Verlicht door de spookachtige glans van een kerosinelamp ligt een half dozijn mannen uit te blazen rond een heerlijk knetterend kampvuur in de wildernis. Ze spreken een raar taaltje. Quoll, woylie, boodie, bettong, bilby, mala en numbat zijn woorden die vaak terugkeren in het gesprek. Het zijn plaatselijke benamingen van met uitsterven bedreigde diersoorten, inheemse namen van buideldieren die zich 40 miljoen jaar geleden ontwikkelden, afgezonderd van de rest van de wereld. Je vindt ze alleen in Australië, maar misschien niet lang meer. Een twintigtal soorten is al uitgestorven sinds de komst van de eerste blanke kolonisten, zo'n 200 jaar geleden.
...

Verlicht door de spookachtige glans van een kerosinelamp ligt een half dozijn mannen uit te blazen rond een heerlijk knetterend kampvuur in de wildernis. Ze spreken een raar taaltje. Quoll, woylie, boodie, bettong, bilby, mala en numbat zijn woorden die vaak terugkeren in het gesprek. Het zijn plaatselijke benamingen van met uitsterven bedreigde diersoorten, inheemse namen van buideldieren die zich 40 miljoen jaar geleden ontwikkelden, afgezonderd van de rest van de wereld. Je vindt ze alleen in Australië, maar misschien niet lang meer. Een twintigtal soorten is al uitgestorven sinds de komst van de eerste blanke kolonisten, zo'n 200 jaar geleden. In het midden van de groep zit een man ineengedoken in een vouwstoel. Een lange, grijze, pluizige baard rust als een bontstola op zijn ronde borst. Zijn dikke armen hangen langs zijn lichaam. In de linkerhand heeft hij een fles rode wijn en in de rechterhand een zichtbaar veel gebruikte, geëmailleerde kroes. Zijn benen strekt hij uit in de richting van het vuur. "Toen ik begon, was niemand begaan met het redden van Australiës wilde dieren, dus moest ik het wel doen. Ik ben een van de weinige mensen die van iets droomden en die droom ook verwezenlijkten." Deze imposante, veeleisende en ongeduldige man is Dr. John Wamsley (62), oprichter en directeur van Earth Sanctuaries Ltd (ESL), door de Britse professor en milieuactivist David Bellamy onlangs beschreven als "de man die op een rustige manier een revolutie teweegbrengt in het natuurbehoud". We bevinden ons in Scotia Sanctuary, 648 km² bushland juist binnen de westelijke grens van Nieuw Zuid-Wales. Scotia is het grootste van de dertien ESL-projecten, die in totaal 880 km² bestrijken. Er zijn minstens twaalf bedreigde diersoorten, waaronder de langoornestrat, springmuis en teugelstekelstaartkangoeroe, die opnieuw in circulatie moeten worden gebracht. De voltooiing van het wildreservaat vergt een investering van 312 miljoen frank. Tot nu toe werd voor 26 miljoen frank op zonne-energie werkende, computergestuurde omheining geplaatst. Er moet nog 250 km bij komen om konijnen, vossen en wilde katten op een afstand te houden. De vossen (die net als de konijnen zo'n honderd jaar geleden door de Engelsen ingevoerd werden) en de katten (die vierhonderd jaar geleden aanspoelden als overlevenden van Duitse schipbreuken) hebben het Australische wildbestand flink uitgedund. Volgens schattingen worden jaarlijks meer dan drie miljard Australische dieren gedood alleen al door katten. Reden genoeg voor Wamsley om ze uit zijn reservaten te bannen. Toch was het potentiële conflict tussen in- en uitheemse fauna en flora tien jaar geleden nog niet erkend.Wamsley, die velen zich blijven herinneren als de cat man, lokte in 1991 hevige debatten uit over dat thema en hij verwierf internationale bekendheid door een hoed van kattenvel te dragen om een onderscheiding in ontvangst te nemen