Als kind heb ik nooit klappen gekregen. Niet van mijn ouders, niet van mijn grootouders en niet van de nonnen of juffrouwen op school. Ook later, toen ik van meegaand kind veranderde in een brutale tiener, kreeg ik nooit een tik. Als volwassen vrouw rook ik fysiek agressieve kerels al van ver. Geen man heeft me ooit geslagen.
...

Als kind heb ik nooit klappen gekregen. Niet van mijn ouders, niet van mijn grootouders en niet van de nonnen of juffrouwen op school. Ook later, toen ik van meegaand kind veranderde in een brutale tiener, kreeg ik nooit een tik. Als volwassen vrouw rook ik fysiek agressieve kerels al van ver. Geen man heeft me ooit geslagen.Eind juli wandelde ik door de Collegestraat in Sint-Niklaas met mijn vreedzame levensgezel. De poort van zijn oude college stond open. "Zullen we eens naar binnen gaan?" stelde hij voor. De school had iets bekends, ook al was ik er nooit geweest. Hij had er natuurlijk over verteld en ik had er ook over gelezen in Kartonnen dozen van zijn jongere naamgenoot Tom Lanoye. De accenten in de schoolherinneringen van beide Tommen liggen enigszins anders. Een thema in de verhalen van de oudste zijn de onbarmhartige meppen die hij er kreeg van sommige priesters en leraren. De jaren zestig waren volop aan het woelen. De godvruchtige heren waren hun laatste klappen aan het uitdelen, al beseften zij noch hun leerlingen dat toen. Arme Tom. Hij zat gekneld tussen twee tijdperken. Heb je nooit zin gehad om zo'n pee een draai terug te geven? vroeg ik toen we door de lange collegegangen liepen. Ik ken hem tenslotte als een man die zeer kwaad kan worden als hij vindt dat hem of anderen onrecht wordt aangedaan. "Het kwam niet bij mij op", antwoordde hij, "ik herinner me een jongen die terugsloeg, hij werd op staande voet buitengegooid." Het leek wel alsof hij over de Middeleeuwen vertelde. Ik kan me niet voorstellen dat er vandaag nog zo brutaal zou worden opgetreden tegen schoolkinderen. Of wel? Laat ons even naar Zwolle gaan. Nee, niet het Hollandse maar het Amerikaanse Zwolle (uitgesproken Ziwallie), een dorp van tweeduizend godvrezende inwoners diep in de bayou's van Louisiana. Daar, in een bescheiden houten huis, woont het gezin Cahanin. Vader Robert, moeder Chenette en dochter Megan zijn onlangs herhaaldelijk in het nieuws geweest. Het begon met de foto's die moeder Cahanin nam van het tienjarig achterwerk van haar dochter. Nee, mijn verhaal gaat niet de richting uit die u misschien vermoedt. De vrouw maakte twaalf foto's in totaal. Ze vormen het visuele dagboek van de genezing van Megans gekneusde billen. Van het eerste vers gevlekte purper tot het laatste vale grijs. Megan was stout geweest op school. Ze had een vriendinnetje een duw gegeven in de schoolcafetaria. Zo'n zwaar misdrijf wordt in de lagere school van Zwolle zonder dralen bestraft met enkele keiharde meppen met een peddel op de billen. De directrice deelde de straf uit in hoogsteigen persoon. Dat vindt ze haar taak, ze heeft het al honderden keren gedaan in haar kantoor waar, naast de tien geboden, de leuze " Wat je niet doodt, maakt je sterker" aan de muur hangt. Goed, Megan, een overigens uitstekende leerlinge, kwam dus thuis met pijnlijk gezwollen billen. Vader Robert begon te wenen toen hij de kwetsuren van zijn prinsesje zag. Hij belde meteen de politie, het schoolbestuur, de gouverneur van Louisiana en zijn advocaat. "Ik doe je een proces aan", zei hij tegen de directrice. "Wij ook", zeiden daarop de ouders van een medeleerling van Megan. Hun zoon, DeWayne Ebarb, was in acht weken tijd zeventien keren door de directrice onder handen genomen. De meeste inwoners van Zwolle schrokken zich een ongeluk. Vanwaar al die herrie, vroegen ze zich af. Lijfstraffen zijn toch toegestaan in de scholen van Louisiana? Dat klopt. Meer zelfs. Op school kinderen slaan, is nog in 23 andere staten legaal. De scholen houden minutieuze data bij van de verstrekte pandoeringen. Zo weten we dat er in het schooljaar 1997-'98 liefst 365.000 Amerikaantjes werden geslagen door onderwijzend personeel, bijna allemaal in conservatief christelijke staten in het zuiden zoals Louisiana. In 1980-'81 werden nog meer dan 1,3 miljoen lijfstraffen uitgedeeld. De allereerste staat die komaf maakte met fysieke repressie op school was New Jersey. Dat was in het jaar 1867. De staat New York, die zo prat gaat op zijn progressief imago, verbood ze pas in 1994. Eerlijkheidshalve moeten we eraan toevoegen dat in staten waar het mag, niet alle scholen meedoen aan de praktijk. En waar het wel gebeurt, kunnen ouders een formulier tekenen waardoor ze het lijfelijk straffen van hun kinderen verbieden. Uit dezelfde nauwkeurig bijgehouden statistieken blijkt dat zwarte leerlingen 2,5 keer vaker worden geslagen dan blanke. Een cynische voorbereiding, zou men kunnen zeggen, op de frequentere en strengere bestraffing die zwarten als volwassenen riskeren. De kans dat de vader van Megan zijn proces wint, wordt klein geacht. Ik snap het niet. De Amerikaanse wet verbiedt het slaan van gevangenen, inwoners van bejaardentehuizen en kinderen in pleeggezinnen. Maar schoolautoriteiten die kinderen slaan, vaak in naam van God, mogen naar hartenlust hun gang gaan. Straffer nog. Als het Amerikaanse Congres binnenkort het pakket van nieuwe onderwijsvoorstellen van president Bush goedkeurt, dan wordt het praktisch onmogelijk om leraars en schooldirecties, zoals die van Zwolle, juridisch te vervolgen voor hun laffe daden. Jacqueline Goossens vanuit New York