Geert Hautekiet is een, naar men mij zegt, industrieel ontwerper, die voor De Kunst gekozen heeft. ?Dorst? ( HKM) laat flarden talent horen, maar is nog te veel de neerslag van een theaterproductie : dit komt vermoedelijk meer tot zijn recht in een zaal dan op een cd. Een mens moet overigens ook niet te veel willen bewijzen : dixieland, Stef Bos-muziekjes, trillerige fluisterzang à la Bert Decorte zaliger, The Kinks (een vrij aardige versie van ?Alcohol? met carnavaleske outro), jazzy-trekjes en fanfare-exuberantie wijzen erop dat...

Geert Hautekiet is een, naar men mij zegt, industrieel ontwerper, die voor De Kunst gekozen heeft. ?Dorst? ( HKM) laat flarden talent horen, maar is nog te veel de neerslag van een theaterproductie : dit komt vermoedelijk meer tot zijn recht in een zaal dan op een cd. Een mens moet overigens ook niet te veel willen bewijzen : dixieland, Stef Bos-muziekjes, trillerige fluisterzang à la Bert Decorte zaliger, The Kinks (een vrij aardige versie van ?Alcohol? met carnavaleske outro), jazzy-trekjes en fanfare-exuberantie wijzen erop dat Hautekiet z'n definitieve gezicht nog moet vinden. Een cd die een onvoorstelbaar oubollige hoempapa-drol als ?Het Bal? bevat én een klassieker in wording als ?Stadswallen? merci Tom Waits , is zacht uitgedrukt ongelijk. Maar 't is een begin. En 't is stukken beter dan De Dulle Rockers, zijnde Ingrid Dullens en Hilde De Roeck, op ?Plastieke Veren? (Bis). Wij willen best aannemen dat deze vrouwen op een podium schitterend cabaret brengen, maar ze moeten vooral ver, zeer ver van het medium cd blijven : deze stemmen klinken schools, kil, steriel én lelijk. Niet zonder enige trots meldt JP Van dat hij de honderdste editie op Boom ! weliswaar op een sublabel de beste vindt : Ditch en ?Appelblueseagreen? ( Hoodoo). Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben, al zegt dat niets want de voorbije jaren is JP z'n touch een beetje verloren. Ditch maakt wat men een paar jaar geleden crossover noemde. Ze zijn ook in die tijd blijven steken : epigonisme (Pearl Jam, Peppers en zo) met een aardige sound, maar een schromelijk tekort aan songs. Ze vergelijken zichzelf met Evil Superstars of Moondog Jr. Ze dwalen, want ze missen daartoe de originele waanzin. Ze zouden zich beter vergelijken met Soulwax, andere notoire Belgische na-spelers. (Overigens is het tekenend voor het amateurisme in sommige Belgische muziekkringen dat een persbericht en de zijkant van de cd het over ?Appleblue? hebben en de cd zelf ?Appelblue?. Wat is de grap, wat de fout ?) Pieter-Jan De Smet leek drie jaar geleden als een storm door de Belgische rock te gaan razen. Schijn bedroog. Z'ncomeback-cd ?August? ( Play That Beat) is harder (de schuld van de teruggekeerde Geoffrey Burton ?) en weirder : Arno die Tom Waits doet die Captain Beefheart imiteert, dat soort recyclage. Het prachtige titelnummer maakt duidelijk dat De Smet niet mag afgeschreven worden, maar een track als ?Montague Terrace in Blue? (Scott Walker door De Smet gebracht alsof het Boudewijn de Groot de dato ?Nacht en ontij? is) is nauwelijks meer dan publieke masturbatie. En op te veel van dat soort nummers overschrijdt De Smet gretig de dunne grens tussen eigenzinnigheid en pretentie. JACKY HUYS