op de South Australian Tourism Awards. Voor sommige natuurbeschermers was hij een visionaire pionier, maar kattenvrienden lustten hem rauw. Die actie had wel voor gevolg dat de wet werd aangepast. "Ingrijpen wanneer een verwilderde kat inheemse dieren in onze reservaten doodde, was onwettig, dus moest ik die wet veranderd krijgen." "Wetenschappelijk is het helemaal niet bewezen dat katten de oorzaak zijn van het uitsterven van Australische diersoorten in open gebied", zegt zijn felste tegenstandster, Christine Pierson, voorzitster van C.A.T.S. Incorporated in Zuid-Australië. "Wamsley mag dan al vol goede bedoelingen zitten, ze in de praktijk brengen is gewoon wreedaardig." Harry Butler, een van de hoogste milieudeskundigen op het immense eiland, is het daar niet mee eens. "Wamsley en zijn mensen behalen resultaten, terwijl andere milieuexperts mislukken. Waarom? Omdat Wamsley doortastend optreedt. Je moet gewoon zonder pardon alle verwilderde dieren uitroeien." "Hij heeft gelijk", zegt ook David Bellamy. "Ofwel kijk je toe terwijl de Australische fauna verarmt, ofwel zorg je ervoor dat de schadelijke, verwilderde dieren verdwijnen."In Scotia zijn twee jonge mannen, Tyson Holland (19) en Ben Liddle (20), voltijds bezig met het uitroeien van alle uitheemse dieren op de omheinde stukken land. Het is een wedloop tegen de tijd en tijd is geld. Yookamurra, een Earth Sanctuary vlak bij Swan Reach in Zuid-Australië, verloor meer dan vijf miljoen frank omdat men zeven maanden vertraging had opgelopen bij het vangen van de laatste vos. Maar het was een essentiële stap voor edele en zeldzame diersoorten opnieuw veilig konden worden uitgezet, en voor toeristen het reservaat mochten betreden. De sluwe boosdoener werd opgezet en staat nu te kijk in het bezoekerspaviljoen. "Iedereen kan de eerste tachtig procent doden, maar om de laatste exemplaren te grazen te nemen moet je weten hoe je het aanpakt", zegt Holland. De hele dag werden managers, technici en werklieden van Scotia bij het kampvuur ontboden om verslag uit te brengen over de vordering van de werken. Bij iedereen zat de schrik er een beetje in - deze mensen zijn vertrouwd met Wamsleys vurige temperament - omdat ze wisten dat ze op de rooster zouden worden gelegd. De inquisitie duurde verscheidene uren. Nu is het tijd om even uit te blazen. Iemand rakelt het vuur op en de kleine gensters schieten omhoog, de zwarte, maanloze nacht in. Eerder op de dag heeft het plots hevig geregend, de lucht geurt naar kruiden en eucalyptus. "Dit is een uithoek", zegt Peter Harris, de manager van Scotia. "Het enige wat hier vloeit, is bier." 850 kilometer ten westen van Sydney en 470 kilometer ten noordoosten van Adelaide zie je vanuit elke waarnemingspost rode aarde en oude eucalyptusstruiken tegen de horizon. De perfecte omgeving voor numbats. De grijsgestreepte buideldiertjes met zwarte kraaloogjes zijn niet groter dan een eekhoorn en voeden zich met termieten. Ooit liepen ze hier in groten getale rond. Maar in 1982 bleven nog nauwelijks 300 exemplaren over in het droge bos op de zuidwestelijke punt van West-Australië. De toestand was zo rampzalig dat Sir David Attenborough op de televisie voorspelde dat dit de volgende diersoort was die voorgoed van de aardbol zou verdwijnen. Zenuwachtige drukte alom. Honderden bezoekers, experts, journalisten van over de hele wereld en vertegenwoordigers van bijna alle nationale parken in Australië zijn op komst om Scotia's historische gebeurtenis bij te wonen: Numbat Day. Een eerste dozijn van de geplande veertig buideldiertjes, die