Architect Bob Van Reeth is de eerste 'Bouwmeester van Vlaanderen'. In een Brussels kantoor waakt de man vier dagen per week over de kwaliteit van landschappen, infrastructuren en gebouwen van de Vlaamse overheid - de vijfde dag is gewijd aan zijn eigen, bloeiende praktijk, met hoofdkwartier in Antwerpen. "Het Ministerie van Cultuur geeft regelmatig jaarboeken uit over architectuur," herkauwt hij, enigszins tegen zijn zin, de ontstaansgeschiedenis van het bouwmeesterschap. "In die boeken stond regelmatig kritiek op het beleid van de overheid, dat erop neerkwam dat architectuur gewoon werd overgelaten aan ontwikkelaars. Op een bepaald moment heeft minister De Meester gezegd : daar moet verandering in komen. Er is een beleidsbrief gemaakt, er zijn mensen geconsulteerd, en uiteindelijk heeft men vastgesteld dat het wel eens goed zou kunnen zijn om, naar analogie met de Nederlandse Rijksbouwmeester, ook een Vlaamse Bouwmeester aan te stellen. In Nederland bestaat die functie sinds 1815. Na veel omwegen ben ik dat geworden. Ik wou dat helemaal niet, omdat ik vond dat ik niet in een administratie thuishoorde. Toen hebben ze een headhunter gevraagd. Die belt me en zegt : 'Ik heb vier kandidaten.' Ik antwoord : 'Je weet dat ik geen kandidaat ben.' Hij : 'Ja, maar ik wil er eens met jou over praten.' Twee uur later zegt die man : 'Zou je het toch niet beter zelf doen ?' Het was een burgerplicht."
...

Architect Bob Van Reeth is de eerste 'Bouwmeester van Vlaanderen'. In een Brussels kantoor waakt de man vier dagen per week over de kwaliteit van landschappen, infrastructuren en gebouwen van de Vlaamse overheid - de vijfde dag is gewijd aan zijn eigen, bloeiende praktijk, met hoofdkwartier in Antwerpen. "Het Ministerie van Cultuur geeft regelmatig jaarboeken uit over architectuur," herkauwt hij, enigszins tegen zijn zin, de ontstaansgeschiedenis van het bouwmeesterschap. "In die boeken stond regelmatig kritiek op het beleid van de overheid, dat erop neerkwam dat architectuur gewoon werd overgelaten aan ontwikkelaars. Op een bepaald moment heeft minister De Meester gezegd : daar moet verandering in komen. Er is een beleidsbrief gemaakt, er zijn mensen geconsulteerd, en uiteindelijk heeft men vastgesteld dat het wel eens goed zou kunnen zijn om, naar analogie met de Nederlandse Rijksbouwmeester, ook een Vlaamse Bouwmeester aan te stellen. In Nederland bestaat die functie sinds 1815. Na veel omwegen ben ik dat geworden. Ik wou dat helemaal niet, omdat ik vond dat ik niet in een administratie thuishoorde. Toen hebben ze een headhunter gevraagd. Die belt me en zegt : 'Ik heb vier kandidaten.' Ik antwoord : 'Je weet dat ik geen kandidaat ben.' Hij : 'Ja, maar ik wil er eens met jou over praten.' Twee uur later zegt die man : 'Zou je het toch niet beter zelf doen ?' Het was een burgerplicht." Van Reeth is bezig aan het vijfde en laatste jaar van zijn mandaat (over zijn opvolging is nog niet beslist, misschien volgt hij zichzelf op). Hij heeft de voorbije seizoenen karrenvrachten werk verricht. "Ik moet proberen om van de overheid een voorbeeldige bouwheer te maken. Hoe doe je dat ? Je moet die bouwheer eerst opvoeden - enfin, dat is misschien een groot woord. Je moet in elk geval zeggen : 'Mijnheer of mevrouw de bouwheer, er is meer nodig dan een eisenprogramma om een geslaagd gebouw te maken.' Een goede bouwheer moet zijn ambities op papier zetten. Die moet een projectdefinitie maken. Dat is een voorbeeld van een begrip dat wij hebben uitgevonden. Zo'n projectdefinitie komt vóór het eisenprogramma. Daarnaast heb je niet alleen een goede bouwheer nodig, maar ook een goede ontwerper, of een team van ontwerpers. Je moet ervoor zorgen dat je op een goede manier goede architecten selecteert. Er zijn verschillende architecturen, en dus architecten met verschillende opvattingen. Als overheid moet je die