Overgewaaid uit de voedingssector maakt de biotrend ook furore in cosmetica. Glamoureuze beroemdheden als Jade Jagger en Stella McCartney maken komaf met de geitenwollensokkensfeer rond natuurcosmetica, een stijgend aantal gezondheidsproblemen veroorzaakt door chemicaliën doen de rest. De gealarmeerde consument lijkt steeds vaker te kiezen voor natuurlijke, organisch geteelde producten en is meer begaan met milieu en gezondheidsimpact, dierenproeven en ethische handel. Bij Weleda en dr. Hauschka bevestigen ze die belangstelling : "De laatste jaren kent Weleda een constante groei van twintig procent per jaar", vertelt woordvoerder Pieter De Cooman. "De dioxinecrisis op de Belgische markt is zeer duidelijk een keerpunt geweest. Het ...

Overgewaaid uit de voedingssector maakt de biotrend ook furore in cosmetica. Glamoureuze beroemdheden als Jade Jagger en Stella McCartney maken komaf met de geitenwollensokkensfeer rond natuurcosmetica, een stijgend aantal gezondheidsproblemen veroorzaakt door chemicaliën doen de rest. De gealarmeerde consument lijkt steeds vaker te kiezen voor natuurlijke, organisch geteelde producten en is meer begaan met milieu en gezondheidsimpact, dierenproeven en ethische handel. Bij Weleda en dr. Hauschka bevestigen ze die belangstelling : "De laatste jaren kent Weleda een constante groei van twintig procent per jaar", vertelt woordvoerder Pieter De Cooman. "De dioxinecrisis op de Belgische markt is zeer duidelijk een keerpunt geweest. Het bracht mensen in de natuurwinkels, waar ze ook biocosmetica ontdekten." Biocosmetica bevatten zoveel mogelijk plantaardige grondstoffen van biologische teelt. Er mogen met andere woorden geen pesticiden, kunstmatige of genetisch gemanipuleerde meststoffen gebruikt worden tijdens het kweken. De industrie noemt een product ecologisch wanneer minimum 95 procent van de ingrediënten natuurlijk is en minimum vijftig procent biologisch. Biologische producten moeten 95 procent biologisch geteelde grondstoffen bevatten. Deze merken voeren een milieubewust en sociaal getint beleid, testen hun producten niet op dieren en voegen geen (synthetische) kleur-, geur- en bewaarmiddelen toe. Maar biocosmetica kampen met verscheidene handicaps. "Het grote probleem is dat er geen wettelijke definitie van biocosmetica bestaat," zegt De Cooman, "enkel de term 'bio' is beschermd. Elke fabrikant kan dat begrip dus naar eigen goeddunken invullen, waardoor je een grijze zone krijgt van 'groene' merken die een graantje meepikken van de populariteit zonder echt 'natuurlijk' te zijn." Bovendien is de productie van cosmetica vaak veel ingewikkelder dan die van voedingsmiddelen. De Cooman : "We proberen zoveel mogelijk biologische en biologisch-dynamische grondstoffen te gebruiken, maar vaak is er een tekort of bestaan ze zelfs niet. Vooral voor ingrediënten die niet gebruikt worden in voeding is het vinden van biokwaliteit moeilijk en vaak onbetaalbaar." Dus kweekt Weleda zoveel mogelijk in eigen tuinen en gaat het merk actief op zoek naar partners, waar het samen biokweekprojecten mee opzet. "De samenstelling van een gezichtscrème is ook veel complexer dan pakweg een bloemkool," gaat De Cooman voort. "Al die verschillende ingrediënten kunnen niet altijd helemaal bio zijn, en sommige kunnen het volgens mij ook heel moeilijk worden. Voor een zonnecrème bijvoorbeeld is er nog altijd geen natuurlijke zonnefilter gevonden. Dan spreek ik niet over een beschermingsfactor vier, maar hoger. In hoeverre kun je bovendien nog over een natuurlijk product spreken als je een natuurlijke grondstof gaat bewerken ?"Het maakt het allemaal onduidelijk en verwarrend voor de consument. Zelfs in een natuurwinkel heeft hij volgens De Cooman niet de garantie dat alle producten bio zijn. "Er zijn heel wat winkels die het nauwgezet aanpakken, maar je hebt er zeker ook waarvoor de winstmarge doorweegt. Daarom zou een wettelijk erkend bio- of ecolabel nuttig zijn. Maar de Europese overheid ligt daar niet wakker van, vrees ik." Dus nam de industrie in verscheidene landen zelf het initiatief tot een kwaliteitslabel, als een soort zelfregulerend systeem. In Duitsland heb je het BDIH-label ( Bundesverband Deutscher Industrie- und Handelsunternehmen), in Frankrijk heb je Ecocert. Deze laatste is een onafhankelijk orgaan dat de bodem, planten, essentiële oliën en bewerkingsprocessen controleert. Hun label op de verpakking garandeert dat het product biologisch is, niet getest op dieren en milieuvriendelijk verpakt. Consumenten die willen weten of een merk natuurzuiver is, raadt De Cooman aan om eens te kijken op de Duitstalige websites www. naturalbeauty.de en www.oekotest.de of in een Bio Shop-winkel te kopen. Deze keten is een coöperatieve van de 34 grootste natuurwinkels in België. De winkels zijn onafhankelijk, maar hebben een overkoepelend secretariaat, dat onder andere producten screent op hun ecogehalte.