meer waard zijn dan hun gewicht in goud, worden losgelaten op een omheind stuk land van 4000 hectare dat volledig vrij is van vossen, katten en andere verwilderde dieren. De eerste die opnieuw in Nieuw Zuid-Wales te zien zijn sinds hun uitsterven in deze staat, bijna een eeuw geleden. De twaalf diertjes komen uit Yookamurra, dat een eigen populatie van meer dan 130 stuks bezit. En daar zijn ze pas in 1993 met de kweek begonnen, met amper 15 numbats, geleverd door de West-Australische autoriteiten. Eucalyptusstruiken moeten minstens 400 jaar groeien vooraleer generaties van niet-aflatende termieten voldoende vluchtwegen geknaagd hebben in takken en stronken die geschikt zijn als nest voor een numbat. Voor de blanken er zich kwamen vestigen, bestond ongeveer twintig procent van het continent uit zulke bossen, die voedsel en onderkomen bezorgden aan een overvloed van wilde diersoorten. Vandaag is dat bos bijna volledig verdwenen.Het Western Australia Department of Conservation and Land Management (C.A.L.M.) plukt nu de vruchten van de zware inspanningen die het de jongste twintig jaar heeft geleverd om de numbats over te plaatsen en nieuwe kweekpopulaties aan te leggen. De buideldiertjes zijn stilaan gered van de vergetelheid. Men schat dat er nu weer 1500 in het wild leven. "Maar ik denk dat er nog een lange weg af te leggen valt", zegt Dr. Tony Friend van het C.A.L.M. Het is nog niet zo lang geleden dat Australië zeer slecht scoorde op het gebied van natuurbehoud. In geen enkel ander land ter wereld stierven twee diersoorten uit in de laatste tien jaar. Veel voorkomende populaties, zoals mala (een kangoeroesoort) en bandicoot (buideldas) zijn de jongste jaren verdwenen. Van de zestig soorten zoogdieren die sinds de Middeleeuwen wereldwijd uitgestorven zijn, was een derde in Australië thuis. Meer dan de helft van de zoogdieren die vandaag geregistreerd staan als bedreigd, komen uitsluitend hier voor. Bovendien voorspellen sommige deskundigen dat in de komende 25 jaar nog eens honderd inheemse diersoorten zullen verdwijnen, tenzij er drastische maatregelen worden genomen. Vlaggenschipsoorten als de reuzenpanda, waarvan er nog slechts duizend in het wild leven, zijn in feite talrijker dan bijvoorbeeld de teugelstekelstaartkangoeroe, ooit een van de meest voorkomende kleine kangoeroes in Oost-Australië.Het is zes uur 's ochtends. De opkomende zon werpt een vaalgroene glans op het zeildoek van mijn boshut. Een kookaburra (lachvogel) strijkt neer op een tak, nog geen twee meter van mijn venster en begint zeer enthousiast te kwelen. Geel, zwart en wit gekleurde honingzuigers zoeken in een rode lampenpoetser naar nectar. Vlakbij, in de blauwe eucalyptusbomen en in de acacia's kwetteren roodlelhoningeters, regenboogparkieten en tientallen andere soorten in alle maten en kleuren. Als aubade kan dit tellen. Het is me te luidruchtig geworden om nog te slapen. Zeldzame buideldieren, groot en klein, snuffelen, springen, klimmen en draven daarbuiten. Kleine, bruine buideldassen zijn in het schorsafval koortsachtig op zoek naar insecten. Tammar wallaby's, ooit uitgestorven op het Zuid-Australische vasteland, liggen op de loer onder de grasbomen. Een woylie, een van de kleinste en zeldzaamste kangoeroesoorten, en een koppel luidruchtige potoroo's, door de eerste kolonisten verkeerdelijk springratten genoemd, zoeken naar voedsel in een rottende boomstam. Veel van de kleinere soorten zien eruit als buideldierjongen die zich ontwikkelden met allemaal hetzelfde buidelratsnoetje, maar met een reeks optionele extra's: