Na de zoveelste haarspeldbocht ben ik elk gevoel van oriëntatie kwijt. De slingerweg leidt me als een dronkenman dieper het gebergte in, een gordijn van mediterrane begroeiing beperkt het zicht. Maar dan breekt het landschap open. Aan de overkant van een beekdal verrijst een stadje uit een rotsmassief.
...

Na de zoveelste haarspeldbocht ben ik elk gevoel van oriëntatie kwijt. De slingerweg leidt me als een dronkenman dieper het gebergte in, een gordijn van mediterrane begroeiing beperkt het zicht. Maar dan breekt het landschap open. Aan de overkant van een beekdal verrijst een stadje uit een rotsmassief. Pitigliano presenteert zich als een mediterrane fata morgana. Ik schiet een inham in en stap uit. Huizen balanceren boven de afgrond, ze verspringen synchroon met de grillen van de tufstenen wand. De gevels zijn opgetrokken uit hetzelfde steen. Je ziet niet goed waar de rots eindigt en waar de huizen beginnen, een statische symbiose. Het zou zomaar een beeldhouwwerk van een Italiaanse maestro kunnen zijn. Ik waan me op een filmset. Een labyrint van straatjes zuigt me dieper binnen de muren van Pitigliano. Ik daal af in steegjes zo smal dat het daglicht de bodem nauwelijks bereikt. Trappen die elkaar kruisen, vormen een lijnenspel. Ik weet nauwelijks waar ik me bevind, laat me verdwalen in deze speeltuin. Eeuwenoude opgangen met scheefgezakte treden leiden naar voordeuren op stahoogte. Een oude vrouw in paars zit in een deuropening, half tandeloos lacht ze me toe. Souvenirwinkels zie ik niet, wel houtsnijwerk uit olijfhout. Stukken wild zwijn bungelen aan het plafond van slagers, de delicatesse van de streek. Overal olijfolie en wijn van topkwaliteit, Bianco di Pitigliano is een begrip in Italië. Het is oktober, handmatig oogsten wijnboeren hun druiven op hellingen rondom. De middeleeuwen herleven in dit stadje, dat vierduizend zielen herbergt. Bewoners babbelen op bankjes op de Piazza Fortezza, rond een vijfkoppige fontein die klatert. Het water komt van een aquaduct dat het stadsbeeld domineert, een souvenir van de Medici uit de zeventiende eeuw. Het twee eeuwen oudere Palazzo Orsini straalt zoveel trots uit dat ik wel moet kijken, de Orsini's leden niet aan valse bescheidenheid. Onder de pleinbabbelaars bevinden zich excentriekelingen. Een reus met een sik stelt zich voor als Adrian, van Engelse komaf maar vrijwel levenslang woonachtig in Pitigliano. Hij wenkt me mee naar zijn insectenuniversum, een ruimte met 2300 dode insecten van evenzoveel soorten die hij ving in alle werelddelen, gerangschikt rond een Boeddhabeeld. Wellicht een van de grootste insectenverzamelingen wereldwijd. Waarom uitgerekend in dit bergdorp ? Adrian zegt dat de plaatselijke bevolking een vreemde vogel als hij tolereert, in Rome zouden ze hem wegtreiteren. Gezang weergalmt in een steeg. Het klinkt Hebreeuws. Een groepje jongeren vrolijkt de straten op. Het zijn Joden, een van de weinige toeristen die ik zie. Joodse reizigers zijn nieuwsgierig naar Pitigliano, dat sinds begin zestiende eeuw een toevluchtsoord was voor vijfhonderd Italiaanse geloofsgenoten. Joden en christenen leefden eeuwenlang harmonisch samen. De woorden van Adrian over tolerantie krijgen een extra dimensie. 'Klein-Jeruzalem' heet Pitigliano ook wel. Met recht, je waant je hier in de Heilige Stad, het stratenlabyrint vertoont veel gelijkenissen. De oude synagoge is nog steeds toegankelijk. Je moet wel voorbij twee zwaar bewapende militairen die het gebouw bewaken wegens de dreiging van extreem islamitisch terrorisme, een vreemde aanblik in deze vredigheid. De catacomben van het gebedshuis bieden een blik in een ondergrondse stad. De koosjere wijnkelder, badruimte en bakkerij met houtoven zijn uitgehakt in tufsteen, ver voor Christus. De symbiose van Pitigliano met het tufsteen krijgt hier een extra dimensie : een schaduwstad ligt verborgen onder de oppervlakte. Hoe ze dat twee millennia terug klaarspeelden, is een hoofdbreker voor historici, de uitvinding van de klopboormachine duurde nog even. Pitigliano ligt in Maremma, het 'vergeten' Toscane, wild en ongerept. Slechts een klein aantal avonturiers dringt door in het meest zuidelijke Toscane, in reisgidsen vaak niet meer dan een voetnoot. Noordelijker slenteren toeristen in colonne door de straten van