Het gastenboek lijkt lang genoeg om deze pagina te vullen. Van Albert Einstein tot Carl Gustav Jung, van Joseph Beuys tot David Bowie, van Isabelle Huppert tot Gerhard Richter, van Rod Stewart tot Richard Strauss ; al bijna honderd jaar zijn kunstenaars en intellectuelen hier kind aan huis. "Overgrootvader opende het Waldhaus in juni 1908", vertelt de gemoedelijke Urs Kienberger. "Hij had een lange werkervaring in de negentiende-eeuwse grand hôtels in Rusland, Italië en Sankt Moritz, maar droomde van een e...

Het gastenboek lijkt lang genoeg om deze pagina te vullen. Van Albert Einstein tot Carl Gustav Jung, van Joseph Beuys tot David Bowie, van Isabelle Huppert tot Gerhard Richter, van Rod Stewart tot Richard Strauss ; al bijna honderd jaar zijn kunstenaars en intellectuelen hier kind aan huis. "Overgrootvader opende het Waldhaus in juni 1908", vertelt de gemoedelijke Urs Kienberger. "Hij had een lange werkervaring in de negentiende-eeuwse grand hôtels in Rusland, Italië en Sankt Moritz, maar droomde van een eigen hotel, beter dan alles wat hij kende." Vier generaties later blijft dit het enige Zwitserse vijfsterrenhotel dat nog steeds in het bezit is van de stichtende familie. "Jozef Giger, zelf 61 jaar bij de opening, bouwde zijn droom uit voor zijn nazaten. En ofschoon we naarstig renoveren en restaureren, wijzigen we nooit de structuur van het gebouw. De publieke ruimtes zien eruit zoals honderd jaren geleden, aangepast aan de noden van vandaag." Draadloos internet kan, maar in de salons gaan gsm's uit. De drie kamers met originele meubels - een metalen bed, een commode en een nagenoeg vooroorlogse badkamer - lijken authentiek maar enigszins spartaans. Zelf krijgen we de indrukwekkende Isolasuite toegewezen, een duplex in de ronde toren met een panoramisch zicht over de vallei. Op een rots, net boven het dorp en geprangd tussen de meren van Sils en Silvaplana, de horizon gedomineerd door de witte toppen van de hoge Engadin, pronkt het Waldhaus als een pseudomiddeleeuws kasteel with a view. In mijn salon plof ik neer in een fauteuil. Overweldigend, zowel het landschap als dit gebouw zelf. Toen slimme ondernemers aan het einde van de achttiende eeuw in Sankt Moritz het wintertoerisme uitvonden, brak de tijd aan van de grand hôtels, de paleizen voor gekroonde hoofden op vakantie. "Naar die stad, tien kilometer of twee bevroren meren verder, komt de internationale jetset al sedert jaar en dag om te zien en gezien te worden", vertelt mijn gastheer. "Naar Sils, een dorp van amper zevenhonderd zielen, elf boerenfamilies en wat vee, komen bezoekers om zich in alle discretie terug te trekken, ver van de paparazzi." Herman Hesse bracht hier wel vijftien zomers door, en ook Theodor Adorno keerde telkens weer. Maar het was niemand minder dan de antichrist zelve, Friedrich Nietzsche, die in de jaren 1890 de weldoende kracht van Sils ontdekte. De filosoof met de hamer huurde er een eenvoudige kamer bij een boerengezin, want "we zijn zo graag in de vrije natuur, omdat die geen mening over ons heeft". Tekst en foto's Jo Fransen