Mijn vader was herenkapper in de Kortrijksepoortstraat in Gent. Coiffeur. Tussen het haar en de parfums, daar ben ik opgegroeid. Ik heb er een wakkere neus aan overgehouden. Als kleine jongen besefte ik al dat mijn vader meer deed dan kappen en knippen. Hij was vooral een meesterlijke entertainer. Een geboren cabaretier. De klanten kwamen soms louter daarvoor. Zijn stijl was ongemeen grappig en direct. Door en door Gents.
...

Mijn vader was herenkapper in de Kortrijksepoortstraat in Gent. Coiffeur. Tussen het haar en de parfums, daar ben ik opgegroeid. Ik heb er een wakkere neus aan overgehouden. Als kleine jongen besefte ik al dat mijn vader meer deed dan kappen en knippen. Hij was vooral een meesterlijke entertainer. Een geboren cabaretier. De klanten kwamen soms louter daarvoor. Zijn stijl was ongemeen grappig en direct. Door en door Gents. Ik was jong en onstuimig, doorzag plots het systeem en wou met alle geweld van die mallemolen stappen. Vandaar : theater. Iets artistieks. Mijn manier van rebelleren. Ik volgde één jaar Rits, daarna drie jaar conservatorium in Gent en ben er dan uitgestapt : te veel werk. Ik was volop actief in het jeugdtheater, speelde in Arca, Arena... Ik leerde er wat ik moest leren. Wannes Van de Velde is mijn (blijvende) voorbeeld en een van mijn beste vrienden. Als jonge gast vond ik hem al zoveel beter dan The Beatles bijvoorbeeld. Wat hij deed, was echt. Puur. Zonder pose. En dat greep me ongelooflijk naar de keel. Ik geef graag monologen in het Gents. Niet gemakkelijk : je moet vreselijk opletten dat je van het dialect niet de boodschap maakt. Het mag niet pittoresk worden, geen folklore. Als het lukt, is het fantastisch. Het creëert een unieke sfeer bij het publiek : dit is echt. Hij spéélt niet. Al is het Gents wel op sterven na dood. Prop tien keer vree wijs in een zin en je spreekt Gents tegenwoordig. Ach ja. Het heeft geen zin om erover sakkeren. Er zal wel iets in de plaats gekomen zijn. Theater moet ontroeren. Ontroering geeft troost. En dat vind ik heel belangrijk. Niet iedereen deelt die mening, en maar goed ook : diversiteit is het mooiste wat er is. Maar ikzelf wil dat een voorstelling een catharsis teweegbrengt. Bij de toeschouwer en bij de acteur. Ze moeten anders uit de voorstelling stappen dan ze erin kwamen. Twijfel, het is mijn zegen en mijn gesel. Ik ben een vreselijke twijfelaar. De eerste vijftien jaar heb ik er daardoor vaak mee willen kappen. Ik las de tekst, maakte er een voorstelling van in mijn hoofd, maar tijdens de repetities bleek vaak dat ik dat doel absoluut niet bereikte : ' Ik kan het niet. Die daar, die zou dat veel beter doen.'Ik heb toch doorgezet. Maar de twijfel blijft. En ik heb geleerd dat ik het nodig heb. Ik hou trouwens niet van mensen die honderd procent zeker zijn van hun stuk. Dat kan toch niet ? Dat móet een pose zijn. Vooral de slechte recensies bewaar ik. Dat heb ik overgenomen van auteur en zielsgenoot Eriek Verpale. Die hangt de recensies zelfs uit. Een masochistisch trekje. Ik doe het vooral omdat je daar later het hardst mee lacht : mens, ik kreeg er nogal van langs toen ! Maar pas op, een slechte recensie brengt me wel van mijn melk. Even toch. Na een halve dag is het over. Dit beroep doe je niet straffeloos, denk ik vaak. Voor sommige rollen graaf je heel diep in wat niet zo fraai is van jezelf. En zoiets laat zijn sporen na. Je moet het ook durven. Durven zeggen : ik bén voor een deel zo. Anders is het niet interessant. En je kunt er best wel ondersteboven van zijn als je duistere hoekjes in jezelf ontdekt. Kun je van iemand trouw eisen in de liefde ? Zie je die persoon dan graag, ook als die zich ongelukkig voelt in dat keurslijf van trouw ? Het is een van die typisch wezenlijke vragen die Sándor Márai stelt in Gloed, onze nieuwe voorstelling. Hij is zo'n schrijver die de steunpilaren van je denken neerhaalt. En dat lijkt eigen aan Hongaarse schrijvers, zoals ook Magda Szabó of Imre Kertész. De personages dragen altijd een, meestal loodzwaar, geheim. Het zijn boeken waar je even niet goed van bent. Waarom ik doe wat ik doe ? Om niet alleen te zijn. Theater spelen is mijn beste middel tegen eenzaamheid. En het geeft me - daar ben ik weer - troost. Al klinkt dat allemaal wel wat zwaar. Ik lach er ook best wel mee hoor... :: Gloed van Sándor Márai, in een regie van Lucas Vandervost, met Bob De Moor, Wim Van der Grijnen, Tania Van der Sanden en Mieke De Groote, vanaf zes januari op tournee door Vlaanderen. Info en agenda op www.malpertuis.be, 051 40 62 90. Tekst Guinevere Claeys I Foto Charlie De Keersmaecker