1. De kleuren van La Boca

De wijk La Boca vormde tot eind negentiende eeuw de hoofdhaven van Buenos Aires. Het is de armste en gevaarlijkste buurt van de stad, maar meteen ook de kleurrijkste dankzij de vele Europese immigranten die tussen 1880 en 1930 in de arbeiderswijk kwamen wonen en de golfplatenhuisjes opfleurden met restjes verf van de aangemeerde schepen. De oorspronkelijke huizen werden nagebouwd in Boca's beroemdste wandelstraat El Caminito. Wandelen door deze steeg vol animatie lukt zelden zonder dat er Argentijnse avances aan te pas komen. Zo werden we ongevraagd over de knie van een oude Argentijn in tangopose getrokken. Gelukkig kwamen we er met drie pesos vanaf.
...

De wijk La Boca vormde tot eind negentiende eeuw de hoofdhaven van Buenos Aires. Het is de armste en gevaarlijkste buurt van de stad, maar meteen ook de kleurrijkste dankzij de vele Europese immigranten die tussen 1880 en 1930 in de arbeiderswijk kwamen wonen en de golfplatenhuisjes opfleurden met restjes verf van de aangemeerde schepen. De oorspronkelijke huizen werden nagebouwd in Boca's beroemdste wandelstraat El Caminito. Wandelen door deze steeg vol animatie lukt zelden zonder dat er Argentijnse avances aan te pas komen. Zo werden we ongevraagd over de knie van een oude Argentijn in tangopose getrokken. Gelukkig kwamen we er met drie pesos vanaf. Met de crisis van 2001 werd de peso losgekoppeld van de dollar, waardoor hij in korte tijd vier keer minder waard werd. Geld om luxegoederen als mode te importeren was er niet meer, maar dat draaide wel uit in het voordeel van lokale ontwerpers. De wijk Palermo Soho is er het mooiste voorbeeld van. Beeld je een recht stratenpatroon in met een tiental 'horizontale' en een tiental 'verticale' straten, met daarin, huis na huis, ofwel een modeboetiekje, een designwinkel of een hippe bar. Ze steken elkaar de loef af met gekleurde gevels, loungezetels en een knusse inrichting. In de winkels vind je gratis plattegronden van de wijk met alle adressen. Tweemaal per jaar worden deze kaarten geüpdatet, hiernaast alvast onze selectie.Zondag is marktdag in Buenos Aires' charmantste wijk, San Telmo. De met kasseien geplaveide hoofdstraat Defensa wordt dan het mekka van de rommelmarkten. Je vindt er lederen tassen, juwelen, kleding, glas en keramiek of drinkbekers voor mate (Argentijnse thee) en in de overdekte galerij Mercado de San Telmo is het boeiender neuzen dan op zolder bij je grootouders. Bij het buitenkomen van de galerij kun je even halt houden op de Plaza Dorrego voor een milonga (tango-initiatie die voor iedereen toegankelijk is). Wie daarna zin heeft in een frisse pint trekt naar Chile, een zijstraat van Defensa met een reeks hippe cafés waar we de lekkerste menukaart en beste muziekplaylist (Neil Young tot Oasis) vonden bij Via Via, uitgebaat door de Belgische Kaat en twee Argentijnen. Professionele tangotoeristen komen van over de hele wereld naar Buenos Aires om zich op de dansvloer in de armen te laten sluiten door een Argentijnse danser(es) ; rugzaktoeristen zetten hun eerste danspassen tijdens milongas (openbare groepslessen). Tangomuziek was louter instrumentaal tot de befaamde Carlos Gardel er in 1917 zijn bariton op losliet en het dé treurmuziek werd over verloren liefdes. Tangokaarten met alle adressen van shows en lessen in de stad zijn verkrijgbaar bij elke toeristische dienst of op www.tangodata.com.ar. De oude bar Confiteria Ideal en het alternatievere La Catedral zijn populaire locaties. Rond 1900 was Argentinië een van de rijkste landen ter wereld en was de helft van de hoofdstedelingen niet in het land zelf geboren. Van de Fransen die er hun geluk kwamen beproeven namen de Argentijnen het recept om karamel te bereiden over, maakten het nog beter en doopten het resultaat dulce de leche. Scoren op het Belgische thuisfront lukt dus aardig met een doos Alfajores de Havanna (chocoladebiscuits met een laag dulce de leche). Van de Italianen