Nooit heeft een groep de term industrial zo adequaat belichaamd als Einstürzende Neubauten. Zich afzettend tegen het rockestablishment, begonnen ze twintig jaar geleden geluiden te halen uit schroot. Bandleider Blixa Bargeld was een drop-out, die in een kraakhuis in Berlijn woonde. De Duitse stad was in die jaren een soort Utopia met een bloeiend kunstmilieu. Het enige toekomstbeeld dat Bargeld had, was schilder of muzikant worden. Door een speling van het lot werd het dat laatste. Een vriend vroeg op een dag of hij zin had om mee op te treden.

Bargeld hapte meteen toe en bleek al snel een geboren frontman. Met zijn expressieve kop en stekelhaar had hij er de fysieke présence voor. Dat hij niet gehinderd werd door enige muzikale kennis en zelfs geen instrument bezat, was in die punkdagen een te verwaarlozen detail.

Al hebben Einstürzende Neubauten wel degelijk grenzen verlegd, Bargeld doorprikt zelf graag de mythe. Oorspronkelijk zat er geen concept achter de keuze om met drilboren, voorhamers en stalen platen te experimenteren. De groep liet zich stomweg door het toeval leiden. Omdat N.U. Unruh zich uit geldnood gedwongen zag zijn drumstel te verkopen, sprokkelde hij zijn percussie-instrumenten op industrieterreinen bij elkaar. Dat gebonk op allerlei metalen gaf uiteraard een nooit geziene energie en alras groeiden Einstürzende Neubauten uit tot een overweldigende live-act. Explosief. Soms stookten ze letterlijk een vuurtje, een truc die het aan hen schatplichtige Rammstein tegenwoordig met succes herhaalt.

Toen Einstürzende Neubauten een reputatie opbouwden als "die groep die op het podium materiaal vernietigt", kwam de op sensatie beluste menigte daar natuurlijk speciaal op af. Reden voor de groep om definitief met het geweld te kappen. "Als we al iets willen vernietigen, dan zijn het de vooroordelen van het publiek", luidt sindsdien het credo van Bargeld. Hij was ervoor beducht een parodie van zichzelf te worden.

De Duitsers maakten een natuurlijke evolutie door. Na de eerste drie jaar de meest chaotische groep ter wereld te zijn geweest, kienen Bargeld & co nu alles tot in de puntjes uit. Ze maken er een erezaak van geen twee keer dezelfde plaat te maken en toch typisch Einstürzende Neubauten te blijven. De lat wordt bewust heel hoog gelegd.

Blixa Bargeld: "Elk album is enorm tijdrovend. Een zware dobber. We sukkelen onderweg vaak in een straatje zonder einde. Gooien veel weg. Het lijkt ons volstrekt oninteressant om voor de hand liggende dingen te doen. Stukje bij beetje krijgt een plaat vorm. Ik ga nooit de studio in met afgewerkte nummers." Op het nieuwe Silence is Sexy is de missie geslaagd. Als er naar het verleden wordt verwezen, is het met een knipoog. Een nummer kreeg de titel Alles (Ein Stück in alten Stil) omdat de groep daarin, als geluidseffect, metalen voorwerpen op de grond laat vallen. Het is een knappe cd geworden, met als adagium minder is meer. Ruimtelijk en open, en niet zonder ironie. De humor is subtiel, neem bijvoorbeeld het koor toeschouwers dat vol enthousiasme de slogan "Silence is sexy" brult of de ritmiek van gsm-storingen in Anrufe in Abwesenheit.

In levenden lijve is Blixa Bargeld (echte naam: Christian Emmerich) een ernstig man. Als hij het hoofd is van Einstürzende Neubauten, dan is N.U. Unruh ( Andrew Chudy) het hart. Bij het eerste contact komt Bargeld afstandelijk en terughoudend over. Maar hij heeft niets van die bekende Duitse norsheid. Onvriendelijk is hij nooit, maar wel op zijn hoede. Je merkt een duidelijke verwantschap met Nick Cave, van wie hij de rechterhand is bij The Bad Seeds en met wie hij de soundtracks van Ghosts... of the Civil Dead (1989) en To Have and to Hold (1996) maakte. De twee postpunkhelden hebben elkaar gevonden, met een gezonde argwaan voor de buitenwereld als bindmiddel.