Florence, Lucca, Siena. De aantrekkingskracht van de beroemde cultuursteden behoeft geen toelichting, boekenkasten vol daarover. Maar de eenzijdig grote media-aandacht maakt toeristen blind voor Maremma. Pitigliano is historisch nauw verbonden met de bergdorpen Sorano en Sovana, gegroepeerd binnen een straal van tien kilometer. Wat is de magie van dit tufsteentrio ? Het is niet alleen de authenticiteit, het tufsteen ademt meer dan tweeduizend jaar geschiedenis. De Etrusken waren de architecten aan de basis. Zij hakten waterwegen, wijnkelders en woningen uit het zachte vulkanische tufsteen, en bouwden het fundament voor de huidige stadsmuren. Naast Toscane bewoonden ze ook delen van Umbrië en Lazië. De Romeinen dankten hun hoofdstad, architectuur en schrift aan de Etrusken. Het was een van de meest hoogstaande beschavingen van de oudheid, met een volstrekt eigen taal, een alfabetisch schrift, sociale gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, en topwijnen. In niets leken ze op de Italiërs rondom. De herkomst van de Etrusken is nog altijd een raadsel. Op zoek naar het mysterie van de Etrusken stap ik in hun voetsporen, letterlijk. Pitigliano, Sorano en Sovana zijn verbonden door vie cave, een netwerk van holle wegen van de Etrusken. De stilte valt over me heen op het verzonken paadje naar Sovana door bossen, beekdalen en wijngaarden. Geen sterveling kom ik tegen, alleen een wild zwijn kruist knorrend mijn pad. Dan boort de via cave zich dwars door het tufsteen. Gevangen ben ik tussen wanden van twintig meter hoog, begroeid met mos en bijzondere varensoorten die gedijen bij vocht en duisternis. Geen route voor claustrofoben. Boven me doemt een ruïne op. De restanten van het middeleeuws fort herinneren aan de gouden jaren van Sovana, eeuwenlang de hoofdstad. Onvoorstelbaar, het is niet meer dan een straat en een plein, maar met vier paleisjes. In de dertiende eeuw maakte Orsini Pitigliano tot hoofdstad, het begin van het verval van Sovana. De vie cave rond Sovana maken de ziel van de Etrusken bijna tastbaar. Hoog in de rotswanden begroeven ze hun doden, met schatten voor het hiernamaals. Een twintigtal uitgehakte dodenkloven ligt verscholen in de wildernis. De doorgangen zijn smal, de wanden hoog, tot wel vijfentwintig meter. Overal zie je graven in de rots, rechthoekig of rond. De dodenstad heeft iets indringends. Ik loop op met een groep toeristen, maar iedereen is stil. Plotsklaps sta ik weer met beide benen op aarde. Het bombastische verdedigingswerk van Sorano eist de aandacht van verre. Fortezza Orsini spreekt boekdelen : waag het niet om een voet binnen de stadsmuren te zetten ! Sorano was nagenoeg onneembaar, geen wonder dat het stadje zo onaangetast oogt. Het Fortezza geldt als een van belangrijkste militaire gebouwen uit de renaissance. De huizen zijn geplakt tegen een bergwand, de straatjes zijn steil. Een trap leidt naar Masso Leopoldino, een terras ter grootte van een landingsbaan waar ik driehonderdzestig graden rondkijk op rode daken, kerktorens en wildernis. Tijd voor een Rosso di Sorano op een pleintje. De streekwijn van Sorano kleurt rood, verschil met Pitigliano moet er zijn. Een berg brandhout ligt op straat, kachelbrandstof voor de naderende winter. De huiseigenaar poseert graag voor de foto, de bevolking is trots op haar stadje. De straatnaam Via del Ghetto herinnert aan de tijd dat een Joodse gemeenschap veiligheid vond bij de Orsini's. Tijdens het discriminatoire bewind van de Medici hielpen christenen Joden onderduiken in kelders. Later voegden de Soranese Joden zich bij hun geloofsgenoten in Pitigliano. Ook zij hebben de via cave naar Pitigliano gelopen die ik nu bewandel. Terug in 'Klein-Jeruzalem'. Bij het invallen van het duister slenter ik over het Piazza della Repubblica. Barbiere kleurt in rode letters op een verlicht raam. De kapper heeft even geen klanten, speelt met zijn smartphone. Heel even betrap ik mezelf op verbazing bij die aanblik. Alsof ik wakkerschrik in de eenentwintigste eeuw. Met dank aan SNP Natuurreizen / Toscane compleet, individuele rondreis met de auto. Tekst en foto's Pieter BakenJoden leefden in deze bergdorpen eeuwenlang harmonieus samen met christenen, ver weg van vervolging Het is oktober, handmatig oogsten de wijnboeren hun druiven op de hellingen rondom