Veel courage", mompelde architect André Jacqmain toen twee architecten hem kwamen vertellen dat ze zijn bibliotheek in Louvain-la-Neuve wilden omtoveren tot een museum. De destijds 92-jarige Brusselaar was blij. "Een gebouw dat een nieuwe functie krijgt, leeft langer. Een van mijn favoriete gebouwen, een universiteitsrestaurant in Luik, staat al jaren leeg. Vreselijk. Een gebouw zonder gebruikers is dood", zei hij toen. Helaas stierf Jacqmain in 2014, kort nadat hij het goede nieuws vernam. Maar zijn bibliotheek is, na een intensieve renovatie, weer springlevend.
...

Veel courage", mompelde architect André Jacqmain toen twee architecten hem kwamen vertellen dat ze zijn bibliotheek in Louvain-la-Neuve wilden omtoveren tot een museum. De destijds 92-jarige Brusselaar was blij. "Een gebouw dat een nieuwe functie krijgt, leeft langer. Een van mijn favoriete gebouwen, een universiteitsrestaurant in Luik, staat al jaren leeg. Vreselijk. Een gebouw zonder gebruikers is dood", zei hij toen. Helaas stierf Jacqmain in 2014, kort nadat hij het goede nieuws vernam. Maar zijn bibliotheek is, na een intensieve renovatie, weer springlevend. Jacqmain ontwierp en bouwde zijn Bibliothèque des Sciences tussen 1969 en 1974. Het was een van de eerste werven van de nieuwbakken stad Louvain-la-Neuve, die was gesticht na de splitsing van de Leuvense universiteit. De Université Catholique de Louvain (UCL) en de stad wilden zich op de architecturale kaart zetten en bij gebrek aan een eigen stadhuis moest de wetenschapsbibliotheek een echte eyecatcher worden. Ze belden architect André Jacqmain en zijn handen begonnen spontaan te jeuken. De bibliotheek werd een echt landmark: groot en imposant, maar nog niet beschermd. Jacqmain bleef trouw aan zijn herkenbare brutalistische stijl met monumentale, sculpturale volumes en ruw bekist beton waarin je duidelijk de houten planken en de nerven herkent. Met het gigantische hellende dak ging hij resoluut in tegen de toenmalige trend van platte daken. Wie voor het gebouw staat, is op slag onder de indruk. Het ligt aan een groot plein, Place des Sciences, dat haast fungeert als een sokkel. Jacqmain ontwierp de volledige omgeving: 13.000 vierkante meter publieke ruimte, met naast de bibliotheek ook een auditorium en een studentenrestaurant. Allemaal in dezelfde brutalistische stijl. Maar waar je ook staat, je blik wordt naar de betonnen bibliotheek gezogen. En hoe indrukwekkend de buitenkant ook is, de echte schoonheid van dit gebouw zit in het interieur. The Word Magazine zette de universiteitsbibliotheek in een lijst van de mooiste brutalistische gebouwen in België. "Hoewel het onorthodoxe gebouw wat kritiek krijgt van de omwonenden, bewijst het interieur unaniem dat brute beton- architectuur ook mooi kan zijn", schreef het blad. De Kroatische modeontwerper Damir Doma twitterde een paar maanden geleden een oude interieurfoto van de bibliotheek met de tag 'inspiration'. Jammer genoeg bleef dat unieke interieur al die jaren verborgen. Alleen studenten en professoren van de UCL zagen de prachtige bibliotheek van binnen. Al konden ook zij niet de volledige schoonheid ervan vatten, want de bib raakte zo dichtgeslibd met boekenrekken dat er van de architectuur nog maar weinig te zien was. "De eerste keer dat we hier kwamen, waren de boeken al weg, maar stond het nog vol kasten", zegt scenograaf Maarten Meevis van de Nederlandse ontwerpstudio Kinkorn, die onder andere ook zijn diensten verleende aan het STAM in Gent en het MAS in Antwerpen. Kinkorn werkte nauw samen met de architecten voor de inrichting van het museum. "Mijn eerste indruk ervan was donker en viezig. Maar de tweede keer waren de kasten weg, was het oude vast tapijt eruit en was het beton opgepoetst en een paar tinten lichter. Toen kwam de prachtige architectuur tevoorschijn. Die openheid wilden we behouden om het gebouw op zijn best te kunnen beleven." Enkele jaren geleden begon de wetenschapsbib uit haar voegen te barsten. De directeur begon te