Hoe had je in het prille begin van je carrière gereageerd als iemand je vertelde dat je twintig jaar later een gerespecteerde muzikant zou zijn?

Ik zou het geloofd hebben. Ik wist in mijn binnenste wel dat het ergens toe zou leiden. Wat ik niet had durven te denken, was dat Einstürzende Neubauten twintig jaar later nog zou bestaan. De oprichting van de groep gebeurde heel spontaan. Ik realiseerde me pas dat het iets langer zou blijven toen ik m'n eerste platencontract tekende. Plots besefte ik: hey, misschien zijn we dan toch geen eendagswonder.

Je hebt het overleven van Einstürzende Neubauten in de hand gewerkt door de groep regelmatig opnieuw uit te vinden.

We zijn intussen al aan een vierde versie van de groep toe. Dezelfde bezetting heeft het geen twintig jaar kunnen uitzingen. Eigenlijk zijn Andrew en ik de enige constanten. Met de twee nieuwe leden, Jochen Arbeit en Rudi Moser, hebben we sinds de lancering van het album Ende Neu (1996), zo'n honderd optredens gehad. Je kunt dus gerust stellen dat we opnieuw een hechte, goed functionerende band zijn. Maar elke line-up heeft zijn eigen chemie, dat klopt.

De groep die vroeger bekend stond om zijn lawaai, maakt nu een cd die "Silence is Sexy" heet. Dat klinkt als een statement.

Daar ben ik me wel degelijk van bewust. Het is ook een stille én een sexy plaat. De titel is dus niet misleidend.

In '83 zei je: "Intensiteit is de enige acceptabele waarde voor mij." Sta je nog altijd achter die uitspraak?

Oh ja. Ik vind dit ook een intense plaat. Kalm, maar intens. Ik zie daarin geen contradictie. Intensiteit heeft niet per definitie met volume of snelheid te maken. In het titelnummer voel je de spanning van de stilte. Het was een verschrikkelijk moeilijke opdracht om die spanning toch hoorbaar te maken. De oplossing was uiteindelijk dat ik een sigaret rookte voor de microfoon.

Was dat een toevallige vondst?

Nee. Dat was het resultaat van heuse research. We hadden al wat opnamepogingen achter de rug, maar die waren één voor één mislukt. We vonden maar niet het effect dat we voor ogen hadden. We hebben alles uitgeprobeerd. Na twee weken waren we er nog altijd niet in geslaagd om de silence sexy te maken. De sigaret bracht redding.

De klank van het album is opvallend zuiver.

We hebben gewerkt met een zeer jonge technicus, Boris Wilsdorf. Dit was zijn doop. Zijn eerste plaat en meteen raak. Hij heeft het er prima van afgebracht.

Als je met de hoofdtelefoon naar de cd luistert, is het alsof je in een theater met een perfecte akoestiek zit.

Bijna alles is ook live opgenomen. Die keuze hoorde bij ons concept. Ik wou de onvoorziene omstandigheden vastleggen. Als wij samen spelen, doen we nooit twee keer hetzelfde. Een liedje komt er telkens heel anders uit. Ik wou ook dat alle nummers uitvoerbaar bleven. Soms zit je zodanig te knutselen in de studio dat je de songs nooit op optredens kunt reproduceren. Veel nummers op dit album zijn uit improvisatie gegroeid. Op de laatste tournee werkten we, voor het eerst, met een vaste setlist. Niettemin bouwden we een drietal blanco momenten in die we met jams opvulden. Dan lanceerde Andrew bijvoorbeeld out of the blue een ritme en wij speelden daarop in. Uit die improvisaties werden songs geboren, onder andere Alles, Redukt en Sonnenbarke.

Het resultaat heeft dan ook iets jazzachtigs.

Dat is me ook opgevallen, ja. Dat komt vooral door de akoestische bas die Alex nu vaak gebruikt. Dat instrument heeft de klankkleur en -kwaliteit van de contrabas.

