Wie op zoek was naar een praktische vrijetijdsauto, waarin zowel fietsen als bagage een plaats kunnen vinden, kocht vroeger een break. Maar die breaks zijn tegenwoordig een flinke hap duurder geworden, terwijl de modieuze SUV's niet altijd even praktisch zijn, om nog van de prijzen te zwijgen. Wie zich niet blauw wil betalen, heeft de keuze uit twee soorten voertuigen : de van kleine bestelwagens afgeleide, kleine allesdoeners en de compacte monovolumes.
...

Wie op zoek was naar een praktische vrijetijdsauto, waarin zowel fietsen als bagage een plaats kunnen vinden, kocht vroeger een break. Maar die breaks zijn tegenwoordig een flinke hap duurder geworden, terwijl de modieuze SUV's niet altijd even praktisch zijn, om nog van de prijzen te zwijgen. Wie zich niet blauw wil betalen, heeft de keuze uit twee soorten voertuigen : de van kleine bestelwagens afgeleide, kleine allesdoeners en de compacte monovolumes. Bij een vrijetijdsauto staan twee kwaliteiten centraal : ruimte en functionaliteit (zeg maar modulariteit), uiteraard binnen een beetje aanvaardbare buitenafmetingen. Betaalbaar natuurlijk, en nog een beetje comfortabel in het gewone verkeer, omdat men nu eenmaal niet altijd met vakantie is. Tot een paar jaar geleden zwoer een klein deel van de gebruikers die geen geld wilden uitgeven aan luxe bij het ruige comfort van kleine bestelwagens die achterin zelfs geen zijruiten hadden. Backpackers vielen voor de oude 2pk camionette, later voor de Renault 4. Maar dat elementaire rijden ging gepaard met veel lawaai (wegens de gebrekkige isolatie) en veel trillingen. Opmerkelijk genoeg hebben ook de constructeurs recentelijk opnieuw brood gezien in de bestelwagen-als-basis en tegenwoordig brengen een zestal merken fraai gelijnde en redelijk comfortabele afleidingen van die bestelwagentjes met prijzen die vaak een stuk beneden de 12.500 euro liggen. De Fransen waren pioniers: Renault met de Kangoo,PSA met de Citroën Berlingo en de Peugeot Partner volgden al snel. Later kwamen daar de OpelCombo, de Fiat Doblo en de VW Caddy bij. Wat ze aantrekkelijk maakt, is hun zachte prijs, hun schuifdeuren, hun ruime hoogte en een zekere eenvoud die in schril contrast staat met de lawine van gadgets waaronder moderne auto's gebukt gaan. De kortste van het pak is de Renault Kangoo (vanaf 11.500 euro) die slechts 4,04 meter meet en tegelijkertijd de hoogste is (1,83 meter) van de zes. Niettemin is er plaats voor 600 liter bagage en die ruimte kan uitgebreid worden tot 2600 liter. De ophanging is comfortabel, maar de Kangoo is wat zijwindgevoelig en in de bochten helt het koetswerk een beetje over, terwijl het basismodel geen schuifdeur heeft. De Citroën Berlingo (vanaf 12.200 euro) is net als de Peugeot Partner (vanaf 12.310 euro) 4,14 meter lang. De Citroën staat o.m. met de fraaie 2.0 HDi-motor te koop die uitstekende prestaties laat zien en vanaf het basismodel wordt ABS gemonteerd. De kofferinhoud bedraagt 624 liter, uitbreidbaar tot 2800 liter. De Fiat Doblo (vanaf 11.780 euro) meet 4,16 meter en over zijn eigenzinnig uiterlijk lopen de meningen uiteen. Niet over zijn laadvolume, want hij kan tot 3000 liter meevoeren, dat is gigantisch veel. Ook als de zitjes op hun plaats blijven, is er nog 750 liter te vullen. Met zijn 1.9 JTD motor rijdt hij bovendien uitermate vlot en vinnig. Jammer genoeg werd zowel aan de binnen- als aan de buitenkant een massa kunststoffen gebruikt. De Opel Combo (vanaf 11.150 euro) is al 4,32 meter lang, rijdt behoorlijk comfortabel en kreeg een heel leuke styling mee. De schuifdeur is standaard en in de koffer kunnen 435 liter geladen worden. De langste en de duurste is de VW Caddy (vanaf 13.050 euro), die met zijn 4,40 meter al twintig centimeter langer uitvalt dan de Golf van wie hij het onderstel overneemt. Hij