lange, korte, borstelige en gekrulde staarten, verschillende poten, lijven, kleuren en leefwijzen. Dit is Warrawong Sanctuary, een inheems woord voor bron op de heuvel, een dagreis van Scotia. Hier, in de heuvels van Adelaide, vlak bij het stadje Stirling, begon Wamsley met het realiseren van zijn droom: de Australiërs de unieke aantrekkingskracht van hun wildernis en hun wilde dieren tonen. Warrawong is voor het publiek toegankelijk sinds 1985. Het was de vrucht van bijna 16 jaar zwoegen, het eigenhandig aanleggen van dertig onderling verbonden vijvers met meer dan een kilometer kreken en het aanplanten van meer dan 100.000 inheemse bomen en gewassen. Vandaag strekt Warrawong zich uit over 34,4 hectare, beschikt het over een restaurant en een luxueus tentendorp, een kwekerij die zich toespitst op inheemse planten en een half dozijn unieke habitats, waaronder een miniregenwoud. Toeristen kunnen kiezen tussen een vroege ochtend- en vroege avondwandeling. Tussen licht en donker worden ze rondgeleid door deskundigen die hen laten kennismaken met een ongelooflijk gevarieerde wilde fauna. In de zwarte watervijvers woont een bloeiende populatie vogelbekdieren, die in Zuid-Australië al bijna een eeuw waren uitgestorven. Het zeer succesvolle kweekprogramma (520.000 frank) leverde tot nu toe ongeveer 85 eastern quolls (buidelmarters) op, kleine, inheemse, vleesetende buideldieren die op de poolkat gelijken. Lang werd gedacht dat ze op het vasteland al waren uitgestorven. Warrawong is een van de aantrekkelijkste toeristische pleisterplaatsen geworden. Het heeft niets meer te maken met de afgeleefde melkveeboerderij van 14 hectare die Wamsley kocht in 1969. Jaren eerder was die het voorwerp geweest van enkele mislukte ondernemingen: varkensfokkerij, schapenboerderij, groentekwekerij en dennenplantage. Toen Wamsley het goed kocht, was het in belabberde staat, zonder enige natuurlijke vegetatie. Zestien jaar lang werkte hij er als bezeten, ondanks alle kritiek. Hij begon met niet-inheemse bomen te vellen en ze te vervangen door eucalyptus en acacia. Dat was in de jaren zeventig ongehoord. Hij bouwde een drie meter hoge omheining om vossen en konijnen buiten te houden, én de katten, die hoe langer hoe meer terugkerende inheemse vogels gingen aanvallen.De plaatselijke bevolking was verbijsterd. "Er kwam massaal protest. Wat ik deed, was in hun ogen afschuwelijk." Zijn buren en zelfs zijn vrouw dachten dat hij gek geworden was. "In die tijd was het beleid van het stadsbestuur van Stirling erop gericht de beboste heuvels kaal te slaan en uitheemse planten in de plaats te zetten", zegt Wamsley. "Men had iets tegen inheems. Men geloofde dat onze bomen bosbranden veroorzaakten." In 1975 bereikte de situatie haar kookpunt. Om plaats te maken voor zijn omheining, begon Wamsley uitheemse dennen te rooien aan de kant van de weg. De politie arriveerde, arresteerde hem en sloot hem een tijdje op, naar verluidt op bevel van de toenmalige eerste minister van Zuid-Australië, Don Dunstan. Hij werd opnieuw vrijgelaten op voorwaarde dat hij de werken aan Warrawong zou stopzetten. "Mijn misdaad was dat ik een boom had beschadigd die meer dan twee Australische dollar waard was. Ik was een politiek gevangene." In 1978 liep zijn huwelijk op de klippen. Een echtscheiding was onvermijdelijk. Hij kreeg het uitdrukkelijke verbod nog naar huis terug te keren en Warrawong werd te koop gesteld. Voor de eerste keer in zijn leven was Wamsley de wanhoop nabij. Pas een jaar later kon hij het domein terugkopen en met evenveel verbetenheid als ervoor