Luister je nog naar popplaten?

Niet meer. De hele heisa die rond popmuziek is ontstaan, heeft mijn interesse bekoeld. Ik heb mijn buik vol van alle trends die komen en gaan. De rest van de groep heeft nog wél voeling met de popbeweging. Zij zijn ook goed geïnformeerd. Ik niet, en daar ben ik eerlijk gezegd blij om. Als ik thuis een cd inschuif, is het meestal klassiek. Oude platen durf ik ook nog wel eens op te leggen. The Velvet Underground, etnische muziek, Pete Seeger, Marlene Dietrich.

Ik vind Silence is Sexy bij momenten ook grappig.

Héél grappig zou ik het niet willen noemen. Maar ik denk dat onze humor vroeger wat meer omfloerst was. We hebben nu geopteerd voor meer duidelijkheid.

De humoristische kant van Einstürzende Neubauten werd nooit echt onderkend. Jullie zijn altijd enorm serieus genomen.

Dat vind ik een goeie zaak. Hoeveel popmuzikanten vechten er niet voor respect? We hebben onszelf nooit hoeven te verdedigen. Maar het is zeker niet verkeerd om wat lichtheid in je werk te laten sluipen. Ik zou het zo willen uitdrukken: ik wil serieus genomen worden als entertainer. Wij willen de mensen onderhouden. Een plaat maken waar je met plezier naar luistert. Toen we met de groep begonnen, vond ik het zeker niet om te lachen. Mijn ambities lagen elders. Ons eerste album Kollaps was zeker niet bedoeld om mensen te behagen. We wilden net iets verschrikkelijks maken. Voorbij de pijngrens. Als ik die plaat nu terug hoor, merk ik hoe de popmuziek intussen veranderd is en hoe de normen verlegd zijn. Het album doet niet langer pijn.

Wou je in die tijd shockeren?

Niet echt. Het had veeleer iets zelfdestructiefs.

Berlijn wordt, als ik sommige reisverhalen mag geloven, opnieuw "the place to be". Uit een song als "Die Befindlichkeit des Landes" meen ik te kunnen afleiden dat jij vragen hebt bij die zogeheten wedergeboorte.

Aan de grondslag van Die Befindlichkeit des Landes lag een verzameling notities, krantenknipsels en advertenties over Duitsland in het algemeen. Hoe langer ik eraan werkte, hoe meer ik me op Berlijn begon te focussen. Onbewust bijna. Blijkbaar moest ik dringend mijn ei kwijt over dat nieuwe centrum. Iedereen heeft al gehoord over de fameuze Potsdammer Platz. Moderne architectuur doet de restanten en littekens van het verleden verdwijnen. Die gebouwen snijden het ware leven weg van de stadskern. Maken er een klinische boel van. Een slapende buurt.

Van West-Berlijn blijft eigenlijk zo goed als niets meer over. Het is zelfs zo erg dat ik op sommige plekken van Oost-Berlijn meer de smaak van het oude West-Berlijn proef. Daar vind ik nog de dynamiek en de opwinding van weleer. Maar als je iets te ver naar het oosten gaat, is de lol er weer snel af. Dan kom je namelijk in de skinheadcultuur terecht. Ik wilde echter geen protestsong van Die Befindlichkeit des Landes maken. Het mocht absoluut niet als een cynisch commentaar overkomen. Daarom gebruikte ik een allegorische figuur, Melancholia. Een engel die over het land zweeft. Melancholia ziet de ruïnes al in de gebouwen die nog niet eens af zijn.

Maar die engel ben jij zelf?

Het is een spiegel. Enkel door mijn ideeën erop te reflecteren, was ik in staat te zeggen wat ik te zeggen had.

Gaat "Zampano" over paranoia?

Het nummer gaat in de eerste plaats over mijn onprettige ervaringen met stalkers. Mensen die postvatten aan mijn deur of me bespieden vanuit een hotelkamer aan de overkant van de straat. Dat is dus geen waan, het is écht.

Maar het lijkt alsof je in die song vooral op de vlucht bent voor jezelf.

