De trek naar de steden lijkt onomkeerbaar en voltrekt zich wereldwijd, al zijn de drijfveren erachter niet altijd duidelijk. Er is ongetwijfeld het verlangen naar materiële welstand, naar vast werk, naar gezelschap misschien. Een verlangen naar regelmaat, vastheid, het comfort van stromend water, van elektriciteit, van beschutting, en van een eigen plek, gevoed door de droom van een beter leven. En toch is die trek zeer recent, minder dan anderhalve eeuw. Het sedentaire tijdperk zelf begon niet langer dan 10.000 jaar geleden, met het ontdekken van de mogelijkheid om zelf te oogsten wat gezaaid werd. De ontluikende landbouw maakte een einde aan de noodzaak tot rondtrekken, want de mens was per definitie een nomade, miljoenen jaren lang. Een zwerver die meegedreven werd op het ritme van de seizoenen en de wisselende mogelijkheden van wat de natuur voortbracht aan vruchten, zaden, fruit en migrerend wild.
...

De trek naar de steden lijkt onomkeerbaar en voltrekt zich wereldwijd, al zijn de drijfveren erachter niet altijd duidelijk. Er is ongetwijfeld het verlangen naar materiële welstand, naar vast werk, naar gezelschap misschien. Een verlangen naar regelmaat, vastheid, het comfort van stromend water, van elektriciteit, van beschutting, en van een eigen plek, gevoed door de droom van een beter leven. En toch is die trek zeer recent, minder dan anderhalve eeuw. Het sedentaire tijdperk zelf begon niet langer dan 10.000 jaar geleden, met het ontdekken van de mogelijkheid om zelf te oogsten wat gezaaid werd. De ontluikende landbouw maakte een einde aan de noodzaak tot rondtrekken, want de mens was per definitie een nomade, miljoenen jaren lang. Een zwerver die meegedreven werd op het ritme van de seizoenen en de wisselende mogelijkheden van wat de natuur voortbracht aan vruchten, zaden, fruit en migrerend wild. Ik begrijp de charme van de grootstad wel, en laat me er op geregelde tijden door betoveren, omdat de stedelijke dynamiek een wezenlijk onderdeel geworden is van ons eigen aangeleerde en onnatuurlijke ritme. Een weekje New York kan wonderen doen om aan de alledaagse sleur te ontsnappen, en geeft voedsel aan de zucht naar vernieuwing die onze maatschappij zozeer in haar greep houdt, en die door de consumptiekoorts nog verder wordt aangezwengeld. En toch is het de stad zelf met haar beklemmende ritme, verkeerslichten en files die ons doet terugverlangen naar de natuur en het buitenleven. Naar weidsheid ook, naar stilte en tijdloosheid. Dat hebben de horlogecreateurs van Hermès recentelijk perfect begrepen toen ze hun model Le Temps Suspendu bedachten, dat de drager ervan toelaat om via een druk op de knop het uur uit te schakelen en van de quality time te genieten. Nieuwe luxe is gestoeld op ruimte en tijd, en die zijn vooral buiten te vinden, in een natuur die geen dwingende ritmes oplegt behalve het ritme van dag en nacht. Die hang naar een leven outdoor lag ook aan de basis van Henry David Thoreaus verlangen om aan het Nieuwe Leven te ontsnappen. De Amerikaanse schrijver wilde zich volledig aan die behoefte overgeven toen hij zich in 1845 in een hutje aan het Walden Meer in Concord in de natuur terugtrok, daar twee jaar bleef wonen, en die ervaringen neerpende in Walden or Life in the Woods. Anderhalve eeuw later nog altijd een zeer lezenswaardig boek. Als kind had ik nog nooit van Thoreau gehoord, maar besefte ik wel dat er veel mis was met een maatschappij die kinderen in de fleur van hun leven, en voor pakweg twee decennia, opsloot in scholen waar ze acht uur per dag op een bank gezet werden, verplicht om stil te zitten en naar een