Voor een echt kerst- en oudjaargebeuren moet je natuurlijk in Good Old England zijn. De Britten weten wat het leven binnenshuis fijn maakt en gooien er op het einde van het jaar graag nog wat extra sneeuw en gure wind tegenaan. Kwestie van het degusteren van een glaasje oude port of de plumpudding nog wat gezelliger te maken. In deze traditie past ook het brouwen van een kerstbier, zeg maar Christmas ale. Traditionele kerstbieren zijn wat zwaardere, zoetere en kruidigere zusjes van de doordeweekse brouwsels. Deze traditie leeft wel degelijk onder de eilandbewoners; in de vele thuisbrouwrecepten voor Christmas ale treft men steevast bruine suiker en kruiden zoals kaneel aan.

Vele Britse bieren verdragen voor die ene keer best wat meer zoet. Britten houden van wat bitter in het glas, zij het fijn hopbitter in bijvoorbeeld een pale ale of het zo typische zachte bitter van gebrande mout in een Scotch. Zulke brouwsels speciaal voor de kerstdagen wat opsmukken, levert een aangenaam bier op, hartverwarmend en met een mooie balans tussen bitter en zoet.

Anders wordt het als brouwers een normaal al zwaar en vrij zoet bier nog extra sieren met kersttoeters en -bellen. Resultaat is al te vaak een te plomp, plakkerig zoet bier dat de verfijnde balans van Britse kerstbieren mist. Sommige Belgische brouwers bezondigen zich hieraan. Onthoud dus dat niet elk kerstbier wel goed moet zijn, het tegendeel is soms waar. Overigens hoeft u ook niet te geloven dat u bijvoorbeeld met de Gordon Xmas een op en top Schotse specialiteit onder de boom legt: dit bier is in Schotland schier onbekend. Zelfs de ons bekende gewone Scotch wordt bijna uitsluitend voor de export (naar België) gebrouwen. Nee, voor echt authentic Brits kerstbier moet u het Kanaal over of onder. Breng meteen ook een plumpudding mee.

De gewoonte om in de donkere dagen een wat zwaarder bier te maken, bestaat ook in België al langer. Een van de pioniers is de Dobbel Palm, al in 1947 ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de brouwerij gelanceerd. Sindsdien biedt Palm met oudjaar steeds een wat verfijnder, volmondiger bier aan. De term Dobbel slaat trouwens oorspronkelijk op het gebruik van een dubbele hoeveelheid grondstoffen voor dezelfde hoeveelheid water, wat een voller bier geeft. Een donkere trappist wordt ook vaak als een dubbele aangeduid. Waar een tripel voor staat, kan u zelf wel raden. Een Dobbel Palm blijft natuurlijk een drinkbier, niet echt geschikt als geschenk. Hoewel - nu Palm de laatste jaren extra aandacht besteedt aan de promotie van zijn Dobbel en elk jaar het etiket wijzigt - binnen pakweg een tiental jaren een rijtje millésimes van het bier leuk moet ogen. Nu beginnen verzamelen dus.

Dat het ook anders kan, bewijst het piepkleine De Ranke uit Wevelgem. "Bitter in de mond maakt het hart gezond" lijkt wel de lijfspreuk van de brouwerij. Een van hun bieren luistert naar de naam XX-Bitter, dan weet je het wel. De twee brouwers houden zielsveel van bier, maar ergerden zich aan de verzoeting van het smakenpalet. Dat leidde tot een beperkte productie van bieren die ze zelf ook graag zouden drinken. In 1996 verscheen hun Père Noël. Het etiket oogt wat simpel, maar dat is dan ook het enige minpunt. Kiest u voor de 75 cl-verpakking in een feestelijke papieren wikkel, dan vervalt meteen ook dit bezwaar. Verder vind ik het een van de beste Belgische bieren. Een Père Noël combineert fijn maar pertinent hopbitter met zachter bitter uit gebrande mouten en een delicate kruidigheid (zoethout). Daarbij smaakt het behoorlijk vol en spreekt het de hele mond aan, zonder ook maar één moment te vervallen in stroperig zoet. Een prachtbier, dat bovendien heel mooi veroudert. Een tip voor volgend jaar misschien: een jonge Père Noël smaakt voor sommigen nog wat te bitter, na één jaar zijn de scherpe kantjes eraf en bloeit het bier volledig open. Nu kopen om volgend jaar te geven dus, tenzij u ergens een ouder bakje oppikt.

