Dik, rond en zuiders : alleen al de gedachte aan geurige, sappige meloenen doet verlangen naar lange, zomerse dagen.
...

Dik, rond en zuiders : alleen al de gedachte aan geurige, sappige meloenen doet verlangen naar lange, zomerse dagen.Pieter van Doveren / Foto's Tony Le Duc Op 25 kilometer ten zuidoosten van Avignon ligt Cavaillon.? Zo begint Alexandre Dumas zijn historische Grand Dictionnaire de Cuisine. Hij vermeldt de stad Cavaillon niet voor haar ligging aan de Durance, noch voor haar arc de triomphe ; alleen haar meloenen en een sappig verhaal over onderhandelingen met het stadsbestuur zijn aanleiding voor de opname in de dictionaire. Dumas schrijft dat hij op een dag een brief krijgt van het gemeentebestuur van Cavaillon, waarin melding wordt gemaakt van de stichting van een stadsbibliotheek met de beste boeken die men zich kan aanschaffen. Dumas wordt verzocht om twee of drie van zijn favoriete romans te sturen. De schrijver antwoordt beleefd dat hij een zoon en een dochter heeft van wie hij evenveel houdt en dat hij 500 of 600 volumes in de kast heeft staan, waarvoor hij ongeveer een even grote sympathie voelt. Dumas gaat verder : ?Een auteur moet je niet vragen om de verdiensten van zijn boeken te beoordelen, ik vind al mijn boeken goed, maar de meloenen van Cavaillon vind ik excellent. Daarom zend ik de stad een volledige verzameling van mijn werken, op voorwaarde dat het gemeentebestuur mij een rente voor het leven toekent van twaalf groene meloenen per jaar.? Het gemeentebestuur stemde toe en Dumas genoot nog lang van zijn rente. Er bestaan ontelbare soorten meloenen waarvan die van Cavaillon ongetwijfeld tot de fijnste behoren. Vooral het bedwelmend parfum van een rijpe cavaillon is onweerstaanbaar. Meloenen komen oorspronkelijk uit India. Ze behoren, zoals courgette, pompoen, komkommer en kalebas, tot de Cucurbitaceae of komkommerachtigen, maar onderscheiden zich van deze groenten door het min of meer zoet smakende vlees dat er ook voor zorgt dat wij meloenen als vruchten beschouwen. Omdat onderlinge kruisingen makkelijk tot stand kunnen worden gebracht, bestaat er een verwarrend groot aantal rassen en variëteiten, die in vorm variëren van rond tot langwerpig. De schil kan wit, geel, groen of oranje zijn. Ook het vruchtvlees is verschillend van kleur (bleek- of donkergroen, oranje of rood) en van textuur (boterachtig zacht tot krokant). De smaak gaat van komkommerachtig flauw tot bitter en honingzoet. Meloenen kunnen ondergebracht worden in drie categorieën : kantaloep (genoemd naar de Italiaanse stad Cantalupo, waar deze uit Armenië geïmporteerde meloen door missionarissen werd gekweekt), netmeloenen (ook wel honing- of muskusmeloen genoemd) en wintermeloenen. Kantaloepmeloenen worden rijp geoogst en zijn daardoor beperkt houdbaar. Een van de lekkerste variëteiten is de charentais, te herkennen aan de dunne, bleekgroene schil en het oranje vruchtvlees met een donkere kern. Meestal hebben kantaloepmeloenen een stevige schil en brede ribben. Het vruchtvlees van rijpe exemplaren is zacht en sappig. De schil van netmeloenen heeft een netwerkpatroon. Het vruchtvlees is doorgaans abrikooskleurig, stevig en aromatisch. Uit deze groep is de suikermeloen en tegenwoordig ook de galia het meest gekend. Wintermeloenen rijpen in de late zomer en de herfst. De vorm is vaak langwerpig-rond, de schil is hard en glad en het vruchtvlees heeft meestal minder smaak en aroma dan dat van de andere groepen. Wintermeloenen bewaren goed. Honingdauwmeloenen met gele schil en krokant, zoet vlees zijn kenmerkend voor deze groep. Ook ogenmeloenen ( Ogen naar de gelijknamige Israëlische kibboets waar