krijgt twee schuifdeuren mee en een meer dan voortreffelijk bagagevolume van 600 liter. Tegen meerprijs kan zelfs een derde bank gemonteerd worden voor heel kleine inzittenden. Zijn prijs komt al in de buurt van de compacte monovolumes. Compacte monovolumes worden almaar populairder en dat valt best te begrijpen. Gewone breaks van de middenklasse blinken vaak niet meer uit in laadvolume, omdat ze een beetje modieus trendy willen zijn. Wie echt op zoek is naar praktische laadmogelijkheden zit beter bij de compacte monovolumes die hoog scoren als het om de verstelmogelijkheden van het interieur gaat. Zitjes kunnen worden uitgetild of in de bodem weggeklapt en zowel de afwerking als het rijcomfort liggen een stuk hoger dan bij de eerste generatie monovo- lumes. Daarmee is ook hun hogere prijs verklaard. Toch valt er nog flink wat te shoppen onder de 20.000 euro en een absolute aanrader is de Opel Meriva (vanaf 14.180 euro). Die is compact (4,04 meter) en beschikt over een uitgekiende moduleerbaarheid waarbij de achterste drie zitjes via een ingenieus Flex Space-systeem neerklappen en in de bodem verzinken waardoor een indrukwekkende binnenruimte vrijkomt. Van een heel andere aard, maar heel bijzonder is de Fiat Multipla (vanaf 20.200 euro) die onlangs zijn typische snuit inruilde voor een meer conventioneel front en daarbij ook vijf centimeter langer werd. Toch blijft hij nog heel compact en bovendien draagt hij de gezellige 2x3-oplossing aan, waardoor achteraan nog een groot koffervolume voorhanden blijft. Zijn enige nadeel is dat de stoelen van de tweede rij niet kunnen worden uitgenomen. Hetzelfde 2x3-concept vinden we terug bij de gloednieuwe Honda FR-V(Family Recreational Vehicle) die vanaf 20.900 euro te koop staat en met zijn 4,28 meter wel een stuk langer uitvalt dan de Multipla. Doordat de stoelen zowel voorin als achterin kunnen verschuiven bestaat de mogelijkheid van een V-opstelling waarbij de middelste passagier telkens iets meer naar achteren zit. Voorin bedraagt de speelruimte 27 cm, achterin 17 cm. Onder het zitkussen van de middelste stoel zit een kleine bergruimte. In een normale opstelling is er 439 liter laadruimte voorhanden, met de drie achterstoelen in de vloer neergeklapt, ontstaat een vlakke laadvloer van 1049 liter. Dat neerklappen van stoelen in de vloer komt steeds vaker voor en vervangt de mogelijkheid van het uittillen. Bij de Toyota Corolla Verso (vanaf 19.850 euro) is dat zowel met de tweede als met de derde stoelenrij het geval. Bij de Ford C-Max (vanaf 17.600 euro) die met de snedige 1.6 HDI prima rijdt, werd voor een smalle middenstoel geopteerd op de tweede rij. De stoelen zijn neerklapbaar, niet uitneembaar. Diezelfde motor vinden we nu ook in de CitroënPicasso ( vanaf 17.600 euro) die na veel jaren nog altijd de beste prijs-kwaliteit-moduleerbaarheid laat zien. De stoelen kunnen zowel in verschillende standen worden gezet als uitgenomen en met de 1.6 HDI is de Picasso niet alleen snel en snedig, het gemiddelde verbruik bedraagt minder dan 5 liter/100 km. Een ander vertrouwd gezicht op de weg is dat van de Scenic (vanaf 17.400 euro), een pionier in het genre die met zijn uittilbare stoelen achterin een inspiratiebron was voor velen. De Grand Scenic bezit dezelfde handigheid, maar voegt daar nu een derde stoelenrij aan toe die in de vloer wegklapt. Met zijn prijs vanaf 23.200 euro valt hij eigenlijk in een hogere categorie. Gebruikers die ondanks alles nog altijd voor het concept van een break opteren, kunnen misschien eens naar de Skoda Octavia Combi gaan kijken, die zoals gebruikelijk veel auto voor weinig geld biedt. Nu vanaf 14.400 euro voor een zee van ruimte en een moderne snit. n Tekst Pierre DargeWie ruimte en functionaliteit wil combineren met een lage prijs, heeft almaar meer keuze.