Precies een jaar geleden keken we uit naar een bijzonder spannende gebeurtenis, de millenniumwissel. Ongetwijfeld heeft een koppige enkeling die ervan overtuigd is dat het nieuwe millennium pas begint op 1 januari 2001 nog een batterij vuurwerk gespaard, maar laten we eerlijk zijn: het doet er weinig toe. Eind 1999 voelde iedereen zich al platgeslagen door de commerciële invulling van het gebeuren. Wie ook flink meewerkte, waren de brouwers. De eerste millenniumbieren werden al begin 1999 opgemerkt. Niet altijd onterecht: zo raadde brouwerij De Landsheer de klanten aan haar Malheur Millennium dan al te kopen om het enkele maanden in de kelder rustig te laten rijpen. Op zich geen gek idee; bier bewaart net als wijn nu eenmaal veel beter in een koele donkere kelder dan in een warenhuisrek.

Toch leed ook de vloed van millenniumbieren aan de typische Belgische ziekte: rommelig en mistig. Voor de leek was het een bijna onbegonnen zaak om het kaf van het koren te scheiden. Sommige millenniumbieren bleken gewoon etiketbieren (reeds bestaande bieren van een ander etiket voorzien), andere bleken gebrouwen naar een slechts licht aangepast recept. Zeldzaam waren de pogingen om een echt origineel bier te brouwen, zoals bijvoorbeeld brasserie Dubuisson, die de millenniumwissel aanwendde om hun Bush-bier voor een eerste maal te laten hergisten op fles.

Brasserie Dupont ziet het anders en biedt al sinds 1996 een nieuwjaarsbier aan onder de welluidende naam Avec les Bons Voeux de la Brasserie Dupont, een hoppig-bitter, machtig blond bier met frisse citrustoetsen. Misschien wou de brouwerij na het soms al te zoete kerstgebeuren de liefhebber een stevig en afsmakend glas bier aanbieden, wat perfect gelukt is (alleen wordt met 9,5 alc. % vol. de lever nog niet echt gespaard). Een prachtig bier dat zelfs geen bijbehorend kaartje behoeft: "Met de beste wensen van de brouwerij Dupont én die van mezelf" volstaat ruimschoots, zeker als de verkrijger het bier geproefd zal hebben.

Nu we het toch hebben over de overdaad die steevast gepaard gaat met oudjaar: niets beters om de vermoeide maag en de verslapte smaakpapillen op te kikkeren dan een zuivere en bittere pils. Helaas bijna onvindbaar in België, of het zou de pils van brouwerij Martens moeten zijn (niet toevallig vlakbij de Duitse grens). Voor een zuivere fris-bittere en afsmakende pils moeten we helaas naar het buitenland. Tips voor trips zijn het Duitse Bitburg ( Bitburger) of het Tsjechische Pilzen ( Urquell Pilsner, de uitvinder van de pils). Zulke bieren kan je gewoon niet vergelijken met de meestal vlakke Belgische pils. Ze moeten wel piepjong gedronken worden. U doet er de liefhebber alvast een groot plezier mee.

Trappisten staan buiten de tijd, dat is bekend. Zelfs alle schietgebedjes ter wereld zouden hen niet kunnen overtuigd hebben om een millenniumbier op de markt te brengen. Toch pakten de Trappisten van Westmalle eind vorig jaar met een nieuwigheid uit: de botteling van hun tripel in een 75 cl-fles. De rechtstreeks bedrukte fles oogt eenvoudig maar tegelijk bijzonder fraai, zoals het een trappist past. Een grote fles met champagnekurk heeft meer allure dan een klein flesje, maar er is meer aan de hand. Bier dat hergist op de fles en dus per definitie niet gepasteuriseerd is, evolueert verder. Na botteling blijven de gistcellen nog een drie- tot zestal maanden in leven. Ook daarna sturen de resten van de dode gistcellen het rijpingsproces bij. Men heeft het daarom ook wel over bier met smaakevolutie. Deze narijping verloopt in een grote fles een ietsje anders dan in een normaal flesje. Resultaat is meestal een zachter bier, hoewel de moederbrouwsels op zich identiek zijn.

