DAG 1 TOT 3 - Vancouver

Voor we de natuur intrekken, beginnen we heel rustig in de dichtst bevolkte stad van British Columbia. Vancouver wordt door Hollywoodproducers vaak gebruikt als double voor wereldsteden als New York, San Francisco of zelfs Seoul, maar de stad zelf heeft een authentieke charme die je nergens anders vindt. Het klimaat aan dit stukje westkust is mild. Op het eerste gezicht heb je het idee dat je in een grootstad bent, waar hoge glazen gebouwen de sky- line domineren, maar al snel merk je dat hier de sfeer heerst van een groot dorp. Het enorme Stanley Park is de groene long van de stad, daar hijgen joggers op elk uur van de dag over de met groen omzoomde wegen, langs een verzameling indianentotems, en zetten hun tocht voort langs het strand. Ze krijgen er het gezelschap van eenden, yoga-enthousiastelingen en boten die op de Stille Oceaan dobberen. Wij slenteren uren rond in de English Bay, waar het leven goed is, en trakteren onszelf op de onvermijdelijke sushi, zo'n beetje het culinaire symbool van de stad.
...

Voor we de natuur intrekken, beginnen we heel rustig in de dichtst bevolkte stad van British Columbia. Vancouver wordt door Hollywoodproducers vaak gebruikt als double voor wereldsteden als New York, San Francisco of zelfs Seoul, maar de stad zelf heeft een authentieke charme die je nergens anders vindt. Het klimaat aan dit stukje westkust is mild. Op het eerste gezicht heb je het idee dat je in een grootstad bent, waar hoge glazen gebouwen de sky- line domineren, maar al snel merk je dat hier de sfeer heerst van een groot dorp. Het enorme Stanley Park is de groene long van de stad, daar hijgen joggers op elk uur van de dag over de met groen omzoomde wegen, langs een verzameling indianentotems, en zetten hun tocht voort langs het strand. Ze krijgen er het gezelschap van eenden, yoga-enthousiastelingen en boten die op de Stille Oceaan dobberen. Wij slenteren uren rond in de English Bay, waar het leven goed is, en trakteren onszelf op de onvermijdelijke sushi, zo'n beetje het culinaire symbool van de stad. De mist is opgetrokken in de haven van Vancouver, en er schijnt een zonnetje. Even verderop ligt de mooie wijk Gas-town, vroeger het historisch centrum van de stad, met zijn aantrekkelijke bakstenen huizen en trendy winkels vol werk van kunstenaars en designers. Denman Street, Robson Street en Main Street zijn de leukste plekken, daar vind je restaurants en de wat klassiekere winkels. Je kunt doorwandelen naar de olympische wijk, waar in 2010 de Olympische Spelen werden gehouden, en naar het ijshockeystadion Rogers Arena, nu de thuishaven van de razend populaire Canucks. Wij dwalen liever wat rond op Granville, een eilandje in de baai van False Creek, boordevol keramiekzaken en winkeltjes met mooie postkaarten, cadeaus voor huisdieren en zelfs bezems. Op de public market vind je dan weer standjes waar je kunt eten aan zee, met een schitterend zicht op de stad.Als we Vancouver uitrijden, verandert het landschap geleidelijk, en na een uurtje wordt het steeds indrukwekkender. Tussen groene valleien en wat onherbergzamer stukken die aan de Far West doen denken, rijgen de meren zich aaneen, even gestaag als de eindeloze stroom lange glimmende trucks op de weg, die immens grote boomstammen vervoeren. De zon is nog steeds van de partij, zoals zo vaak in deze aangename streek, die Okanagan heet. Het microklimaat is hier zacht genoeg voor de wijnbouw : niet minder dan tweehonderd wineries zijn er, en de rode en witte wijnen die ze produceren, worden geprezen door kenners. Nog een voordel van het milde klimaat: langs de weg staan tientallen verkopers die fruit en vers fruitsap aan de man brengen.Na een stop in het dorp Hope, waar een deel van de film Rambo werd opgenomen, en