Ik weet dat minimalistisch design in België furore maakt, maar jammer voor u, ik hou er niet van. Ik apprecieer het alleen als stijloefening", zegt Elisabeth Delacarte kordaat. We waren amper toegekomen en de fotograaf had niet eens zijn materiaal uitgepakt, of de vrouw des huizes lanceerde deze aanval. Of was het een verdediging? We keken wat verwonderd rond om te wennen aan haar meubilair en haar kunstwerken.
...

Ik weet dat minimalistisch design in België furore maakt, maar jammer voor u, ik hou er niet van. Ik apprecieer het alleen als stijloefening", zegt Elisabeth Delacarte kordaat. We waren amper toegekomen en de fotograaf had niet eens zijn materiaal uitgepakt, of de vrouw des huizes lanceerde deze aanval. Of was het een verdediging? We keken wat verwonderd rond om te wennen aan haar meubilair en haar kunstwerken. Een van Delacartes favoriete kunstenaars, de beeldhouwer Franck Evennou, kenden we van vroeger. Vorig jaar nog publiceerde Weekend Knack een reportage over zijn landelijke woning in Senslis. Hij ontwerpt vooral bronzen beelden en meubels. Zijn huis oogt veel rustiger dan de bonte flat van Elisabeth Delacarte. Volgens haar is het minimalisme een vrucht van het calvinisme, en hoort het dus beter thuis in Noord-Europa. "Nuance: strak Italiaans design vind ik wel goed staan in een somptueus Italiaans decor, bijvoorbeeld in zo'n ouderwets stadspaleis, maar niet in onze Parijse Haussmanniaanse appartementen." Zelf begon Delacarte haar carrière met de verkoop van art-decomeubilair: "Slechts één stuk uit die tijd heb ik overgehouden: de spiegelcommode in de slaapkamer. Ik kocht het toen ik zeventien was met geld van mijn grootmoeder. Ik begon toen juist economie te studeren. Ik heb die studies afgemaakt, maar deed nooit iets met het diploma. Maar omdat ik zo jong al een meubel kocht in plaats van een juweel of een autootje, zoals veel anderen zouden hebben gedaan, moet er toen al iets zijn geweest dat me in de richting duwde van een meubelzaak of een kunstgalerie. Ik begon met art deco, maar wilde na verloop van tijd ook iets nieuws brengen. Dat was moeilijk in het midden van de jaren tachtig: er waren alleen winkels vol zwaar design van zwart leder en chroomstaal."In 1985 ontdekte Elisabeth Delacarte op een decoratietentoonstelling in het Grand Palais een aantal ontwerpers die anders werken: artisanaal en fantasierijk. Ze begon tegenover het Théâtre de L'Odéon terstond met een soort kunstgalerie, Avant-Scène, waar ze deze ontwerpers een plaats geeft. Je ziet er onder meer werk van Garouste en Bonetti, André Dubreuil, Tom Dixon, Mark Brazier-Jones en dus Franck Evennou. Ze hebben allemaal een voorliefde voor metaal, van recuperatie-ijzer tot brons. Kostbaar zijn de materialen zelden, maar ze ogen wel rijk. "Ik hou van een gesofisticeerde afwerking. Misschien heb ik dat wel in mijn ouderlijk huis vol antieke meubels leren appreciëren. Antiquiteiten zijn doorgaans technisch verfijnd afgewerkt. Ze zien er ook warm uit, niet zoals plastic of beton", aldus Delacarte. In haar flat komt haar barokke smaak in zijn volle breedte tot uiting. "Die stijl vind ik creatief, vrij, humoristisch en extravangant. Precies zoals het leven zelf moet zijn", resumeert Delacarte enthousiast.Galerie Avant-Scène, Place de L'Odéon 4, 75006 Parijs.Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde