Het is niet onze gewoonte om ons te verplaatsen voor de statische voorstelling van een nieuwe auto, maar voor uitzonderlijke automobielen kan dat natuurlijk wel. De Jaguar X is zo'n uitzondering, omdat het prestigieuze merk met die auto (lengte 4,67 meter) niet langer op de top van de consumentenpiramide mikt. De baby Jag moet een te duchten concurrent worden van de BMW 3-reeks en de Mercedes C-klasse. Toch wil de kleine Brit zijn origine niet verloochen.

De delicate oefening om een kleine Jaguar op de wielen te zetten, kreeg een drietal certitudes mee: de klassieke look, de sportieve styling en de herkenbaarheid van het merk. "Mensen verwachten van een Jaguar grote sculpturale kwaliteiten, een zekere sportiviteit en bijvoorbeeld grote wielen", zegt Simon Butterworth, de designer-productmanager die na het plotselinge overlijden van Jaguar-chief-designer Geoff Lawson de laatste hand aan het ontwerp mocht leggen.

Die styling is op-en-top Jaguar, met zeer herkenbare lijnen die vanaf de koplampen over de motorkap lopen en een profiel dat associaties oproept met de Mark II - de bekende dienstwagen van Inspector Morse. Tegelijkertijd lijkt de jongste Jag in het designcenter in Whitley groter dan hij in werkelijkheid is.

Het opvallendste technische aspect aan het X-type is zonder twijfel de permanente vierwielaandrijving, waarover de meningen verdeeld zijn. Het gaat wel degelijk om een voorwielaandrijving die werd uitgebreid naar de achterwielen, en dat laat vermoeden dat enige inspiratie werd opgedaan bij recente Ford-producten, zoals de Mondeo. We moeten ook durven toe te geven dat vierwielaandrijving voor extra veiligheid zorgt en dat kan op de belangrijke Duitse markt, waar Audi jaren geleden de liefde voor die techniek introduceerde, een belangrijke troef worden. In de praktijk wordt 60 procent van het koppel naar de achterwielen gestuurd, zodat het karakter van een achterwielaandrijving min of meer behouden wordt.

Een viscokoppeling zorgt er bij gripverlies voor dat extra trekkracht naar de voor- of achterwielen wordt gestuurd, zodat een maximale stabiliteit en aandrijfkracht voorhanden blijft. De Jaguar-technici spreken over een moderne, sportieve interpretatie van hun andere modellen, waarbij de vierwielaandrijving een extra steuntje geeft aan minder ervaren rijders.

Jaguar wil van het X-type jaarlijks 100.000 stuks produceren en moet dus nieuwe markten verkennen. Vrouwen met smaak bijvoorbeeld, volgens de marketing zullen die op de Californische markt 40 procent van de cliëntèle uitmaken.

Om de sportiviteit te onderstrepen, werden twee aluminium zescilinders ontworpen met een slagvolume van 2.5 en 3.0 liter. Die zijn van de meest geavanceerde snufjes voorzien. Dankzij de vier nokkenassen en vier kleppen per cilinder, een variabele nokkenasregeling en een inlaatcollector met variabele geometrie, zorgen die zescilinders voor respectievelijk 194 en 231 pk. Met een specifiek vermogen van 77 en 78 pk per liter worden de Jaguars bovendien marktleiders in hun segment. De prestaties spreken overigens voor zichzelf: de minst krachtige versie haalt 227 km/uur, zijn grotere broer doet daar nog eens tien kilometer bovenop. Minstens even indrukwekkend is de soepelheid met een maximaal koppel van respectievelijk 244 en 284 Nm, bovendien staat 90 procent van die waarden continu ter beschikking tussen 2500 en 6000 toeren. Opmerkelijk bij dat alles is het verbruik: de 2.5-versie heeft genoeg aan 9,6 liter per 100 km, de 3 liter met 10,3 liter. Beide versies zijn ook leverbaar met vijftrapsautomaten die de rijder de keuze laat tussen automatisch of sequentieel manueel schakelen.

In Whitley doken ook geruchten op over de komst van dieselmotoren voor Jaguar. Een akkoord tussen Jaguar-eigenaar Ford en de PSA-groep om samen zes- en achtcilinder dieselmotoren te ontwikkelen, wijst eveneens in die richting.

Het X-type kreeg een indrukwekkend pakket veiligheidsvoorzieningen mee: een rolgordijn airbag, die zowel de inzittenden vooraan als achteraan beschermt bij een zijdelingse klap, ABS en een dynamische stabiliteitscontrole. Belgische kopers krijgen daar ook nog een airco bij.

De auto oogt wel als een echte Jaguar, maar de ruimte achterin bleek verre van royaal - een vaak voorkomend euvel in dit segment. De koffer, met een volume van 524 liter, is dan weer ruim. Zelf hadden we het liever omgekeerd gezien.

Het X-type zal vanaf juni in de showrooms staan met een instapprijs van zowat 1,3 miljoen frank.

foto 2:

PIERRE DARGE