in Osoyoos, waar het warmste meer van Canada ligt, leidt de weg door steeds ongereptere landschappen. Als we Revelstoke en zijn national park naderen, voelen we ons klein worden bij zoveel indrukwekkende natuur. Een gele ruit in het asfalt wijst erop dat er herten in de streek rondlopen, en de eerste besneeuwde toppen zijn in de verte te zien. Wanneer we aankomen in ons hotel, het erg rustieke Glacier House, zegt iemand aan de receptie : "Pas op, ik heb net drie zwarte beren achter het gebouw gezien, probeer ze alsjeblieft niet te benaderen!" Welkom in Western Canada...In het hart van het Yoho National Park, ter hoogte van Field, ligt het Emerald Lake, een beetje verscholen tussen het groen. Het doet zijn naam alle eer aan, want het water is helder en smaragdgroen, en de rode kano's die er dobberen, lijken speciaal voor de foto te zijn neergelegd. Het is des te mooier omdat de lucht nog altijd stralend blauw is. Enkele kilometers verder rijden we British Columbia uit en komen in de provincie Alberta. Daar ligt de plek die volgens de reisgidsen de mooiste is van allemaal : het Banff National Park, met zijn betoverende vormen en kleuren, en zijn legendes. Zo is de mist bij het Minnewanka-meer - het grootste van het hele park - niet zo onschuldig als je zou denken : onder het water sluimert een oud mijnwerkersdorp, en vroeger zagen de indianen hier geesten verdrinken... De stad Banff zelf is niet echt de moeite waard : een skiresort boordevol bars, restaurants en souvenirwinkels. Maar de omgeving is des te indrukwekkender : een 6600 vierkante kilometer groot, ongerept gebied, sinds 1985 beschermd door de Unesco, met warmwaterbronnen, moerassen, spectaculaire rotswanden, en ranches als uit een prentbriefkaart die zomaar opduiken in the middle of nowhere.Ze hadden ons wonderen beloofd, maar het viel een beetje tegen. Oké, het meest gefotografeerde meer van Canada is wel degelijk een indrukwekkende plek: een turkooisblauwe schoonheid waarboven een ijsberg torent die zich in het water spiegelt. En ook het imposante hotel Fairmont dat er als een schildwacht naast staat, is prachtig, zeker als je vanaf het terras al die schoonheid kunt bekijken. Maar de toeristen die er met busladingen neerstrijken, nemen iets van de betovering weg. We wachten zeker vijftien minuten tot de wolken wegtrekken om echt alles gezien te hebben, maar krijgen toch de vreemde indruk dat ons geluk om al dat moois de strijd tegen de selfies verliest. Bij het Moraine Lake, een vijftiental kilometers hoger, is het nog altijd razend druk op de uitkijkposten, en op het parkeerterrein wordt naarstig gezocht naar een plaatsje. Maar het zicht is er al even verbijsterend mooi. We zijn hier op 1884 meter hoogte. De mist vouwt zich om de coniferen en het ijs rond het meer. Deze plek is een van de aanraders in het schitterende Banff National Park, en in de jaren zeventig stond ze afgebeeld op de biljetten van twintig Canadese dollar. Hier is het heerlijk wandelen of trekken. Net als in de rest van het park zijn er een eindeloos aantal trajecten die je kunt volgen : van een wandeling van vijftien minuten tot een tocht van een hele dag, zodat haastige toeristen op sneakers er evengoed aan hun trekken komen als de echte trekkers met hun professionele uitrusting.We rijden richting Highway 93 onder een hemel die er redelijk dreigend uitziet, wat het landschap alleen maar mysterieuzer maakt. We hebben de raad meegekregen om de benzinetank goed vol te gooien : tot aan Jasper is er 230 kilometer lang niets dan ruwe natuur. De route is adembenemend, en wordt een van de meest spectaculaire ter wereld genoemd. Het zijn vooral de schitterende bergen die het zo bijzonder maken. We rijden tussen bevroren bergtoppen, rotswanden en bossen waar wilde