaanse dame niet om met een elegante benenzwaai in de mand te stappen en ze tuimelt als een log pak over de rand. Bij de andere passagiers verloopt het iets vlotter. Een Aziatische man, beladen met een halve winkel aan fotoapparatuur, spoedt zich naar een hoek in de hoop het beste plaatsje te hebben weggekaapt. Zijn vrouwtje komt amper met het hoofd boven de mand uit. We zijn met zijn achten en als iedereen uiteindelijk zijn plekje heeft gevonden, blijkt het best comfortabel. Op bevel van Lars wordt het touw losgekoppeld en geruisloos verheft de mand zich en zweeft over de grasvlakte een ravijn tegemoet. Even klem ik de rand stevig vast als de grond onder ons verdwijnt en we over een gapende diepte zweven, waarin grillige rotsen zich als puntige stekels oprichten. Niemand geeft een kik. De betoverende schoonheid van de glooiende, rimpelige rotsflanken badend in het rozige licht van de opgaande zon, heeft de uitwerking van een zalig roesmiddel. Langgerekte schaduwen tekenen zich als spookachtige gedaantes af tegen de zanderige bodem. We zweven rakelings boven de kruin van een populier. Lars buigt zich over de rand van de mand en plukt een blad van de boom. Dan plots trekt hij de gaskraan helemaal open en onder het geraas van de spuwende vlammen maakt de ballon zich los uit de smalle kloof. We stijgen tot op zo'n vijfhonderd meter. Een grandioos panorama strekt zich rondom ons uit. Lars laat de ballon traag walsend door de lucht draaien, zodat elke passagier van àlle richtingen kan genieten. Op die hoogte krijg je een perfect overzicht van het geërodeerde landschap dat zich miljoenen jaren geleden op spectaculaire wijze heeft uitgesneden uit het Anatolisch Hoogland. Hoe al dit moois is ontstaan, vernemen we in een notendop van onze gastheer. In de oertijd, zo'n drie miljoen jaar geleden, was het hier een zeer explosieve bedoening. Hevige vulkaanuitbarstingen van de Erciyes- en Hasan-vulkaan bedekten het plateau met een dikke laag tufsteen. Tufsteen is een mengeling van lava, as en modder en heeft als kenmerk dat het zeer poreus is. Gedurende eeuwen werd het broze gesteente door wind, water en koude afgesleten, terwijl hardere kernen overeind bleven staan. De vreemde kegels en 'schoorsteenpijpen' zijn daar het resultaat van. "Zo werd dit surrealistisch landschap beetje bij beetje geschapen", besluit Lars zijn bondige aardrijkskundeles. Maar niet alleen blijkt Cappadocië geologisch een interessante streek. Deze wondermooie plek op aarde wordt wel eens 'de wieg van de beschaving' genoemd. Er werden overblijfselen van nederzettingen blootgelegd die teruggaan naar 8000 v. Chr. Hettieten, Frygiërs, Galaten, Romeinen, Byzantijnen, Seltsjoeken en Osmanen vochten ervoor en vestigden er hun heerschappij. Ook de grote veroveraars als Alexander de Grote en Timoer Leng verkozen de plek die de doorgangsweg vormde tussen Azië en Europa voor een invasie. Deze 10.000 jaar van menselijke aanwezigheid liet uiteraard sporen na. Zowat elke grootmacht kampeerde in de loop der tijden in de rotstuinen van de Cappadociërs. De Romeinen houwden woningen uit de tufstenen rotsen en de Byzantijnen en christenen installeerden er hun kerken en kloosters die ze opfleurden met prachtige fresco's. Omdat de streek op de zijderoute lag, kwamen vanaf de veertiende eeuw handelskaravanen door Cappadocië. De reizigers konden er zich bevoorraden met water en voedsel op hun lange tochten tussen Italië en China. De maan heeft intussen plaats geruimd voor een stralende zon. We vliegen boven het dorpje Göreme dat zich letterlijk te midden van de puntige rotskegels en de toverschoorstenen heeft genesteld. Onze kapitein wijst ons op een verzameling krijtwitte rotsen die als een gedrapeerd lappendeken een klein dal omsluiten. Het blijkt het Göreme Openluchtmuseum te zijn : een uit de tiende en dertiende eeuw daterend kloostercomplex, gehouwen uit de rotsen. In de talrijke Byzantijnse kerken, kapellen en tombes vallen unieke fresco's met kleurrijke scènes uit het Oude en Nieuwe Testament te bewonderen. Het zijn belangrijke getuigenissen van het Anatolisch christelijk verleden. Het diep gewortelde christelijke geloof wist zich zelfs tijdens het Ottomaanse Rijk, na de val van Byzantium, tot eind negentiende eeuw, (weliswaar in de sterke minderheid) in sommige streken kunnen handhaven. De wind drijft ons richting Uchisar. Lars besluit een grapje met ons uit te halen. Hij gooit het populierblaadje uit de mand dat hij tijdens de vlucht uit de top van de boom heeft geplukt. Het valt langzaam cirkelend naar beneden. Dan plots zet hij de luchtkleppen open en doet de ballon dalen, sneller dan het blad, dat boven onze hoofden komt te zweven en de misleidende indruk wekt te stijgen. We zijn in de Duivenvallei (Pigeon Valley) gedaald en verrassen een zwerm witte tortelduiven in hun vlucht. Hun ooit massale aanwezigheid verklaart waaraan deze