meester te luisteren. Iets wat we dan nog als een vorm van beschaving zien. Natuurlijk waren er uitzonderingen als Rudolf Steiner, Thoreau zelf, en zijn soortgenoten, die de jonge mensen in een breder kader wilden zien opgroeien. Maar eigenlijk bleven dat zonderlingen, die met een scheef oog werden bekeken door een maatschappij die naar conformiteit streefde, naar efficiëntie en winstbejag, en daarmee elke vorm van eigenheid ging bannen. Wie niet in het systeem paste, werd als een marginaal bestempeld, en dat klonk niet bepaald als een compliment. In datzelfde systeem krijgen levendige kinderen die willen bewegen nu medicatie en het etiket van onhandelbaar opgeplakt. En toch blijft de natuur de mooiste achtergrond om in op te groeien en later in te gedijen. Omdat het sleutelwoord ontsnappen is. Ontsnappen aan bekrompenheid, kleingeestigheid, vooringenomenheid. Het begint al bij de geboorte, die niet toevallig gelinkt wordt aan het woord 'verlossing' en uitzicht biedt op ruimte, op ontplooiing, omdat de natuur oplossingen te over aanreikt voor een leven in verscheidenheid. Tenminste voor wie het geduld kan opbrengen om te kijken en te luisteren, te ruiken en te voelen, te ondergaan. Alleen staat geduld zelf al lang niet meer ingeschreven in het register van een maatschappij die zichzelf voorbijholt, op weg naar nieuwe prikkels en gewaarwordingen. Mijn mooiste herinneringen blijven verbonden aan het ritme van de traagheid : een nacht in de openlucht in de woestijn, met uitzicht op het langzaam kantelende heelal, een dag op zee, zeilend op het ritme van de wind en de stromingen. Ontwaken in een cabane, met uitzicht op beboste heuvels, een rit te paard door Patagonië, een korte, vrijwillige ballingschap op een klein eiland, een vredige plek met uitkijk over de oceaan in Big Sur, waar Henry Miller de laatste jaren van zijn leven sleet en zijn verbondenheid met zijn eigen materiële behoeften abrupt de keel oversneed door elk jaar in een vreemdsoortig ritueel zijn verworvenheden van de afgelopen twaalf maanden in de oceaan te dumpen. Het Echte Leven speelt zich buiten in de natuur af, en noopt tot bescheidenheid en reflectie. Ik ben geen backpacker en ook geen groene predikant, eerder een clochard de luxe die op gezette tijden de behoefte voelt om te ontsnappen, en daarom heb ik voor een schrijfplek gekozen waar ik urenlang met de rug naar de beschaving in stilte kan werken, met uitzicht op het woud. Om daar als niemand anders te beseffen hoezeer de echte luxe in die terugkeer naar de natuur ligt. Waar ik alleen onderhevig ben aan de beperkingen van natuurlijke aard : een plotse regenbui, het ijskoude water van de rivier, de frisse Mistral uit het noorden, een zwerm bijen, de vermoeidheid van mijn kuiten als ik de platgetreden paden al lang achter me heb gelaten. Maar die beperkingen zijn niets tegenover die welke de mens zichzelf in de steden heeft opgelegd. Geblokkeerd verkeer, vervuilde lucht, onuitstaanbaar lawaai, de drukte in het algemeen. Als ik naar de stad terugkeer, is het om boeken te kopen of om brood of water op te halen. Maar lang blijf ik er nooit, en als ik even voor le temps suspendu kies, is het altijd op een terras buiten. Omdat ik de aanwezigheid van muren als belemmeringen ervaar en de drukte van anderen als een last. pierre.darge@knack.be DOOR PIERRE DARGEDe mens was per definitie een nomade, miljoenen jaren lang. Een zwerver die meegedreven werd op het ritme van de seizoenen. Geduld staat al lang niet meer ingeschreven in het register van een maatschappij die zichzelf voorbijholt, op weg naar nieuwe prikkels en gewaarwordingen.