verbeterden ze de manier van ijs bereiden. Daarvan getuigt onder meer de keten Un Altra Volta (onder andere in de centrale straat Santa Fé). Een gouden raad : beslis voor je op het vliegtuig stapt voor welke Argentijnse voetbalploeg je supportert. De twee grootste teams zijn het rijke River Plate en het arme Boca Juniors, de ploeg van de al halfheilige Diego Maradona. Het stadion van de Boca's is het geel-blauw geverfde La Bonbonera (de snoepdoos) en Maradona heeft op het voetbalkerkhof naast het stadion al een begraafplaats uitgekozen. De treurnis als hij ooit komt te sterven willen we niet meemaken, wel onvergetelijk was de sfeervolle winning thuismatch die we bijwoonden, op veilige afstand van de levensgevaarlijke spionkop. www.gofootball.com.ar is een organisatie die buitenlanders begeleidt naar matchen. Alé Boca alé ho ! Porteños of havenbewoners, zoals de lokale bewoners worden genoemd, functioneren op cafeïne. Hun leven lang spelen cafés een centrale rol, of ze nu taxichauffeur zijn, schrijver of psycholoog. Geen straathoek dus zonder een grand café of een hippe bar. Onder de musts : Café Tortoni uit 1858 (vaste stek van de vermaarde, overleden schrijver Luis Borges, in de wijk Microcentro, Avenida de Mayo 829), El Federal (een al even bruine favoriet van de porteños in de wijk San Telmo, Carlos Calvo 599), Dadá (voor wie aan de praat wil geraken met kunstenaars en bohemiens, in de wijk Retiro, San Martín 941) en Bar Seddón (druipkaarsen, reuzenprojectieschermen en zwart-wittegels op de vloer, in de wijk San Telmo, Defensa 695). In de grootstad wonen 12 miljoen mensen, waarvan 3 miljoen in het centrum. Toch is het levenstempo er niet drukkend. Onder meer dankzij het groen in het straatbeeld en meer dan een picknickgelegenheid in de vele parken. Twee favorieten : Plaza San Martin, waar op het middaguur ook zakenlui in pak hun dekentje spreiden voor ze hun hemd uittrekken om te zonnen en te lunchen, en Palermo Park, dat zelf bestaat uit verschillende parkjes met kleine vijvers, bruggen, een zoo en een rozentuin. Kortom, een plek voor koppeltjes. Maar dan wel tot middernacht. Want 's nachts transformeert de aangrenzende straat Avenida de la Infanta Isabel zich tot de beste travestietenstraat van de stad. Ongeacht de waarschuwing van elke reisgids 'let op voor hondenpoep', liepen we toch vooral met de blik omhoog. Elke wijk van de stad heeft een andere architecturale uitstraling, volgens de periode in de geschiedenis waarin hij werd opgetrokken. Er wordt gegoocheld met renaissance-, art-deco- en art-nouveaustijl, wat een opmerkelijke mix van bouwstijlen oplevert. Tijdens de gouden jaren, 1860 tot 1920, keken de architecten op naar de Europese architectuuresthetiek van Italië en Frankrijk. Dat resulteerde in brede boulevards, een dambordpatroon als plattegrond en eindeloos hoge herenhuizen. Belangrijke politieke en religieuze gebouwen liggen rond de Plaza de Mayo waar ook het Roze Huis van de president staat. Maar het charmantst van al : de balkonnetjes met hele huishoudens op. In zo'n art-decoappartement met balkon en rode luikjes zouden wij meteen kunnen leven. En er staan er veel te koop. Naast de breedste boulevard ter wereld - Avenida 9 de Julio met zijn achttien rijvakken - en de breedste rivier ter wereld - Río de la Plata met zijn 220 kilometer - heeft Buenos Aires ook de grootste boekenwinkel van Latijns-Amerika. El Ateneo is gevestigd in een oud theater op Santa Fé (www.elateneo.com). Het aanbod aan niet-Spaanstalige literatuur is niet bijster groot, maar om er rustig een koffie te drinken moet je Cien años de soledad van Gabriel García Márquez niet begrijpen. El Ateneo is maar een van de vele boekhandels in deze literaire stad. Tot een paar jaar geleden waren de meeste ervan 24 uur op 24 open. De stijgende criminaliteit maakte daar, helaas voor elke slapeloze nachtmens, een einde aan. De Lady Di van Latijns-Amerika was Evita Perón, de vrouw van drievoudig