Ook Japan ontsnapte niet aan de diepe crisis die zovele landen trof waar ooit een bloeiende filmindustrie bestond. De oorzaken zijn genoegzaam bekend: groeiend martkaandeel van de Amerikaanse cinema, slinkend bioscooppubliek, explosie van videomarkt, afbrokkeling van het vroegere monopolistische studiosysteem.

Ongunstige economische factoren, die echter niet konden verhinderen dat er de laatste jaren voldoende nieuwe talenten zijn opgestaan om te mogen gewagen van een nieuwe gouden periode voor de Japanse film.

Een van de bijzondere figuren in deze nieuwe oogst is Takeshi Kitano (51). Van huize uit acteur (het komische duo "Two Beat", bezorgde hem op het thuisfront superster-status) is hij ook de auteur van een veertigtal boeken en een gevreesde talkshowpresentator. In het Westen is hij alleen bekend voor zijn rol van sergeant in "Merry Christmas Mr.Lawrence" van Nagisa Oshima.

Negen jaar geleden debuteerde hij als regisseur met "Violent Cop", eerste deel van een misdaadtrilogie die werd voortgezet met "Boiling Point" en "Sonatine" (een beschouwende "polar", nu ook op video beschikbaar). Je zou deze films gemakshalve zen-thrillers kunnen noemen, waarin het gestileerd geweld verwant is aan Hongkonger John Woo, maar waarvan de elegische toon aan de existentialistische série noire films van Jean-Pierre Melville doet denken.

Kitano's voorlaatste en halfautobiografische film over jeugddelinquenten "Kids Return" komt eind april in Vlaanderen in roulatie. Vanaf deze week is inmiddels zijn jongste werk te zien. Het in Venetië met de Gouden Leeuw gelauwerde "Hana-bi" is opnieuw een policier. Kitano, wiens gelaat na een zwaar motorongeval half verlamd bleef, speelt zelf de rol van Nishi, een zwijgzame, stoïcijnse rechercheur met behoorlijk wat zorgen aan zijn hoofd. Nadat hij uit wraak een politiemoordenaar neerschoot, wordt hij tot ontslag gedwongen; zijn partner wordt door dezelfde doder kreupel gemaakt; zijn vrouw is ongeneeslijk ziek. Om in het onderhoud van zijn invalide collega te kunnen voorzien en om zijn vrouw op een laatste vakantie te kunnen trakteren, berooft de gelaten Nishi een bank.

Kitano werkt hier met allerlei vertrouwde, zelfs verplichte ingrediënten, situaties en formele ingrepen van het yakuza-genre. Het knappe schuilt in de wijze waarop hij tegelijk met gulle hand met de referenties strooit, maar dit alles zodanig transponeert, verdraait en verrassend maakt dat we pardoes in een totaal uniek universum belanden. De regisseur-acteur gaat daarbij opvallend vermetel te werk, neemt zowel dramatisch, visueel als inzake tempo en toonzetting voortdurend risico's. Hij slaagt er zelfs in om zijn recente tekeningen en schilderijen (gemaakt tijdens zijn convalescentie) in het verhaal te integreren.

Deze vaak bloedmooie film is een evenwichtsoefening tussen het tragische en het burleske, tussen kitsch overschrijdende poëzie en klinisch minimalisme, tussen uitzinnig grotesk geweld (op zeker ogenblik steekt Nishi met chopsticks een tegenstander de ogen uit) en onbeschroomd melodrama, tussen felle emotionele ontladingen en droogkomische observaties (Kitano is ook een bewonderaar van Tati).

Aan elkaar geschreven betekent "hanabi" vuurwerk, maar als je het woord splitst, valt het uiteen in "hana" (bloem) en "bi" (vuur), de twee polen waartussen de film koorddanst. Leven-dood-tegenstelling die de cineast ook stilistisch ten volle exploreert. Waardoor een verhaal dat in alles dood en vernieling in zich draagt, uiteindelijk een even roekeloze als irrationele viering van het leven wordt.

"Hana-bi" van Takeshi Kitano, met Takeshi Kitano, Kishomoto Kayoko, Osugi Ren.

Patrick Duynslaegher