de werken voortzetten. Dat had hij te danken aan zijn nieuwe vrouw, Proo Geddes, die nu bij ESL een leidinggevende functie heeft. "Proo is het beste wat me kon overkomen", zegt Wamsley. "Zij gaf me iets om voor te leven. Als wij elkaar niet hadden ontmoet, dan zou er van dit alles niets in huis zijn gekomen." John Wamsley behoort waarschijnlijk ook tot een uitstervend ras, het archetype van de Australiër: onafhankelijk, taai, koppig, arrogant en excentriek. Zelfs in zijn eigen land wordt hij als een zeldzaamheid beschouwd, goed genoeg in elk geval om opgenomen te worden in het onlangs uitgegeven boek Endangered Characters of Australia. Hij is gemakkelijk ontvlambaar. Iemand die hem dwarsboomt, dat kan hij absoluut niet hebben. Daardoor werden zijn disputen met alle mogelijke instanties legendarisch. "De wereld zit vol kwelgeesten en ik heb daar geen tijd voor. Tirannieke politici, die maak ik nog het liefst van al af." Hij werd geboren in 1938 aan de oevers van de Ourimba Creek, ten noorden van Sydney in Nieuw Zuid-Wales en had ogenschijnlijk een idyllische jeugd. Toch was niet alles rozengeur en maneschijn. Er gebeurde iets verschrikkelijks wat hem nu nog altijd bijblijft.Toen hij zeven was, kochten zijn ouders 67 hectare ongerept bos in de buurt van Gosford. Ze rooiden maar liefst 14 hectare voor een boomgaard. "Het was gewoonweg een paradijs te midden van een uitgestrekt bushland", herinnert hij zich. "Het zat vol dieren. Ik vond die ongelooflijk mooi. Het duurde echter niet lang of ze begonnen die hoge bomen om te hakken, samen te leggen en in brand te steken om stukken land schoon te maken. De wortelstronken werden opgeblazen." Elke boom die werd omgehakt, zat vol vliegende buidelratten en suikereekhoorns. "Fantastische dieren!" Toen hij twaalf was, verschenen de eerste vossen en katten. In een mum van tijd roeiden die de nietsvermoedende bandicoots, pademelons en bettongs uit, die zo hun best hadden gedaan om het kreupelhout binnen de perken te houden en zo het brandgevaar te verkleinen. Het duurde niet lang meer of hij schoot in een vlaag van woede zijn eerste kat dood. "Ik zag immers wat er gebeurde, tegen de tijd dat ik veertien was, was alles rustig, er zaten geen wilde dieren meer. Alleen nog vossen, konijnen en katten." Intussen kon het kreupelhout woekeren, want er was geen natuurlijke controle meer. "Korte tijd later brak de eerste grote bosbrand uit. Alle oude bomen gingen eraan, alles was weg. Om te huilen. Het was zo'n mooi land en er bleef niets meer van over. Ik denk dat dit het verhaal is van de verwoesting van Australië." Hij moet een onwaarschijnlijk eigenwijze jongen geweest zijn, het zwart schaap van de familie. Op 16-jarige leeftijd trok hij thuis de deur achter zich dicht en ging op zoek naar zijn geluk. Hij leurde met encyclopedieën en werkte jarenlang als verzorger bij mentaal gehandicapten, in een poging om zich met zijn demonen te verzoenen.Met 24 jaar was hij een selfmade miljonair door vervallen gebouwen op te knappen en opnieuw te verkopen. "Ik heb nooit problemen gehad met geld verdienen", zegt hij nu. "Je hoeft maar om je heen te kijken en te zien wat de mensen nodig hebben en hoeveel ze ervoor willen betalen." Maar zijn droom om het aards paradijs van zijn kindertijd te herschapen, liet hem niet los. Hij probeerde daarbij logisch te werk te gaan. Omdat hij een baan nodig had voor zijn levensonderhoud terwijl hij zou bouwen aan zijn reservaat, besloot hij academicus te worden. "Ik keek uit naar een baan die zo goed mogelijk betaalde voor zo weinig mogelijk