president Juan Domingo Perón. Evita was 33 toen ze in 1952 stierf aan kanker. Deze publieks-lieveling, die haar volk geregeld toesprak vanop het balkon van het Roze Huis, ligt begraven in het Cementerio de la Recoleta, een extravagant kerkhof waar sommige tempelgraven meer op huisjes dan op graven lijken. Tegen zonsonder-gang zwerven er veel katten rond en wij vroegen ons af hoe de mythe weer ging over katten en mensenlevens... Sinds de laatste Argentijnse economische crisis is Buenos Aires met zijn lage lonen en uitstekende filmploegen een trekpleister voor filmmakers en reclamebureaus. Duval Guillaume Brussels stak dit voorjaar nog de oceaan over voor een reclamespot voor Dexia. Ze wilden mooi weer en een sterke Europese uitstraling. Louis Vuitton pakt op dit moment uit met een reclame-campagne waarin Sofia en vader Francis Ford Coppola figureren op het platteland net buiten de hoofdstad, waar vader Coppola aan zijn laatste film werkt. Andere bekende films die in Buenos Aires en omstreken werden gedraaid : Evita (1996, Alan Parker), Happy Together (1997, Kar-Wai Wong), Assassination Tango (2003, Robert Duvall) of Imagining Argentina (2003, Christopher Hampton). De psychiatrische patiënten van het hospitaal La Borda in Buenos Aires hebben een opmerkelijke therapie : al zeventien jaar hebben ze een eigen radiostation, La Colifata, of 'de gekke' in het plaatselijke dialect. Ook zanger Manu Chao wist dit initiatief te appreciëren en werkte met hen samen voor zijn nieuwe plaat die binnenkort uitkomt. De videoclip Rainin' in Paradize, met de patiënten zingend in een bus,is al te bekijken op YouTube. Radio Aspen, 102.3 FM, was onze favoriete pop- en rockzender tijdens taxiritten. In 2002 schonk de Argentijnse architect Eduardo Catalano deze aluminium bloem aan de stad, als dank voor de studiebeurs die hij gekregen had. De bloem staat in een vijver naast de rechtenfaculteit, opent 's morgens en sluit als de avond valt, of bij hevige wind. Oftewel : cowboy spelen op het platteland. Net buiten Buenos Aires ligt San Antonio de Areco, het eerste plattelandsdorp waar gauchos leven op hun estancias (www.sanantoniodeareco.com). Veel ranches worden uitgebaat met het oog op toeristen : paardenactiviteiten en een authentieke asado (barbecue) zitten in het dagpakket dat ze aanbieden. Gaucho Tito verwelkomde ons op zijn ranch El Centinela en nam ons mee te paard door het dorp, op zoek naar de oppergaucho van San Antonio : Don Pepe. We vonden hem in zijn truck op de pampas en hij legde trots de kenmerken van een echte gaucho uit : dagelijkse zorg voor paard en andere dieren, authentieke klederdracht, geen oog voor massaconsumptie, dolk altijd op zak en twee basiswaarden : vrijheid om te gaan, en gastvrijheid om te ontvangen. We voelden onze inner-gaucho aangesterkt door zoveel hospitaliteit van de kleine Don Pepe. Uruguay ligt aan de overkant van de Río de la Plata en na een boottocht van een uur zet je al voet aan wal in het dorpje Colonia, waar eigenlijk niets te beleven valt buiten de mooie zonsondergangen. De jongeren sparen er voor een bootticket richting Buenos Aires. Overvaarten worden geregeld door www.buquebus.com. Vlees dat je met de botte lepel kunt snijden : de Argentijnse koeien zijn de Rolls-Royces van de wei. Geen bezoek aan de stad is compleet zonder een laatavondmaal in een echte parrilla,een grillrestaurant dat meestal overvol zit. Maar meer dan een goede Argentijnse malbecwijn als tafelgenoot heb je niet nodig. Een stevige maaltijd met wijn heb je trouwens gemakkelijk voor 8 euro. Dat het leven in Argentinië voor Europeanen zeer goedkoop is hadden we nog niet gezegd. Wie gaat dineren bij La Cabrera in de straat Cabrera 5099, eet overdag best niets. Eén vleesschotel is voldoende voor twee, een tiental bijgerechten krijg je er gratis bij. Een aanrader voor liefhebbers van hedendaagse kunst is de imposante beurs ArteBA die jaarlijks in mei plaatsheeft. Critici zijn er