"Vier dikke stompe poten. Twee oren als vaatdoeken, waar stukjes uit gebeten waren. Op zijn rug en zijn hoofd een bult vol dunne, rosse haartjes. Aan zijn dikke kont een staart, nog langer dan de vlecht van Ping. Maar het allergekste aan die grote gekke hond was zijn neus tot op de grond."
...

"Vier dikke stompe poten. Twee oren als vaatdoeken, waar stukjes uit gebeten waren. Op zijn rug en zijn hoofd een bult vol dunne, rosse haartjes. Aan zijn dikke kont een staart, nog langer dan de vlecht van Ping. Maar het allergekste aan die grote gekke hond was zijn neus tot op de grond." Nee, het is geen hond die achtjarige Marthe voor haar verjaardag krijgt, maar een babyolifantje. Sam wordt Marthes liefste speelkameraad en als ze na de plotselinge dood van haar vader met haar moeder en zusje uit China naar Frankrijk terugkeert, mag Sam mee op de boot. In Parijs wordt op dat moment de Eiffeltoren gebouwd... Sam berust op historische feiten en Ingrid Vander Veken, onder andere bekend van haar colums in Weekend Knack, maakte er een levendig en helder boek (8+) van dat tegelijk geestig, poëtisch en ontroerend is. Met mooie nostalgische tekeningen van D'Hondt-Ravijts. (Standaard, 595 fr.) LA De Brit Colin Forbes schrijft al meer dan 30 jaar misdaadromans die heel dicht bij het avonturengenre liggen. 'Avalanche Express', het verhaal van een trein die door de sneeuwstormen van Europa raast, is met succes verfilmd. Het is vreemd dat er niet meer van Forbes voor de cinema is bewerkt, want zijn verhalen lijken wel voor de film geschreven te zijn. Een van de weerkerende helden is Tweed, een lid van de Britse geheime dienst. Samen met zijn betrouwbare ploeg komt hij voor de heetste vuren te staan. Zo ook in Dodelijke Golf, waarin de strijd wordt aangebonden met de enigmatische Goslar, een wetenschapper die een wapen heeft uitgevonden dat honderd miljoen mensen bedreigt. (De Boekerij, 585 fr.) FB Dat indianen lachend door het leven gaan, kunnen we ons eigenlijk niet goed voorstellen. Die vrolijkheid is nu net de charme van de personages in Vorstin van het noorden, een roman van de Canadese schrijfster Eden Robinson. Een jonge indiaanse, Lisa Hill, blikt terug op haar jeugdjaren. In haar ouderlijk huis wacht ze op een bericht van haar familieleden die op zoek zijn naar Jimmy, haar broer die op zee verdwenen is. Lisa's herinneringen omspannen drie generaties: de traditionele tijd van haar grootmoeder, de moeilijke jaren van aanpassing aan de westerse levensstijl van haar ouders en de tegenwoordige tijd van haar eigen generatiegenoten. Hoewel discriminatie, armoede, drankmisbruik en andere sociale ellende Lisa en haar familie allerminst bespaard blijven, laten zij zich er niet door terneerdrukken: het wapen bij uitstek van de moderne indiaan is niet de tomahawk, maar zijn gevoel voor humor. (Prometheus, 730 fr.) PdM Wat is rood en onzichtbaar? Nul tomaten! Dit grapje illustreert een van de paradoxen die opdoemen wanneer men nul als een getal beschouwt. Want oorspronkelijk is nul geen getal, zelfs geen cijfer: enkel een teken om de afwezigheid van een cijfer weer te geven, om te vermijden dat bv. 302 plots 32 zou zijn. Stapsgewijs is ons getalbegrip uitgebreid, is nul erin geïntegreerd, zijn er negatieve en imaginaire getallen bijgekomen, en transcendenten, quaternionen, transfinieten, infinitesimalen en nog een hele menagerie van andere (quasi-)getalvormen. Vooruitgang dus, maar één die een zware tol eist. Want ons getalbegrip is uitgehold, onze getallen zijn herleid tot onbepaaldheden die aan zekere regels of axioma's gehoorzamen en schijnbaar toevallig van pas komen bij het kwantificeren van fenomenen. Voor de pythagoreeërs daarentegen, waren de getallen eeuwige bakens en de diepste oorzaken van al het bestaande; het rekenen bracht voor hen de verbanden tussen de hoogste principes aan het licht. Zo vindt men in de wiskunde dezelfde onttovering terug als in de wijsbegeerte en de andere wetenschappen. In Het paradoxale Niets gidst Robert Kaplan de lezer rond in de geschiedenis van het nulbegrip, met vermelding van de wiskundige feiten, maar ook met veel interessante filosofische zijstappen. De afbeelding van een toiletpot op de voorpagina, als illustratie van de nulvorm voor het niets, is veeleer het nulpunt dan het summum van goede smaak; en ook bevestigt dit boek de regel dat wiskundige formules nooit foutloos gezet raken, bijvoorbeeld omdat iemand niet altijd het onderscheid maakte tussen de letter x en het vermenigvuldigingsteken. Maar dat zijn gaatjes, kleine nullen, in een waardevol werk. (Bert Bakker, 725 fr.) DCRomke van de Kaa lezen is veel leuker dan zelf in de tuin te werken. Sympathiek is zijn voorkeur voor de schaduwtuin. Niets is prettiger dan te zitten lezen onder het ritselen van een bladerrijke boom. Vreemd is dat je zo zelden een fruitboom ziet in een voortuin, vindt Van de Kaa, want dat is de ideale plek voor zo'n boom. De schrijver geeft de voorkeur aan een ras waarvan de vruchten niet in de winkel verkrijgbaar zijn, en dat is slim. In De getemde wildernis staat ook een treffende beschrijving van de smaak van een mispel: een combinatie van krantenpapier en vuile sokken. De schrijver is van alle markten thuis. Hij leert je wat je moet doen om de keiharde kweeperen te temmen zodat je er met je mes als door boter door kan gaan. Kweeperen worden na het koken - maak er geen moes van - opgediend met slagroom en bestoven met kaneel. (Contact, 700 fr.) PdM Griet Schrauwen