de variëteit voor het eerst is gekweekt) nemen een aparte plaats bij de wintermeloenen in. De ogenmeloen is klein, lijkt op de vruchten uit het kantaloeptype, is oranjegeel en heeft ondiepe ribben. Het vruchtvlees is lichtgroen, zeer smakelijk en heeft een intens aroma. Andere rassen die in Vlaanderen te koop liggen, zijn Spaanse meloen, Israëlische galea, rock- of bergmeloen van Costa Rica (een goedkope vervanger voor de cavaillon), tijgerananasmeloen en sukademeloen. Voor de dorstigen is er watermeloen met weinig smakend en praktisch aromaloos, knapperig rood vruchtvlees en vele zwarte pitten. Watermeloen kan tot 20 kg wegen, komt oorspronkelijk uit de Afrikaanse steppen en wordt gekweekt in Zuidoost-Europa en de Middellandse-Zeelanden. Door de rode kleur en de ?knisperige? structuur fleurt het vochtrijke, flauwzoet smakende vlees vruchtensalades op. De in het vruchtvlees verspreide zwartbruine zaden worden in zuiderse landen geroosterd en gezouten gegeten. De rijpheid van watermeloen is moeilijk vast te stellen. De beste manier is het bekloppen van de vrucht : hoe doffer de klank, hoe rijper de vrucht. Onrijpe watermeloenen hebben een enigszins metaalachtige klank. De rijpheid van kantaloep- en netmeloenen kan men controleren aan de intensiteit van het parfum en door met de duim te drukken op de onderkant. De meloen is rijp als de schil verend meegeeft. Het vlees van meloenen wordt meestal rauw gegeten, zoals tafelfruit (in schijven of in helften) bij ontbijt, lunch of avondeten. Als koud voorgerecht kan men het zoete vruchtvlees kruiden met peper van de molen en met gerijpte, rauwe ham als een onvergankelijke lekkernij aan tafel brengen. Ook meloen met roze garnalen en cocktailsaus is een makkelijk en smakelijk voorgerecht. Van in de blender vermalen meloen, verse tomaten, komkommer en zure room, geparfumeerd met geraspte schil van sinaasappel en reepjes muntblad, maakt men een lekkere en gezonde zomersoep. Men kan ook koude soep bereiden van fijngehakte amandelen, oud brood, knoflook, olie, azijn, zout en blokjes meloen. In een ander recept wordt soep van vermalen meloen op smaak gebracht met citroensap, cognac, peper en citroenmelisse. Meloen met port is een klassieke combinatie, maar is door de smaakverlammende eigenschappen van port eerder geschikt als nagerecht. Hoewel rijpe meloen smakelijk genoeg is om puur te eten, wordt het vruchtvlees vaak gedrenkt in een of andere aromatische, alcoholische drank : in Amerika heeft men de gewoonte om meloen met wodka te besprenkelen en in Frankrijk overgiet men meloen met een mengsel van meloensap, suiker, geraspte schil van sinaasappel en likeur Dom Bénédictine. Bocuse macereert het vruchtvlees in een mengeling van oranje curaçao, poedersuiker en cognac. Ook meloen en dessertwijnen zijn een veelgebruikte combinatie. Warme landen waar meloenen makkelijk gedijen, hebben hun eigen recepten : in Zuid-Amerika bereidt men een salade van meloen, komijn en pikante pepers ; in het Midden-Oosten vult men leeggehaalde meloentjes met mango en druiven, en in Spanje met perziken en bananen. In Laos bereidt men een verfrissende pudding van in reepjes gesneden meloen en gezoete kokoscrème. In onze contreien spelen meloenen een onmisbare rol in fruitsalades. Ook naast versgedraaid ijs is een schijf meloen op zijn plaats. Michel Guérard bereidt meloenijs dat hij, om het een exotisch tintje te geven, parfumeert met een scheutje rum. De Franse chef-kok serveert in de zomer leeggehaalde en met fruit gevulde meloenen overgoten met frambozencoulis. Het vruchtvlees van meloenen leent zich ook om heerlijke sorbets en zelfs om confituur en tafelzuur van te maken.