vallei haar naam te danken heeft. In de rotsen bevinden zich honderden kleine holen. Het zijn de fraaiere versies van onze Vlaamse duiventillen. Duiven waren er tot in de helft van de vorige eeuw van levensbelang voor de Cappadociërs. Niet voor de sport of als vredessymbool maar voor de mest, zo blijkt. Wat de miljoenen beestjes aan afval produceerden, gebruikten de landbouwers voor het vruchtbaar houden van hun boom- en wijngaarden. We vliegen rakelings langs enkele ingangen. De hooggelegen duiventillen zijn slechts te bereiken via tunnels of met behulp van ladders. Sommige ingangen vertonen sporen van kunstige versieringen. Het was de traditie dat, als de boeren jaarlijks de mest kwamen ophalen, de duiventillen meteen ook een grondige opknapbeurt kregen. Sommige werden daarbij rijkelijk gedecoreerd door lokale kunstenaars, met verven gemaakt van pigmenten op basis van kruiden en bloemen vermengd met gips en eiwit. Behendig leidt Lars de ballon door een smalle kloof. Hoewel het technisch uitgesloten is een ballon te sturen, kan de richting min of meer bepaald worden door op de werking van de verschillende luchtlagen in te spelen. Dit is duidelijk onze piloot zijn ding. In tegenstelling tot vele commerciële ballonvluchten die slechts een omgekeerd 'U'-traject beschrijven, varieert Lars onophoudelijk van hoogte en richting. Hij laat ons genieten van de spectaculaire steenformaties wanneer hij als een grote langzame vogel langs de hellingen scheert. "Dit is uiteraard voorbehouden aan ervaren piloten", drukt Lars ons lachend maar welgemeend op het hart. Aan de voet van het op een heuvel gelegen dorpje Uchisar laat hij de ballon zakken tot enkele meters boven de grond om vervolgens het gevaarte beetje bij beetje weer de lucht in te trekken. We scheren over de daken van de huizen. Een vrouw met haar baby op de arm wuift ons enthousiast toe. Het schilderachtige dorpje ligt onder onze voeten. Op de top van de heuvel varen we geruisloos het massieve fort voorbij. Een nieuw weids panorama strekt zich voor ons uit. Er wordt weinig gepraat tijdens de vlucht. Iedereen is onder de indruk van het prachtige, steeds wisselende spektakel dat zich voor onze ogen afspeelt. Het door de ochtendmist omfloerste zonlicht vult de diepe groeven in de aardkorst. Rotsen weerspiegelen zich met zware, lange schaduwen op de witte kalkrijke aarde. Hoe hoger we stijgen, hoe blauwer en ijler het licht wordt. Vanuit de hoogte heeft het landschap veel weg van een maanlandschap, bezaaid met kraters, op brutale wijze doorkliefd door de natuurkrachten. Puntige rotskammen slingeren zich als grillige linten tot aan de einder. Her en der liggen kleine hooggelegen akkers verspreid tussen de kloven. De regelmatige patronen van de gecultiveerde boomgaarden en wijnvelden vormen een schril contrast met de ruwe contouren. Ook onze kapitein geniet merkbaar van deze ochtend. Zelfs na twaalf jaar is elke vlucht nog steeds opnieuw een belevenis. "Elke ballonvaart is anders", vertelt hij terwijl hij de kraan van de branders nog eens flink aantrekt. "Ik weet nooit op voorhand precies welk traject we zullen volgen. De windrichting, het weer, de seizoenen maken dat elke vlucht anders wordt. Elk dal, elke kloof is een kleine ontdekkingsreis. Soms zien we ook dieren. Wilde geiten, steenmarters, wezels, vossen en met heel veel geluk een lynx." We hebben dan wel geluk met het weer, de dieren laten het vandaag allemaal afweten. Lars, destijds piloot in Frankrijk, ontdekte het toeristisch potentieel van ballontochten boven Cappadocië. "Kaili en ik werkten al jaren samen voor de bekende ballonvaartorganisatie Buddy Bombards. We organiseerden trips in Frankrijk en Europa. In 1990 kwam ik hier voor het eerst met een klein groepje om de streek wat te verkennen... en ik ben er gebleven !" Voor ons is de terugkeer nakend. Lars communiceert via een boordradio met Kaili die vandaag het grondwerk verricht. Ze overleggen waar de landing zal plaatsvinden. Het wordt een open veld te midden van de wijngaarden. "Pas enkele minuten voor de landing kunnen we de precieze plaats bepalen, afhankelijk van de windrichting en de windsterkte", wordt ons verduidelijkt. Vandaag staat er slechts een licht briesje, dus het belooft een zachte landing te worden. Enkele minuten later laat de piloot nogmaals een staaltje van zijn kunnen zien en landt precies boven op de trailer ! Van precisie gesproken. Het grondteam laat de champagnekurken knallen en de wonderbaarlijke ervaring wordt met bubbels gevierd. n Tekst en foto's Kat de BaerdemaekerGedurende eeuwen werd het broze tufsteen door wind, water en koude afgesleten, terwijl hardere kernen overeind bleven staan, als 'schoorstenen' in de vallei. Duiven waren van levensbelang. Niet voor de sport maar voor de mest. Wat de miljoenen beestjes in de vallei achterlieten,gebruikten de Cappadociërs in hun boom- en wijngaarden.