schapen, reeën en elanden wonen, en beseffen hoe immens de streek is. Hier en daar stoppen we om de indrukwekkendste stukjes natuur te bewonderen in het stille landschap. Zo is er de gigantische Crowfootgletsjer, die recht uit de wolken lijkt te komen. En het Peytomeer, dat de vorm van een beer heeft, en dat we na een wandelingetje van niet meer dan tien minuten vanaf een uitkijkpunt kunnen bewonderen. Op de Athabascaglesjer sta je op een nooit smeltend ijsblok met een dikte van zo'n 400 meter, en kun je verder wandelen over de skywalk, een platform met een glazen bodem dat 280 meter over de witte Sunwaptavallei hangt. Geen mens die er onberoerd bij blijft.We komen opnieuw in de bewoonde wereld : in het vredige stadje Jasper, met zijn restaurants, twee winkelstraten, zijn rode kerk, zijn station en zijn... wapiti's, die langs de kant van de weg liggen te dommelen. Ze behoren tot de grootste hertachtigen op onze planeet en kwaadaardig zijn ze niet, maar ze willen wel graag dat je hun territorium respecteert. Je mag gerust foto's maken, maar hou wel afstand, vooral in de bronsttijd, als de mannetjes een stukje agressiever zijn. Daar word je steeds opnieuw voor gewaarschuwd. Op het terrein van de Pine Bungalows wandelt zo'n hert op minder dan een meter van ons vandaan langs onze hut. Het landschap is verbijsterend mooi. Je kunt de SkyTram-kabelbaan nemen en het zicht bewonderen over zo'n zes bergketens, of je kunt een wandeling maken langs het - alweer - turkooisblauwe Malignemeer. Of je volgt het slingerende pad door de canyon met dezelfde naam, die je op zes plekken kunt oversteken.Langzamerhand worden de bergtoppen een beetje bescheidener, maar nog altijd even prachtig. We laten de nationale parken achter ons en trekken naar de... provinciale parken. Het is hier groener en weelderiger, en de herfstzon verlicht ons pad. Van Mount Robson wordt gezegd dat de top maar een paar dagen per jaar te zien is. Wij hebben geluk : als wij er zijn, steekt de bergtop scherp af tegen een stralend blauwe lucht. Samen met de Fairweather behoort hij tot de hoogste toppen van de Canadian Rockies, een gigantische kolos van 3954 meter. Talloze bergbeklimmers hebben met schade en schande ondervonden dat deze berg een enorme uitdaging is. In het Wells Gray Park gaan we aan boord van een motorbootje van de Blue River Safari, in het gezelschap van nog enkele nieuwsgierigen en een praatgrage gids. De rivier is kalm. Een paar honderd meter verderop vertraagt de boot en vaart een door bossen omgeven meer op. En plotseling, als we de oever naderen, wordt de motor stilgelegd. Op een paar meter van ons vandaan komt een dier het bos uit, en wandelt kalm naar de rand van het water. Een zwarte beer. In zijn eentje. Hij trekt zich bijzonder weinig aan van wat er om hem heen gebeurt. We kijken toe, in doodse stilte. Met zware stappen wandelt hij over de keien, en dan opeens besluit de kolos naar een andere oever te zwemmen. Op enkele meters van de boot gaat hij het water in, om enkele minuten later aan de overkant in het bos te verdwijnen. Het is zo'n beeld dat je je leven lang niet vergeet. Van onze gids komen we te weten dat de beer een eenzaat is, en aan de luie kant, en dat hij net als alle West-Canadezen niet graag oog in oog met een grizzlybeer komt te staan. Onze tocht leidt verder langs de wegen, watervallen en canyons van het Wells Gray Park. De Helmcken Falls zijn op drie na de hoogste van het land - 145 meter, dus bijna 50 meter hoger dan de Niagara bijvoorbeeld - en ze storten zich met een razend geweld in de Murtlerivier. Voor de zoveelste keer beseffen we dat de natuur hier aan niemand toebehoort behalve zichzelf. Het enige wat ons te doen staat, is erdoor rijden en haar bewonderen. Tekst & foto's Nicolas Balmet