koen fillet

Ik til, ik buk, ik tart mijn rug. Ik pas en meet en steen voor steen verschijnt een pad. Het is zaterdag, vader maakt zich nuttig. Ken je dat soort werkjes, Linda, dat twintig jaar ligt te wachten op een geschikt moment ? Vandaag wordt de voordeur verbonden met de straat. Eindelijk.
...

Ik til, ik buk, ik tart mijn rug. Ik pas en meet en steen voor steen verschijnt een pad. Het is zaterdag, vader maakt zich nuttig. Ken je dat soort werkjes, Linda, dat twintig jaar ligt te wachten op een geschikt moment ? Vandaag wordt de voordeur verbonden met de straat. Eindelijk. En toen voelde ik ogen in mijn rug. Buurman. Aroul zeggen de kinderen, maar zo heet hij niet, ze gooien zijn letters door elkaar. Handen in zijn zakken. Aroul is iemand van de stiel. Dat is stielmannenjargon voor iemand die in de bouw werkt. In alles het tegendeel van de bureauman. Dat is stielmannenjargon voor iemand die op een bureau werkt. Ik ben een bureauman. Jij bent ook een bureauman, Linda. Papieren volschrijven is ons vak. Een bureauman die een tuinpad aanlegt, voelt zich ongemakkelijk als hij de ogen van iemand van de stiel in zijn rug voelt. Hij zei het niet, maar hij dacht het wel. Dat dodelijke zinnetje : "Niet slecht voor een bureauman." Misschien dacht hij het niet, maar ik dacht dat hij het dacht. Want natuurlijk deugt mijn tuinpad niet. Het ligt niet volmaakt waterpas, het gaat verzakken. Dat gaat hij allemaal zeggen, je zult het zien Linda. Nu denkt hij het alleen nog maar, maar straks gaat hij het zeggen : "Is dat zand ?" Ja, rijnzand. Daar had ik over nagedacht : rijnzand. Witzand is voor de voegen. Punt voor mij. "Hm. Rijnzand met cement ?" Shit, ik had er toch cement onder moeten mengen. En ik heb de steentjes niet voldoende aangestampt. "Met een rubberhamer moet je dat doen Koen, niet met die stalen hamer, daarmee sla je de stenen kapot." Ik weet het Aroul, ik weet het. "En is dat gewone baksteen ? Eén grimmige winter en die zijn kapotgevroren, ik voorspel het je." Dat had hij allemaal kunnen zeggen, maar hij zei het dus niet. Aroul is de vriendelijkste buurman van de wereld. Kapotgewerkt. Je ziet dat aan zijn handen en aan de kromming van zijn rug. Aroul bukt zich niet meer op zaterdag, die tijd is voorbij. Hij zei iets over het weer, dat het een mooie dag is. Over de kastanjebomen op het pleintje. Over de kinderen wellicht of over de burgemeester, ik weet het niet meer. Want in mijn hoofd was niets dan rijnzand, bakstenen en twijfel. En de stille berusting dat mijn tuinpad slechts een bureaumannentuinpad is. www.koenfillet.be Ik, een bureauman ? Zelfs geen bureauvrouw, Koen. Twintig jaar geleden misschien. Toen ik mijn kopij in drievoud inleverde, na lardering met carbonpapier en driftig hanteren van het potje Tipp-Ex. Herinner je je de geur nog van die blunderkalk ? En de brokkelige textuur van dat spul, als het potje al een poos in gebruik was ? Ha, de charme van het ambachtelijke schrijven. Maken ze dat eigenlijk nog, Tipp-Ex, of hoort het thuis in een expo van memorabilia uit het predigitale tijdperk ? Zoals ikzelf eigenlijk. Pas op, op dagelijkse basis trek ik aardig mijn plan op de computer. Maar het is toch voornamelijk doen alsof. Want eigenlijk gebruik ik dat ding louter als een geavanceerde typemachine. En o wee als die aan updating toe is, zoals vorige week. Nieuwe Windows, nieuwe versie van Word. Net nu deze one trick pony zowat alle basisfuncties van de oude onder de knie had. Waarom moet alles altijd veranderen ? En waarom wil de printer thuis niet meer printen ? In zo'n geval moet er een man aan te pas komen, Koen. Ik weet het, er bestaan ook vrouwelijke computerfreaks. Sommige collega's komen aardig in de buurt. Noem mij seksistisch, beschuldig mij van verregaande tuttigheid. Maar niets is zo geruststellend als een kerel die zijn stoel naast de mijne schuift en zegt : "Kom hier kind, ik zal dat even voor je opknappen." Zo'n man die bovendien de lavabo in de badkamer ontstopt, maakt dat zowel de video- als de dvd-speler werken, zij het niet tegelijk, het rolluik van de garagepoort repareert en de badkamer betegelt. Bij dat laatste wil ik zelfs helpen : tegellijm smeren of filet americain smeren, wat maakt het uit ? En er dan met zo'n kam voren in trekken, ook best gezellig. Maar kan ik het helpen dat ik voor de rest liever knopen aannaai, een handwasje pleeg, hemden strijk, verse soep maak en klieder met avocado's en rivierkreeftjes ? Gruwelijk rolpatroonbevestigend, ik weet het, maar wat kan het mij eigenlijk bommen ? Met passen en meten, bukken en tillen steen voor steen een tuinpad aanleggen en daar in vrij vers over berichten : eerlijk gezegd, ik wist niet dat je het in je had, Koen. Rijnzand mét of zonder cement ? Pff, zolang het geen drijfzand is. Mag ik langs deze weg uitdrukking geven aan mijn ontzag en je vrouw aanmanen allebei haar pollen te kussen ?In deze tweewekelijkse brievencolumn buigen Linda Asselbergs van Weekend Knack en Radio 1-journalist Koen Fillet zich over prangende kwesties.