DOODBRAAF EN TOCH EEN PIERCING ?

Dat komt doordat niet alle hersendelen zich even snel ontwikkelen en doordat niet alle tienerhersenen zich hetzelfde gedragen. Als het gebied dat emotionele kicks regelt, zich ontwikkelt, terwijl het gebied dat nadenkt over gevolgen op lange termijn nog niet rijp is, loopt een tiener het risico domme of gevaarlijke dingen te doen.
...

Dat komt doordat niet alle hersendelen zich even snel ontwikkelen en doordat niet alle tienerhersenen zich hetzelfde gedragen. Als het gebied dat emotionele kicks regelt, zich ontwikkelt, terwijl het gebied dat nadenkt over gevolgen op lange termijn nog niet rijp is, loopt een tiener het risico domme of gevaarlijke dingen te doen. Omdat ze nog maar net leren om zich in een ander te verplaatsen en ontdekken dat niet iedereen hen geweldig vindt, zijn tieners gevoeliger dan volwassenen, die dat soort dingen kunnen relativeren. Tiener-emoties gaan op en neer omdat hun emotionele en rationele breinsystemen nog niet in balans zijn. Ze verwarren soms complexe emoties en hebben het moeilijk om de exacte betekenis van andermans gezichtsuitdrukkingen te herkennen. Het voordeel: tieners kunnen niet alleen heel nukkig zijn, maar ook superblij. Tieners hebben ongeveer negen uur slaap nodig. Hun lichaam geeft echter steeds later het slaaphormoon melatonine af, dus worden ze pas rond elf uur of later slaperig. Maar ze moeten wel vroeg op school zijn, vandaar dat ze in het weekend soms met geen stokken uit bed te krijgen zijn. Ze hebben dus een soort permanente jetlag. Zolang de frontale cortex van tieners niet volgroeid is, kunnen ze hun emoties niet reguleren, niet op lange termijn denken of geen grenzen aangeven. Daarom hebben ze een 'externe' frontale cortex nodig : ouders en leerkrachten die duidelijke grenzen en regels stellen, en hen begeleiden. Hoe moeilijk kan het zijn om iets te plannen, een werkje op tijd af te hebben of geld te sparen ? Heel moeilijk, zo blijkt. Het vraagt een ingewikkelde samenwerking tussen de hersenonderdelen die instaan voor geheugen, flexibiliteit, aandacht, informatie- filtering en omgang met feedback. Vandaar dat er een limiet is aan hoe zelfstandig een tiener kan handelen. De hersenen van pubers zijn uitzonderlijk gevoelig voor beloning. Niet alleen op materieel vlak, maar ook cool zijn, iets spannends doen, verliefd zijn of vrienden hebben spelen mee. Daar komt bij dat ze moeilijk weerstaan aan groepsdruk en nog niet beseffen dat hun gedrag op langere termijn consequenties heeft. Ze weten vaagweg dat een tatoeage voor altijd is, of dat te laat thuiskomen hun ouders ongerust maakt, maar dat houdt hen niet tegen, want het is te leuk om het niet te doen. Ze denken wel degelijk na over wat ze doen, maar komen tot andere conclusies dan volwassenen. Snelle winst haalt het altijd van veilige keuzes. Dat pure kortetermijndenken leren sommige pubers pas af vanaf hun 18de. Sociale relaties zijn voor jongeren vanaf veertien zo belangrijk dat ze vinden dat individuen moeten voldoen aan sociale regels en wetten. Ze doen dus wat de groep doet. Als die groep niet deugt, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden. Tegelijk is het belangrijk, want het leert jongeren om zich zodanig te gedragen dat ze geaccepteerd worden. De frontale cortex van volwassenen stuurt en remt af, focust de aandacht en filtert informatie die niet belangrijk is. Als jongere zitten je hersenen nog vol kronkels, je wordt minder geremd en plant minder. Lastig, maar daardoor kunnen tieners buiten de geijkte paden denken. Hun hersenen zijn extra flexibel, creatief en komen soms met uitzonderlijk goed gevonden ideeën. Tieners zijn bovendien vaak idealistisch. Ze willen echt en oprecht de wereld verbeteren. Met ouder worden, worden we realistischer. (NLB)