Ooit, toen ik mij nog niet vaak durfde te scheren uit angst op babybillen te lijken, moest ik voor de krant waarvoor ik werkte op reportage naar een fruitsapfabriek. Het bedrijfje was pas uit de grond gestampt. Ik zie de bedrijfsleider daar nog staan, poserend voor de foto, met in zijn ene hand een sinaasappel en in de andere een brik sap. Het was een man met een bril en een baard. Ik herinner mij dat ik desondanks een beetje jaloers op hem was, omdat hij zelfstandig zijn brood verdiende met zo'n eerlijke onderneming. Geestdriftig vertelde hij mij dat in zijn sap kleur- noch bewaarstoffen werden gebezigd.
...

Ooit, toen ik mij nog niet vaak durfde te scheren uit angst op babybillen te lijken, moest ik voor de krant waarvoor ik werkte op reportage naar een fruitsapfabriek. Het bedrijfje was pas uit de grond gestampt. Ik zie de bedrijfsleider daar nog staan, poserend voor de foto, met in zijn ene hand een sinaasappel en in de andere een brik sap. Het was een man met een bril en een baard. Ik herinner mij dat ik desondanks een beetje jaloers op hem was, omdat hij zelfstandig zijn brood verdiende met zo'n eerlijke onderneming. Geestdriftig vertelde hij mij dat in zijn sap kleur- noch bewaarstoffen werden gebezigd. Jaren later zag ik in de krant een foto van dezelfde kerel. Hij hield nu geen citrusvruchten vast, maar had handboeien om zijn polsen. "Cocaïne in dozen fruitsap gesmokkeld", was de titel boven het artikel. Het zijn van die momenten waarop je mensbeeld een stamp in zijn kloten krijgt, zeker als je vooraan in de twintig bent en beschermd opgevoed. Het was mijn eerste confrontatie met het soort onbetrouwbare lieden dat zich schaamteloos verrijkt zonder stil te staan bij de gevolgen voor anderen. Later zou ik er meer ontmoeten van dat slag. Soms in het echt, soms in de kranten. Soms grof en wraakroepend, soms op een manier die veeleer zielig valt te noemen. De vent die zijn krantenwinkel overlaat zonder erbij te zeggen dat de straat binnenkort voor een heel jaar afgesloten wordt. De nieuwe uitbaatster verneemt het na twee weken, als iemand de winkel binnenkomt met de vraag of ze een petitie tegen de werken wil tekenen. "Wélke werken, meneer ?" Ik kan me voorstellen hoe je daar staat, met nog een kraslot in je handen. De variaties op dit thema zijn onuitputtelijk. Veel van die daders zijn natuurlijk zélf beschadigd. Niet zelden hadden ze een ongelukkige jeugd en wie zonder schuld is, dat hij de eerste steen maar werpt. Verontrustender vind ik dat er ook maatschappelijk een en ander verschuift. Steeds meer worden oplichters en ellebogenwerkers als slimmeriken bekeken en niet als verwerpelijke wezens. Het slachtoffer verspreidt de zerpe geur van de loser, terwijl leugenaars en bedriegers de glans van winnaars krijgen. Ze verschuilen zich in de politiek en in de hoogste regionen van ondernemingen. Dat je maar zo stom niet moet zijn je bij de bok te laten zetten, is doorgaans de mentaliteit. Asociaal gedrag biedt talrijke voordelen. Dat ondervond ik onlangs weer toen ik voor de lichten stond te wachten in een eindeloze rij. Een dure bak stak mij brullend voorbij, in het vak dat bestemd was voor wie rechtsaf moest. Op het kruispunt voegde hij op het allerlaatste nippertje toch naar links in, zonder pinken uiteraard, om het cliché te vervolmaken. Hij gaf de file het nakijken, won vijf minuten en een heleboel fun. Het staat natuurlijk cool, de regels aan je laars te lappen en de domme ganzen uit te lachen die wel keurig blijven wachten. Zoiets te zien, vervult mij met droefheid. Je moet daarvoor uitkijken, want dergelijk gedrag is zo alomtegenwoordig dat je op den duur droevig zou blijven. Het begint op het laagste niveau, in de file voor de lichten. Het eindigt in the oval office en bij de haute finance. In de auto, het droge nieuws van middernacht : "Belgische grootbanken investeren in clusterbommenfabrikanten." Clusterbommen ontploffen tot kleinere bommetjes, die pas later op hun beurt ontploffen en doorgaans veel burgerslachtoffers maken. Meteen na het nieuws reclame voor Fortis : "Hoe kunnen wij ù helpen ?" Wrang. Wat je eraan overhoudt, is een niet meer weg te branden achterdocht. Overal zoek je bijbedoelingen. Cocaïne in dubbele bodems. Je mag zo wantrouwig niet zijn, zeggen sommigen dan. Terwijl ze zelf met sleutelbossen rondlopen. Wat zijn de miljarden sloten ter wereld anders dan een stille cultus van het wantrouwen ? Maar hoe vergaat het intussen mijn fruitsappenvent ? Dat zou ik graag willen weten. Zou hij nog leven ? Misschien heeft hij een dochter die dweept met Pessoa en die op zaterdag een wereldwinkel openhoudt. Misschien heeft ze zelf al een klein meisje, dat zeepbellen blaast uit zo'n ontwapenend potje. Zo zag ik er onlangs een, in de nabijgelegen stad. Het werd al donker. De hoop van de wereld lag op haar schouders. Reacties : jp.mulders@skynet.be Jean-Paul Mulders