allemaal aan bod laten komen. We hebben dus een methode gezocht om goede architecten op te sporen : de methode van de Open Oproep, waarmee we op Europees niveau de projecten van de Vlaamse overheid publiceren. Op dit moment hebben we ongeveer vijfhonderd portfolio's van architecten uit de hele wereld. Per project worden uit die lijst vijf architecten geselecteerd, in samenwerking met de bouwheer. Die wil er meestal heel graag een buitenlands team bij, en een jong team. Het is de bedoeling dat die vijf hun visie geven, zodat je uiteindelijk vijf concepten krijgt die, als je goed gekozen hebt, heel verschillend zijn. En dan is het aan de bouwheer om zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Om de beste van die vijf te kiezen." De bouwmeester adviseert overigens niet alleen de Vlaamse overheidsinstellingen en administraties. Sinds 2000 moeten projecten van groter dan drieduizend meter te zijner advies voorgelegd worden. Van Reeth werkt tot zijn tevredenheid ook vaak met lokale besturen samen - aan politiekantoren, administratieve gebouwen, cultuurcentra, bibliotheken, sporthallen. "De overheid bouwt natuurlijk wel wat," zegt hij, "maar lang niet zo veel als al die gemeentes en steden."Wat is in zijn werk het aandeel van stedenbouw ? "Als je het hebt over architectuur, dan heb je het over stedenbouw." Altijd ? "Natuurlijk. Het is namelijk niet zo dat architectuur begint achter de rooilijn en stedenbouw ervoor. We maken steden. We voegen er dingen aan toe. Het gaat in ons beroep altijd over de stad, ook op het platteland. Al was het maar dat we er van af moeten blijven, van het platteland. Ik hoor net over de mogelijke verkaveling van 250.000 plots in woonreservegebieden. Die waren in feite voor de lange termijn bedacht, maar eigenlijk zou men er beter nooit aankomen. Dat is toch evident. Als er vandaag iets is dat ons bezighoudt, dan is dat niet esthetica, maar het milieu. Je moet je vanuit dat oogpunt vragen stellen over duurzaamheid. Dan begrijp je vanzelf dat het maar eens gedaan moet zijn met de verkaveling van het platteland. We moeten de steden en de kernen 'verdichten'. Dat heeft allerlei voordelen. Je sluit aan op bestaande infrastructuren en op het stedelijk leven, dat toch een stuk interessanter is dan het platteland." Hoe zit het met de leegloop van de steden ? Is die gestelpt ? Van Reeth : "Je hoort regelmatig dat er weer wat mensen naar de stad zijn teruggekeerd. Maar als bouwmeester heb je daar geen rechtstreekse invloed op. Je praat natuurlijk wel regelmatig met ministers en dan krijg je de kans om je mening te ventileren. In die zin heb je, als adviseur, wel een zekere invloed." Wat adviseert de bouwmeester zijn gesprekpartners ? "Afblijven van het platteland. Het platteland, dat is voor de koeien. En voor de vogeltjes... Ik roep dat al twintig jaar.""Ik ben er niet om absoluut dingen te gaan veranderen. Of misschien wel. Maar het is niet mijn taak te zeggen : wat er nu is, dat is niet goed. We moeten gewoon proberen zo voorbeeldig mogelijk te werken. Dat betekent volgens mij dus dat je duurzaam moet bouwen, aan intelligente ruïnes, gebouwen die 400 jaar meegaan. Slopen is niet duurzaam. Het is verandering die mogelijk maakt dat de dingen blijven. Er zijn andere interpretaties van duurzaamheid : bio-ecologie, energieverbruik, en we moeten daar rekening mee houden."Bob Van Reeth is vooral geïnteresseerd in culturele duurzaamheid. "Dat is de plek waar je bouwt, de structuur van een gebouw, de gevel. De gevel vormt de identiteit van een gebouw. De gevel staat voor wat het gebouw betekent. Het is de huid van dat gebouw. Al de rest is van veel kortere duur. Wat nog het langst meegaat, zijn de installaties, de verwarming, dat soort flauwekul. Laat ons zeggen dat die dertig jaar duren. De indeling van een gebouw gaat maximum tussen de tien en de twintig jaar mee. En de