inspanningen. Met wiskunde had ik nooit problemen gehad, dus trok ik op mijn 25ste naar de universiteit en op mijn 29ste behaalde ik mijn doctorale graad. Ik deed in vier jaar waar anderen zeven jaar over doen." In 1969 werd hij buitengewoon hoogleraar wiskunde aan de pas opgerichte Flinders University in Zuid-Australië, de enige staat waar geen wet bestond die het openen van een privé-wildreservaat verbood. In zes maanden had hij land gevonden en begon hij te bouwen. In 1985 - hij was toen al gescheiden en opnieuw getrouwd - was de basisstructuur van Warrawong compleet en besloot hij van natuurbehoud een bedrijf te maken. Hij gaf zijn goedbetaalde academische baan op. "Dat was de moedigste beslissing die Proo en ik ooit hebben genomen." Wamsley wist dat zijn persoonlijke fortuin niet zou volstaan om zijn grootscheepse plan van de Earth Sanctuaries te financieren. Een groot deel ervan was trouwens al opgebruikt. Dus richtte hij een naamloze vennootschap op en begon in 1993 aandelen te verkopen.Vandaag kan Earth Sanctuaries rekenen op ruim 4500 investeerders, gaande van "mijn beste bondgenoten, Australische mama's en papa's die minimaal 26.000 frank beleggen, tot bedrijven die tot duizenden aandelen kopen". In 1998-99 werd meer dan 130 miljoen frank aan aandelenkapitaal bijeengebracht. Wamsley droomt ervan om tegen 2020 één procent van het Australische grondgebied te kunnen aankopen als wildreservaat.Hoewel ESL pas op 8 mei zijn eerste notering krijgt op de Australische beurs, zijn John Wamsley en zijn vrouw al lang multimiljonair. Op papier althans. Onder hun tweetjes bezitten ze tien en een half miljoen aandelen, dat wil zeggen dat ze iets meer dan de helft van het bedrijf in handen hebben, en dat wordt op 1,3 miljard frank geschat. Wamsley geeft het graag toe: "Alles wat ik heb, zit in het bedrijf. Ikzelf bezit niets. Proo heeft een huis, maar het dak is aan vernieuwing toe. Ze zal een handvol aandelen moeten verkopen om die herstellingswerken te kunnen betalen." Professor David Bellamy werd een enthousiaste medestander van Earth Sanctuaries toen hij in 1999 Australië bezocht. "Dit is de manier waarop aan natuurbehoud moet worden gedaan. De beschermde gebieden over de hele wereld beslaan tweemaal de oppervlakte van de Britse Eilanden en de fondsen die natuurbeschermers vragen zijn enorm. Maar waar zijn de geredde panda's, waar zijn de geredde tijgers? Natuurbeschermers moeten kunnen samenwerken met de industrie en aantonen dat er manieren zijn om toch het onderste uit de kan te halen, dat we kunnen werken aan de biodiversiteit in de wereld en toch nog winst kunnen maken." Zelfs Australiës nationale parken, die van Wamsley zware verwijten toegestuurd kregen, erkennen dat ze van hem nog kunnen leren en respecteren zijn resultaten. "Hij is een concurrent, maar concurrentie schudt de mensen wakker", zegt Allan Holmes, voorzitter van South Australia's National Parks and Wildlife. "Ik denk dat door John Wamsley alles nu sneller verandert. Je moet je nek durven uit te steken, zorgen dat de anderen zich niet op hun gemak voelen, anders verandert er niets." "Toen ik begon met Warrawong, wilde ik aantonen wat Australië had verloren", zegt Wamsley. "En vooral: dat we het terug konden krijgen. Nu wil ik onze nationale reputatie van slechtste natuurbeschermer veranderd zien in die van de beste ter wereld."Informatie: Earth Sanctuaries Ltd, PO Box 1135, Stirling SA 5152, Australia. Tel. 0011-61-8.8370.9422. Fax 0011-61-8.8339.7233. Website: http://www.esl.com.au e-mail: esl@esl.com.auTekst en foto's David Higgs / TEPA