Toch is er nog een tweede verschil: de tripel bestemd voor afvulling op grote flessen wordt op voorhand geselecteerd. Na de hoofdgisting proeft de brouwer van elk vat. Alleen de beste brouwsels verdwijnen onder de champagnekurk. Laat de tripel zo al een prachtbier zijn, deze werkwijze garandeert u dat u met de 75 cl-fles absoluut het beste in huis haalt - of te geef legt. Een heerlijk geschenk, ook al omdat de productie heel beperkt is en de flessen in de normale kleinhandel quasi-onvindbaar zijn. Westmalle wenst dit tot nader order ook zo te houden.

Niets belet u natuurlijk om ander heerlijks te voorschijn te toveren. U verblijdt elke bierliefhebber met een bak trappist uit Westvleteren. De Sint-Sixtusabdij aldaar brouwt slechts 4000 hl per jaar, voor hen ruim voldoende om hun kosten te dekken. Het bier is alleen te koop bij de abdij zelf, wat het meteen heel begerenswaardig maakt. De donkere 8 en 12 zijn voldoende gekend, relatief nieuw is de blonde, een smakelijk vrij bitter zomers degustatiebier. De houten kratten maken er meteen een mooi en eeuwig geschenk van. Vlaamse kelders krioelen waarschijnlijk van oude, lege of halfvolle Westvleteren-bakken.

Ook niet te versmaden is een bakje Rochefort, volgens sommigen het beste donkere trappistenbier maar moeilijker te vinden in de handel. Vlot verkrijgbaar zijn de bieren van Chimay. Chimay bottelt ook in grote flessen, en ook die liggen courant in de winkelrekken. Zowel de donkere rouge en bleu als de bleke tripel staan voor pure klasse. Waarschijnlijk het mooiste Chimay-bier is grofweg te situeren tussen de aparte en kurkdroge Orval en de volle tripel van Westmalle. Nog steeds vrij onbekend en dus onbemind, volledig onterecht.

Een zeer recent buitenbeentje is een bijzondere versie van de Gouden Carolus, de Cuvée van de Keizer. Brouwerij Het Anker in Mechelen brouwt het bier slechts één dag per jaar, op 24 februari, de geboortedag van keizer Karel. Die dag stelt Het Anker haar deuren open en kunnen liefhebbers deze ene brouwdag meemaken.

Begin mei wordt het bier gebotteld in 75 cl-flessen met het oog op een lange carrière in de kelder. De flessen krijgen op een fraai halsbandje ook het brouwjaar mee, bijna een unicum in de bierwereld. Bij andere bieren kom je het brouwjaar wel te weten door x aantal jaren van de houdbaarheidsdatum af te trekken, maar deze x verschilt nogal: veelal twee jaar, soms drie, soms ook vier of vijf of zelfs meer. Weet wel dat het afdrukken van deze houdbaarheidsdatum op bier een wettelijke verplichting is, maar dat bewaarbieren in optimale omstandigheden makkelijk vijf tot tien jaar of langer bewaren. Uiteraard mét smaakevolutie.

Brouwerij Het Anker schildert haar Cuvée af als een uitzonderlijk bewaarbier en stelt dan ook een houdbaarheidsdatum van 10 jaar voorop. Tip: geef meteen twaalf flessen cadeau - mooi verpakt in houten kistjes - aan de bezitter van een goede kelder. Zo kan hij jaarlijks één fles opdiepen, bijvoorbeeld telkens op 24 februari, om jaar na jaar de evolutie van het bier te volgen. Wie weet vergeet hij de milde schenker niet en kan u telkens mee proeven.