afwerking van een gebouw, die blijft vijf jaar overeind.""Als monumentenzorg op deze manier dacht," meent Van Reeth, "dan zou er heel wat minder frustratie zijn. Die gedachtegang over duurzaamheid zou een interessante basis kunnen vormen voor wat er bewaard moet worden, en hoe het bewaard moet worden. Als je bedenkt dat monumentenzorg zich bekommert om het herbestemmen van gebouwen en plekken, dan zeg ik, ja god, in hemelsnaam, de theorie van de intelligente ruïne zorgt ervoor dat verandering mogelijk is. Maar als monumentenzorg dan zegt : Die klinken moeten blijven, het behangpapier mag niet vervangen worden... "Je kan niet alles bewaren, zegt Van Reeth. Een gebouw kan op zijn, of bouwtechnisch voorbijgestreefd. Hij krijgt vaak met monumentenzorg te maken - omdat hij het patrimonium van de Vlaamse overheid moet bewaren, maar ook omdat hij voortdurend met stedelijke projecten bezig is, dus met historische omgevingen. "Als je van een stad iets wilt begrijpen, dan moet je één ding weten : dat er niets oud is. De stad is niet oud. De stad is actueel, en alles in de stad is actueel. Of het nu gaat over een gebouw dat honderd jaar is of over een gebouw dat twee jaar oud is : die gebouwen zijn actueel. Die gelijktijdigheid, die simultaniteit van oud en nieuw, dat is de definitie van de stad. Als je met openbare gebouwen bezig bent, dan buig je je over architectuur die mee de identiteit van de stad gaat bepalen. Dat is nog iets anders dan een huisje bouwen. Als je het hebt over het 'verdichten' van steden en kernen, dan kun je voorstellen om grote terreinen in bouwblokken iets anders anders in te vullen dan nu het geval is. Dan kun je de tuintjes en de koterijen die er nu in staan schrappen. Het bouwblok is een stedenbouwkundige bouwsteen van de stad, alles wat door straten wordt omgeven. Daar staan huizen langs, en die huizen hebben tuintjes en binnenkoeren en koterijen en garages. Ik kan me voorstellen dat je als stadsbestuur zegt, tiens, we gaan op die plek andere stedenbouwkundige concepten plaatsen."Gebeurt dat ook ? "Dat gebeurt. Met mijn bureau doen we dat veel. Maar vooral in Nederland, gelukkig." Waarom gelukkig ? "Omdat Nederland een land is waar collectiviteit iets betekent, terwijl wij individualisten zijn. Bij ons lijkt het wel of het algemeen belang de som is van alle privé-belangetjes. En zo zien onze steden er ook uit."Is Nederland een groot voorbeeld ? "Nederland is voor architecten een inspirerend land, ja, maar we moeten Nederland niet als model beschouwen. Het is onze volksaard te zijn wat we zijn, en het is de volksaard van de Nederlanders te zijn wat ze zijn. Dat drukt zich ook uit in de architectuur. Ik denk wel dat wij, als wij nadenken over overheidsgebouwen, dat niet moeten doen alsof we aan ons eigen huis bezig zijn. Architectuur is op die manier toch wel een uitdrukking van hoe de democratie in een land in elkaar zit."Architectuur is politiek ? "Alles is politiek. Architectuur hoort toch tot de polis, tot de stad. Als ik een gebouw maak voor de overheid, dat gestructureerd is zoals sommige banken dat zijn, dan denk ik dat ik een ander soort democratische verhouding tussen mensen uitdruk dan wanneer ik van dat gebouw een openbaar gebouw maakt, een gebouw waar straten door lopen. Dat is een ander soort uitdrukking van een maatschappij ; het is een gemeenschap die zich anders uitdrukt. Architectuur is nooit waardenvrij. Soms wel waardeloos, maar niet waardenvrij." Denkt Van Reeth dat mensen gelukkiger kunnen worden van architectuur ? "Ik denk dat architectuur de ambitie moet hebben om mee te werken aan de verbetering van de wereld, ja, anders heeft het niet veel zin. Dan kunnen we ons beter bezighouden met het bouwen van zwembaden in villawijken." nJesseAls je met openbare gebouwen bezig bent, dan buig je je over architectuur die mee de identiteit van de stad bepaalt.