laaiend enthousiast over. Wie Buenos Aires op een ander moment bezoekt, kan altijd terecht in het Malba-museum voor hedendaagse kunst (www.malba.org.ar), met werk van bekende Latijns-Amerikaanse kunstenaars. Het is ook een trendy plek voor een originele lunch. Achter de gerenoveerde haven Puerto Madero ligt een natuurreservaat waar het rustig toeven is. We fietsten doorheen de havenwijk, voorbij het designhotel Faena Hotel + Universe van de Franse ontwerper Philippe Starck, over de Vrouwenbrug van de Spaanse architect Santiago Calatrava, toen plots de skyline van Buenos Aires opdook vanachter het struikgewas. Klop in de hippe wijk Palermo op een gekleurde deur zonder uithangbord en de kans is groot dat er een gezellig boetiekhotel achter schuilt, waar de inrichting van de kamers, van de gezamenlijke keuken en de living meer doet denken aan een trendy bewoond huis dan aan een hotel. Om er drie te noemen : www.homebuenosaires.com, www.fivebuenosaires.com en www.1551palermo.com. Een vaak gebruikt woord in de Latijns-Amerikaanse omgang is permiso en betekent zoveel als 'sta me even toe'. De porteños gebruiken het op een beleefde manier wanneer ze iemand moeten passeren in een drukke straat of als ze de tafel afruimen op restaurant. Como no is eveneens dagelijks taalgebruik en betekent 'maar natuurlijk'. De steak is in Argentinië echt zo goed als men zegt, maar de economie is er evenzeer zo wankel. Elke financiële crisis die door het land trekt, is het sterkst voelbaar in Buenos Aires waar een derde van de Argentijnse bevolking huist. De psyche van de porteños krijgt het dus vaak hard te verduren, maar daarvoor schakelen ze massaal en zonder gêne de hulp in van een psycholoog. De con-centratie aan shrinks is zo groot, dat men spreekt van Villa Freud. Als we de kapper ons haar laten knippen, is het even normaal dat we ook hulp inschakelen voor onze ziel, redeneren ze. Ook al moet een goed opgeleide werknemer in de hoofdstad vaak twee jobs combineren om rond te komen (velen zijn taxichauffeur in bijberoep). De cartoñeros hebben sowieso geen budget : het zijn geen daklozen of drugsverslaafden maar wel de armste bewoners die 's avonds karton en plastic verzamelen om het te laten recycleren, als enige bron van inkomen. Wie er niet mee inzit om zijn nieuwe woonkamer van over de oceaan te laten aanrukken, neemt zijn Visakaart mee naar de straat Arenales in de Retirowijk. Gegarandeerd dat je hier die designlamp vindt. En twee bijpassende loungezetels. En drie hypertrendy tapijten. Buenos Aires werd in 2005 niet zomaar door de Unesco uitgeroepen tot de eerste City of Design. Ondanks hun miserie zijn de porteños zeer fier, levenslustig en ijdel, niet in het minst door het Italiaanse en Spaanse bloed dat bij velen door de aderen stroomt. Plastische chirurgen verdienen daarom in de havenstad goed hun brood. Kapperszaken worden druk bezocht en voor twee euro krijg je al een manicure. Zeg chau in plaats van adios als je buitengaat en je kunt doorgaan vooreen halve porteño. Het viel ons op bij onze dagelijkse café cortadocon unamedialuna (kleine Argen-tijnse croissant) : kleine servetten staan standaard op tafel, zijn vierkant, en wit met een blauw sjabloon : de kleuren van de Argentijnse vlag natuurlijk. Sopa de principe. Handgemaakte pluchen beestjes. Thames 1719, www.sopadeprincipe.com.ar Maria Cher. Bekende Argentijnse modeontwerpster. El Salvador 4724, www.maria-cher.com.ar Urban Materia. Kunst- en interieurboetiekje. Gorriti 4791, www.materiaurbana.com Seco. Paraplu's en regencoats. Armenia 1646, www.secorainwear.com De Vanguardia. Retrokleedjes en onderbroeken. Malabia 1782, www.devanguardiaweb.com.ar Josefina Ferroni. Van elk schoenmodel maar 15 stuks. Armenia 1471, www.josefinaferroni.com.ar Humawaca. Lederen tassen en accessoires. El Salvador 4692, www.humawaca.com La boutique del libro. Eten tussen boeken en cd's. Thames 1762, www.boutiquedellibro.com.ar Tekst en foto's Elke Lahousse