We kregen deze kast van grootmoeder. Graag een oordeel over de ouderdom en waarde.
...

We kregen deze kast van grootmoeder. Graag een oordeel over de ouderdom en waarde.Een dergelijke buffetkast wordt in Vlaanderen steevast als Mechels bestempeld. In die stad waren er immers veel meubelfabrikanten die dit soort buffetten massaal maakten. Maar we vergeten dat er ook elders bedrijven waren die dit deden. Deze meubels horen bij een modetrend die heel West-Europa overspoelde. Vanaf 1860 raken ook onze streken in de ban van de romantiek en het nationaal bewustzijn. Vanaf die tijd werd er op grote schaal oude kunst verzameld. Het was bon ton om de eetkamer aan te kleden in de stijl van de Vlaamse renaissance. Ook de Fransen, Nederlanders en Duitsers propageerden deze stijl. Elke nationaliteit keek op naar zijn eigen renaissance. De kasten die de Fransen nabootsen, werden verkocht als Henri II. Hoewel hij slechts regeerde van 1547 tot 1559, werd alles wat er maar een beetje op leek, bestempeld als Henri II. Dat was ook het geval met al dat zogenaamd Mechels meubilair. Zag het er zuiver renaissancistisch uit of heel barok, de noemer bleef: Vlaamse renaissance. Aanvankelijk waren die bombastische eetkamers er enkel voor rijkelui. Tegen het einde van de eeuw zakte de trend af naar lagere sociale echelons. Ten slotte kon ook de werkman zijn gasten ontvangen in zijn Vlaamse kamer. Dit buffet hoorde daarin thuis. Ooit waren er twee exemplaren van, want zulke meubels stonden netjes symmetrisch naast een barokke schoorsteenmantel. Toen de stijl volkomen gepopulariseerd was en rijkelui naar iets anders uitkeken, werd de renaissancestijl een massaproduct. De Mechelse meubels waren al lang geen handwerk meer en hun stijl verzwakte. De ontwerpers gooiden alle Franse, Hollandse en Vlaamse stijlelementen door elkaar. Het product moest er rijk uitzien, maar zo eenvoudig mogelijk zijn afgewerkt. Dit buffet is een laat voorbeeld. De trend duurde minstens voort tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Nog langer zelfs: het primitieve eikenhouten meubilair dat tot voor enkele jaren werd verkocht, mag beschouwd worden als een late uitloper ervan. Historici die in de volgende eeuw vroegere stijlevoluties bestuderen, zullen vaststellen dat deze stijl uit het begin van de industriële revolutie voortleefde tot in het atoomtijdperk. Daarbij vergeleken waren de art nouveau en het modernisme, sociologisch gezien, slechts randfenomenen. Met het typische art-nouveauglas in de deurtjes stamt dit buffet van net voor de Eerste Wereldoorlog. Het is vermoedelijk van Franse makelij, want de stijl leunt aan bij Henri II en er werd notelaar gebruikt in plaats van eik: notelaar was erg populair in Frankrijk. De waarde is gezakt, vergeleken met enkele jaren geleden. Zo'n enkel buffet is maar 25.000 fr. waard.Piet Swimberghe