Heel wat jazzmusici halen een groot deel van hun status minder uit hun tegenwoordige werk dan wel uit hun verleden, al dan niet terecht. Herbie Hancock heeft op zijn laatste opnames steeds een constant niveau gehaald van pianistieke verfijning en jazz van feilloze snit, maar verwondering is er niet echt meer bij. Het is daarom alleen al goed dat zijn "Complete Blue Note Sixties Sessions" zijn uitgebracht, met alle zeven albums die Hancock tussen...

Heel wat jazzmusici halen een groot deel van hun status minder uit hun tegenwoordige werk dan wel uit hun verleden, al dan niet terecht. Herbie Hancock heeft op zijn laatste opnames steeds een constant niveau gehaald van pianistieke verfijning en jazz van feilloze snit, maar verwondering is er niet echt meer bij. Het is daarom alleen al goed dat zijn "Complete Blue Note Sixties Sessions" zijn uitgebracht, met alle zeven albums die Hancock tussen '62 en '69 voor Blue Note maakte plus enkele relevante "alternate takes" en fragmenten uit opnames van Wayne Shorter, Bobby Hutcherson en anderen. De zes cd's in deze mooie box (met een meticuleus boekje erbij) tonen immers de ontdekking, de snelle opgang en de evolutie van de jongeman die door trompettist Donald Byrd naar Blue Note werd meegebracht. "Takin' Off" was meteen een monsterhit, de souljazz van Watermelon Man op kop. Zijn tweede plaat voor Blue Note was op hetzelfde funky patroon gebaseerd, maar met "Inventions and Dimensions" maakte Hancock een vrijwel volledig geïmproviseerde plaat, minder bekend, maar met pareltjes als A Jump Ahead, een begeesterend duet met bassist Paul Chambers. Hancock ging in die jaren lustig verder met klassieker na klassieker af te leveren, ook "Empyrean Isles" ('64) wordt gezegend met Cantaloup Island, The Egg en One Finger Snap. Vanaf "Maiden Voyage" behoort Hancock tot de absolute top, hij zit dan in het befaamde Miles Davis Quintet en neemt de kampioenenritmesectie van Davis (met Ron Carter, bas, en Tony Williams, drums) mee. De plaat heeft in postbopmiddens zowat de status van bijbel, vooral het titelnummer en Dolphin Dance klinken nog even fris als toen en worden niet alleen veelvuldig geïmiteerd en gekopieerd, ze werden gewoon de norm voor heelder generaties musici tot vandaag. De platen die erna komen (het wat impressionistischer "Speak Like A Child" en het meer expressievere "The Prisoner") evenaren "Maiden Voyage" niet meer, maar blijven zeker de klasse bewaren. Het is een avontuur te luisteren hoe Hancock stap na stap van souljazz en funky pianoakkoorden evolueert naar fijnzinnig gearrangeerde, maar steeds in dienst van de piano staande, composities met een licht klassieke inslag. Zeggen dat het na '69 nooit meer goed kwam, is schromelijk overdreven, maar de opwinding van die eerste zeven opnames bereikte hij nauwelijks nog. Gerry De Mol