dromen van een splinternieuwe 21ste-eeuwse bibliotheek elders in de stad. Tegelijkertijd ontstond het plan om van Jacqmains gebouw een museum te maken, een waarin de universiteit al haar collecties - vaak bewaard in vergeten kelders - kon samenbrengen én tonen. Bijna drie jaar en dik tien miljoen euro hadden de architecten nodig om de overgang te maken van 1974 naar 2017, en van bibliotheek naar museum. Het gebouw is dan ook gigantisch: meer dan 5800 vierkante meter, waarvan 2580 toegankelijk voor publiek. De courage die André Jacqmain de jonge architecten toewenste, konden ze verdomd goed gebruiken. "Verwarming, verlichting en verluchting waren de grootste uitdagingen", vertelt architecte Carole Deferière. Samen met een collega van het architectuurdepartement van de UCL leidde ze de renovatie. "Veel ruimtes zijn maar 2 m 20 hoog. Jacqmain koos destijds bewust voor deze intimistische sfeer. Mooi voor een bibliotheek, maar rampzalig voor een museum met veel lampen en vloerstopcontacten. Door al het beton konden we ook geen leidingen verbergen achter pleisterwerk, maar dat hebben we creatief kunnen oplossen." Aan het oorspronkelijke gebouw raakten de architecten zo min mogelijk. Het beton was in goede staat en moest alleen opgekuist worden. De tags die studenten met alcoholstift op de muren hadden geschreven, werden verwijderd. De ramen en deuren zijn nieuw, maar wel volgens het oorspronkelijk ontwerp. Er kwamen een nieuwe ingang en een lift, noodzakelijk voor de verhuis van kunstwerken. Maar omdat de liftschacht ook in ruw zichtbeton is uitgevoerd, valt dat niet echt op. Wat wel opvalt: twee bakstenen zijwanden zijn overpleisterd. Waarom toch? "Die bakstenen waren al verschillende keren overschilderd en dus niet meer authentiek. Door het strakke wit komt het beton beter uit. Het was ook Jacqmains concept om beton de hoofdrol te geven. Maar wij goten er een hedendaagse saus over: iets strakker en uitgepuurder." Voor de inrichting vroeg André Jacqmain destijds zijn Brusselse collega Jules Wabbes. Geen verrassing, want de twee werkten sinds 1951 al samen aan winkels en kantoren, maar ook aan het Belgisch paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Osaka van 1970. De Bibliothèque des Sciences was het laatste gezamenlijke project van de succestandem, en de zwanenzang van Wabbes. Hij stierf in januari 1974 aan kanker. Voor de bibliotheek ontwierp hij tafels en stoelen op maat. Maar ook de deurklinken, de trapleuning en speciale koperen plafondmodules die de ventilatiebuizen verbergen. Alles is bewaard gebleven, maar omdat een museum minder tafels nodig heeft dan een bibliotheek, verhuisden er een aantal naar het gebouw van de architectuurfaculteit. Architecte Carole Deferière: "We hadden voorgesteld om ze mee te verhuizen naar de nieuwe wetenschapsbibliotheek, maar de directeur zag liever nieuw design. Niet iedereen is dol op de ontwerpen van de jaren zeventig." Misschien is niet iedereen er dol op, maar de brutalistische bouwstijl beleeft een heuse revival. Met de belangstelling voor het museum zit het dus wel snor. Al is er nu nog niet veel te zien. Her en der staan er al kunstwerken, maar vaak nog half ingepakt. Aan de muren hangen uitgeknipte papiertjes met titels van werken die er straks komen te hangen. Pas half november openen de deuren. Alleen in het museumcafé kun je nu al terecht. Later komen er ook een winkel, een dakterras en picknicktafels. "We willen een open en toegankelijke plek in de stad zijn, een guesthouse", klinkt het bij het museum. "Nu is de bovenstad het monopolie van studenten. We willen ook de inwoners van Louvain-la-Neuve naar hier lokken." Studenten met alcoholstiften mogen thuisblijven. Tijdens het openingsweekend op 18 en 19 november is het museum gratis toegankelijk. museel.be Tekst Iris De Feijter & Foto's Jeroen VerrechtHoe indrukwekkend de buitenkant ook is, de echte schoonheid zit in het interieur De tags die studenten met alcoholstift op de muren hadden geschreven, werden verwijderd