Dat is ook zo. Ik ben het uiteindelijk die de stalkers tot dwaze dingen inspireert. Ik ben de idioot die zulke idoten creëert. Had ik een andere persoonlijkheid, dan lieten ze me met rust. Ik wil er ook op wijzen dat ik de tekst op een luchtige toon vertolk. Ik wou het net niet te paranoïde maken. Het nummer klinkt niet als een nachtmerrie.

Waarom hebben bepaalde artiesten last van dit fenomeen en anderen niet?

Ik vind geen verklaring. Sommigen trekken dat soort mensen aan en anderen niet.

Is het misschien zo dat hoe groter je charisma is en hoe uitgesprokener je karakter, hoe meer kans er bestaat dat je er het slachtoffer van wordt?

Dat vermoed ik ook, ja. Ik kamp namelijk al van jongsaf met dit probleem. Volgens mij heeft het dus niet zozeer met roem op zich te maken. Bekendheid maakt het uiteraard erger, maar al lang voor ik met Einstürzende Neubauten startte, raakten mensen door mij geobsedeerd. Het is heel bizar. Ik ken genoeg collega's die er geen hinder van ondervinden. Nick Cave zit in hetzelfde schuitje. Hij heeft ook gekken die rond hem hangen en hem het leven soms zuur maken.

Wellicht is dat de reden waarom hij in interviews wel eens uithaalt naar fanatieke bewonderaars.

Zou kunnen, daar wil ik me niet over uitspreken. Ik lees nooit interviews.

Je bent met duizend en één dingen bezig: Einstürzende Neubauten, Nick Cave & The Bad Seeds, musiceren en acteren in film en theater, "spoken word performances". Ben je snel verveeld?

Inderdaad. Als ik niets om handen heb, word ik kregelig en nerveus. Ik kan eenvoudigweg niet stilzitten.

Je moet over een groot organisatietalent beschikken om dat allemaal netjes te laten verlopen.

Ja, het is constant coördineren en agenda's op elkaar afstemmen. Voor mij staat het jaar 2000 al volledig volgeboekt. Ik weet dag na dag wat me te doen staat. Als het enigszins kan, probeer ik in een gaatje hier of daar nog wat bij te plannen. Het kan niet druk genoeg zijn.

Veel mensen huiveren bij het idee dat hun hele jaar zou vastliggen.

En toch zijn voor de meeste mensen alle werkdagen identiek. Ze weten van maandagmorgen tot vrijdagavond perfect wat hen te wachten staat. Ik heb het geluk dat mijn job zeer onvoorspelbaar is.

Klopt het dat je elke dag schrijft?

Ja. Maar ik hou geen dagboek bij. Dat vind ik te anachronistisch. Ik verplicht mezelf gewoon elke dag iets neer te kribbelen. Dat kunnen gedichten zijn, songteksten, bedenkingen, ideeën voor projecten. Het is een goeie training en vaak groeien er nummers uit die notities. Ik schrijf alles eerst met de pen in een boekje en tik het daarna over op de computer. Met het Sherlock-systeem sla ik alle pennenvruchten op. Gerangschikt volgens onderwerp. Als ik bijvoorbeeld iets rond Melancholia wil doen, dan roep ik alle teksten op die onder die noemer vallen. Da's handig, want ik heb intussen al duizenden documenten.

Ik kan me niet voorstellen dat je dagelijks zoveel inspiratie hebt dat je spontaan iets aan het papier kunt toevertrouwen.

Het gaat zelden vanzelf. Je moet het forceren. Het gebeurt wel eens dat er niets komt opborrelen. Maar zelfs dan kan ik schrijven over het ongemak dat voortvloeit uit dat writer's block. Ik vind een wit blad iets heel provocerends hebben.

Heb je hulpmiddelen om de muze uit haar tent te lokken?

Baudelaire verwoordde het ooit prachtig. Hij stelde: "Inspiratie is elke dag schrijven." Dat zet ik dus gewoon in de praktijk om.

"Silence is Sexy" van Einstürzende Neubauten is uit bij Mute/Play It Again Sam.

Peter Van Dyck