Een Gouden Carolus kan je trouwens qua proefsensaties misschien nog het best vergelijken met een Brits kerstbier: warme alcohol, enorm complex qua aroma en smaak, en een mooie balans tussen wrang-zurige en zoetige, fruitige impressies. De Cuvée volgt deze notities, maar is nog iets forser uitgewerkt. Helaas wordt het bier slechts gebrouwen in een zeer gelimiteerde hoeveelheid en is het in principe alleen in de brouwerij te koop. Maar zoals de eerste Belgische spooringenieurs zeiden: alle treinen leiden naar Mechelen.

Wij Belgen mogen geen champagne maken. Geen echte oneer; tenslotte duurde het daar in en rond Reims heel lang voor ze een procédé vonden om hun bijna ondrinkbare wijn toch nog genietbaar te maken. De gevolgen zijn gekend.

Precies dat procédé (het nauwgezet proeven van de inhoud van elk vat, het precies bottelen van nauwkeurig afgemeten hoeveelheden vocht van elke jaargang, het met argusogen volgen van de hergisting in de fles en het bijna maniakaal controleren van de lagering) vinden we in het Pajottenland onder de brouwers en stekers van oude geuze. De term oude geuze komt van een Europese verordening die bepaalt dat zulke bieren moeten ontstaan uit een mengeling van lambiek van één, twee en drie jaar oud, hergist in de fles, tot de sprankelende geuze ontstaat. Een geuzenbrouwer houdt het hele proces in eigen beheer, een steker koopt bij verschillende brouwerijen lambiek aan en lagert en mengt deze naar eigen goeddunken. Zulk een oude geuze is naast laag-alcoholisch ook wat zurig (maar dat is champagne ook), maar bovenal waarschijnlijk de meest complexe en rijkste alcoholische drank ter wereld. Oorzaak is de spontane gisting van de brouwsels; lambiekbieren in wording worden blootgesteld aan de open (winterse) Zenne-lucht. Gevolg is dat heel veel organismen in deze tuin komen spelen en dus heel veel nevenproducten aanmaken. Vandaar de onvoorstelbare complexiteit in aroma en smaak. Het verdere verwerkingsproces is dus even arbeids- en kapitaalsintensief als bij het maken van champagne, alleen kan de Belg maar moeilijk 200 fr. bovenhalen voor een goede fles oude geuze. Dom. Nog moeilijker voor de producenten wordt het als ze fruit willen steken: honderd kilo frambozen kost nu eenmaal meer dan een flesje extract. Echte oude geuze is dus duur, echt fruitbier op basis van echte lambiek is nog duurder. Maar veel meer dan de moeite waard. Een goede geuze herkent u aan het bijna bedwelmende complexe aroma, smakelijke fruitbieren herkent u aan de geur van eerlijke krieken en frambozen. Toch enkele namen: Boon (eerder zacht), Cantillon, Girardin, Drie Fonteinen en Hanssens. Moeilijk te vinden, maar evenveel of zelfs meer waard dan een champagne.

Rest ons nog de overvloed aan veelal bijzondere, heel mooie en persoonlijke bieren die overal te lande gebrouwen worden. Misschien kan u uw relaties verblijden met een oorspronkelijk bier uit hun geboortestreek, bijvoorbeeld Poperings Hommelbier of een Oud Oudenaards bruin bier (eventueel met krieken). Lekkers vindt u ook bij de Brasserie Ellezelloise, een vrij recente brouwerij die fanatiek voor het goede en echte kiest. Getuige daarvan (naast de bijna 100% koperen brouwinstallatie) de standaardverpakking in flesjes met beugel en porseleinen stop, gerangschikt in houten kratten. Alleen al voor het leeggoed betaalt u bijna evenveel als voor een bakje abdijbier, maar de inhoud is driemaal zoveel waard. De gelukkige verkrijger heeft na het leegdrinken meteen een handigheidje in huis om op een zomerse barbecue zijn/haar gasten 24 verschillende kruidenoliën en/of azijn aan te bieden.

Bob Magerman / Foto's Jan Caudron