Het huis van mijn jeugd staat te huur, ik moet er een kettingzaag leveren. Met de sleutel verschaf ik mij toegang tot het atelier van wijlen mijn vader. Een kale ruimte is dat nu, zo strak in de verf gezet dat het kraakt in mijn ogen. Ook de rest van het huis is leeggemaakt. Ik verdrink erin en voel mij hulpeloos, alsof ik veel te grote kleren draag waarmee ik ook nog eens door de gietende regen heb gelopen.
...