Denkt u bij de term 'Duitse mode' aan bretellen, Lederhosen en witte sokken in sandalen ? Of eerder aan uitgerafelde, skinny jeans, zwarte combats en T-shirts van metalbands ? In beide gevallen zit u er grof naast. De Duitse hoofdstad is al een aantal jaren bezig zich van de nationale stereotypen te bevrijden. Met succes.
...

Denkt u bij de term 'Duitse mode' aan bretellen, Lederhosen en witte sokken in sandalen ? Of eerder aan uitgerafelde, skinny jeans, zwarte combats en T-shirts van metalbands ? In beide gevallen zit u er grof naast. De Duitse hoofdstad is al een aantal jaren bezig zich van de nationale stereotypen te bevrijden. Met succes. Berlijn was zelf ooit dé textielhoofdstad, een van de grote naast modesteden als Parijs, Milaan en Londen. Dat was in de jaren twintig, net na de Eerste Wereldoorlog, toen vooral joodse confectiemakers en couturiers zich in de hoofdstad nestelden. Ze verwierven internationale naam en faam, maar in het daaropvolgende decennium zou aan hun succes abrupt een einde komen. Het merendeel van de kleermakers ontvluchtte stad en land, naar veiliger oorden als New York en Tokio. De minder fortuinlijken werden slachtoffer van Hitlers nationaalsocialisme. Ook in de naweeën van nazi-Duitsland, was de sfeer allesbehalve gunstig voor creatievelingen en modeontwerpers. Geen mens die dacht aan taille en roklengte, in een stad die verscheurd werd tussen twee werelden. Pas toen de Muur in 1989 werd neergehaald, brak een nieuw tijdperk aan. Berlijn werd overspoeld door jonge artiesten, ontwerpers en muzikanten, aangetrokken door de ruige energie, de verscheidenheid, de vrijheid én de lage huurprijzen. De jaren negentig waren de trashy ages voor de Berlijnse mode, vestimentair werd zowat alles getolereerd, zolang het er maar rock-'n-roll uitzag : skinny, afgekleurde jeans, versleten All Stars, T-shirts met anarchistische opschriften en oversized pulls. Tegen het einde van de twintigste eeuw kwam daar stilaan verandering in. Een nieuwe generatie ontwerpers, afgestudeerd aan een van de zes modescholen, was opgestaan. Ze wilde dringend van dat trashy, streetimago af en pleitte voor echte schoonheid en verfijning, voor mode op een hoger niveau. Rond de millenniumwisseling zagen een ontelbaar aantal undergroundlabels het daglicht en kwam de schreeuw naar internationale aandacht. In januari 2003 organiseerden privémaatschappijen voor de eerste maal modebeurzen in de Duitse hoofdstad : Bread & Butter (B&B) voor jeans-, sport- en streetwearlabels, Premium Exhibitions voor designlabels, en Spirit of Fashion voor de undergroundscene. Jong Berlijns talent kon terecht in de Studiosectie van B&B of op Premium. Het laatste jaar zijn daar opnieuw een pak kleine showrooms bijgekomen. Zo is er de Idealshowroom voor jonge internationale avant-gardeontwerpers, Berlinerklamotten en de Apartmentshowroom, uitsluitend voor opkomend Berlijns talent, de 5th Floorshow die per seizoen zijn labels volgens thema selecteert, de B-in-Berlinshowroom, voor internationale ontwerpers. En dan vergeten we er vast nog een aantal minder bekende. Sinds januari hebben de Premiumbeurs en de 5th Floorshow trouwens plaats onder de naam Berlin Fashion Week. Nogal pretentieus, want van een modeweek vergelijkbaar met die in Milaan en Parijs, is vooralsnog geen sprake. Beetje verwarrend ? Helemaal mee eens. En hier raken we meteen het zwakke punt. Een overkoepelend modeorgaan dat de verschillende beurzen, showrooms en defilés coördineert, is er niet. Een handig overzicht van waar, wanneer, welk label te zien is, evenmin. En dat gebrek aan een Fashion Institute heeft niet alleen vervelende gevolgen voor opgejaagde perslui en buyers tijdens de 'modeweek'. "We moeten het allemaal zelf uitzoeken : de contacten met de pers en de potentiële klanten. Om nog te zwijgen van de financiële kant van de zaak." De Berlijnse ontwerpers die ik vorige maand ontmoette, vertelden me allemaal hetzelfde. Allemaal hadden ze het over de zwakke structurele organisatie. Hoe ze er dan toch in slagen een eigen label van de grond te krijgen ? De aantrekkelijke huurprijzen. In Berlijn zijn die, in vergelijking met ander modesteden als Parijs, Milaan en zelfs Antwerpen, enorm laag. Elke beginnende ontwerper heeft er een eigen atelier/showroom/winkeltje, ruimte dus om te werken. Wat die on-top-organisatie betreft, is er trouwens hoop. Terwijl de Berlijnse overheid zich tot op vandaag op de achtergrond hield, is er recentelijk een en ander aan het rommelen. Een Fashion Institute zou in de steigers staan en mogelijk volgend jaar al in werking treden. Veel wordt daar echter niet over gecommuniceerd, maar een 'moderondetafel' van zowel zakenlui als designers onderzoekt de mogelijkheden om beginnende ontwerpers efficiënter te steunen, vooral op het gebied van startkapitaal en marketing. En dat is een reuzenstap in de goede richting. Meer zelfs : in 2007 plant MB Capital Fashion, dochterbedrijf van Messe Berlin, die Premium organiseert, een echte internationale modeweek met groots opgezette evenementen en defilés. Hiervoor sloot het een samenwerkingscontract met het Amerikaanse IMG Models, het bekendste modellenbureau ter wereld dat schoon volk als Kate Moss en Gemma Ward boekt. Gerald Beck, directeur van Messe Berlin, wil "jonge en trendy ontwerpers uit Amerika, Scandinavië en Duitsland" aantrekken. Geen commerciële merken dus. Een locatie moet nog worden vastgelegd, maar Beck belooft alvast dat de modeweek "op een van de meest spectaculaire plaatsen in Berlijn" zal plaatsvinden. De Berlijnse modescene kan zich volgend jaar dus aan een en ander verwachten. En eenmaal het structurele euvel uit de weg geholpen is, staat niets de hoofdstad in de weg om zich achter de grote te scharen. Want modetalent heeft Berlijn in overvloed. Om en bij de achthonderd jonge ontwerpers zou Berlijn tellen. Teveel om op te noemen, dat spreekt. Wij zochten wat rond, vonden onze persoonlijke favorieten en ontmoetten hen in hun ateliers/showrooms/winkeltjes. Door Marjolijn Vanslembrouck I Foto's Charlie De Keersmaecker