Bruno is altijd een dromer geweest", had ik opgevangen bij zijn ex-klasgenoten en collega's. Maar de jonge ontwerper die voor me zit, maakt een erg nuchtere indruk. Iemand die weet waar hij staat, die hoofdstukken afsluit en vastberaden aan nieuwe begint.
...

Bruno is altijd een dromer geweest", had ik opgevangen bij zijn ex-klasgenoten en collega's. Maar de jonge ontwerper die voor me zit, maakt een erg nuchtere indruk. Iemand die weet waar hij staat, die hoofdstukken afsluit en vastberaden aan nieuwe begint. Het is een mooie zomerdag als Bruno Pieters (26) me ontvangt in zijn ruime atelier vlak bij de Antwerpse kaaien. De zon op de sneeuwwitte muren, de ramen naar het dakterras wijd open. "Ik hou van deze plaats", verzucht hij. "De rust, de gezelligheid, het comfort. Ik zit hier goed. Waarom zou ik zoals zovelen naar Parijs trekken? Die stad is zo gehypet, veel te duur en veel te druk." Bruno kan het weten. Nadat hij in '99 afstudeerde aan de Antwerpse modeacademie, liep hij even stage bij Antonio Pernas in Madrid, maar hij verlegde zijn actieterrein al snel naar Parijs. Daar ging hij in de leer bij Martin Margiela en bij de couturehuizen van Ocimar Versolato, Thimister en Christian Lacroix. Dat Bruno in de couture belandde, was geen toeval. De hang naar het experimentele, de mix tussen passie en realiteit hadden hem als student altijd al geboeid. "Het was een heerlijke ervaring om in die sfeer van zo'n couturehuis te worden ondergedompeld", mijmert hij. "Die mensen bezig zien, die ateliers, ik leek wel in een droom beland." Na twee jaar besloot Bruno de droom in werkelijkheid om te zetten en met een eigen haute-couturelijn te beginnen. Wat hij opvatte als een trilogie, begon tijdens de Parijse coutureweek van juli 2001 met de show part I: daywear. the suit. De enthousiaste inkopers en journalisten kregen een uitgebreide studie van de tailleur te zien: een eindeloze serie van rokken en vesten, heel repetitief. In januari 2002 volgde een gelijkaardige studie van de blouse. "Ik had toen een erg grafische visie: alles draaide rond de presentatie, een vloeiende lijn, mathematisch haast. Ik had een vorm in mijn hoofd en probeerde er telkens andere variaties op te zoeken." Maar het bleef niet bij couture. Hij wou doorgaan, andere horizonten verkennen. In maart 2002 stond hij met een eerste prêt-à-porterlijn in Parijs. "Die verschilt erg van de couture", vindt hij. "Ik wilde een realistisch beeld neerzetten, dat experimentele had ik toen wel gehad. Ik heb gewoon de stukken gemaakt waarvan ik dacht dat ze essentieel waren: een broek, een rok, een jas, een jurk. Een volledige garderobe eigenlijk, heel draagbaar." Dat geldt ook voor de volgende zomercollectie, die volgens Bruno geïnspireerd is op de glamrock van de jaren tachtig. "Dat thematische kader is wel nieuw voor me, normaal werk ik niet met referentiepunten. Maar ik heb doorgewerkt op enkele favoriete stukken uit de eerste collectie, en daar is dan vanzelf dat rock-'n-rollbeeld uit ontstaan."Wanneer ik opmerk dat zijn stijl erg noordelijk, erg Belgisch is, glimlacht Bruno tevreden. "Ik hou van soberheid. Rustgevende kleuren, degelijke materialen, draagbaar en vrouwelijk. Ik vind het ook goed om die tradities te behouden. Iedere cultuur heeft zijn eigen stijl, waarom zouden we iets anders gaan doen? Ik denk dan aan dat nummer van Jacques Brel: "Les flamandes toutes vêtues de noire, comme leurs parents..." Dat spreekt mij enorm aan. Dat zwarte, dat vrome bijna. Maar het is goed dat we er niet allemaal zo over denken, dat er keuze is. Je moet elkaar ook niet proberen te kopiëren, dat werkt toch niet." Het is duidelijk dat Bruno Pieters weet wat hij wil: iets stevigs opbouwen, een onderneming die langer meegaat dan een seizoen. Hij heeft al vier mensen in dienst en steekt ook niet onder stoelen of banken dat er nogal wat geld in de firma is gepompt. "Vroeger zei ik altijd dat ik niemand wilde bekeren, dat ik er gewoon mee zou ophouden als ze er niet van hielden. Maar ik geef toe dat het een vorm van zelfbescherming was. Nu wil ik echt heel graag dat mensen mijn collectie appreciëren, dat ze er iets in zien."Of het hem iets doet dat hij als 26-jarige al drie defilés in Parijs achter de rug heeft? "Ik heb het niet gemaakt omdat ik in Parijs heb gestaan, dit is nog maar het prille begin", antwoordt hij vastberaden. "Misschien zou ik het wel als een mijlpaal moeten zien en de tijd nemen om er intenser van te genieten. Maar ondertussen zit de volgende collectie al in mijn achterhoofd. Na een show denk ik ook: het is voorbij, ik wil er niet meer over praten, tijd voor iets nieuws."