Boston is de oudste grootstad van de VS. Wandelen hier is kuieren door de Amerikaanse geschiedenis, van de Amerikaanse revolutie, die tot de onafhankelijkheid leidde, tot de aanleg van de eerste metrolijn, die hier in 1897 openging. Maar al wentelt de stad zich in haar verleden, ze geeft ook vorm aan een flink deel van de toekomst.
...

Boston is de oudste grootstad van de VS. Wandelen hier is kuieren door de Amerikaanse geschiedenis, van de Amerikaanse revolutie, die tot de onafhankelijkheid leidde, tot de aanleg van de eerste metrolijn, die hier in 1897 openging. Maar al wentelt de stad zich in haar verleden, ze geeft ook vorm aan een flink deel van de toekomst. Met Harvard University en het Massachusetts Institute of Technology (MIT) herbergt Groot-Boston twee van de allerbeste universiteiten ter wereld. Wat in Boston uitgevonden wordt, vindt meestal ingang over de hele aarde. Op Harvard, MIT en de tientallen andere universiteiten die de stad rijk is, gaan bollebozen aller landen met elkaar de strijd aan om te zien wie de slimste is. Een jaar zonder Nobelprijs is een slecht jaar in Boston. Boston is echter geen flitsende stad. In de skyline, die vooral uit anonieme, rechthoekige torengebouwen bestaat, is de Hancock Tower van de Chinees-Amerikaanse architect I.M. Pei het enige echte pronkstuk. Op de begane grond luidt het devies : "Dress down". In het najaar en de winter, die hier in het noordoosten van de VS bijzonder guur kunnen zijn, behoren North Facefleeces en forse, waterdichte winterlaarzen voor zowat iedere bevolkingsgroep tot het vaste uniform. Een versleten pet van de Red Sox, de plaatselijke baseballclub, is voor alle klassen en alle seizoenen een niet te missen accessoire. Dat mensen hun status hier wegsteken, betekent echter niet dat status niet telt. In de koffieshops van de stad kun je toevallig naast een Nobelprijswinnaar of de nieuwe, hippe romanauteur zitten. In het financiële district, dat de achterkeuken van Wall Street is, gaan duizenden miljarden dollars om. Boston is dan ook geen goedkope stad. Het centrum is voor gewone mensen zo goed als onbetaalbaar. Zij waaieren uit naar randgemeenten als Cambridge, waar Harvard en MIT gevestigd zijn, of verder. Maar ook daar heb je voor prijzen, die je in toch niet minne steden als Atlanta, Phoenix of Minneapolis een kast van een huis zouden opleveren, nauwelijks een bescheiden appartement. Gelukkig is de stad bijzonder leefbaar. Boston is gegroeid als een Europese stad : zonder dambordpatroon. Gemeenten zijn in de loop van eeuwen aan elkaar vastgegroeid. Het is een kluwen waar veel Amerikanen zich geïntimideerd door voelen, maar voor Europeanen heeft het iets vertrouwds. Sinds The Big Dig, het duurste, ingewikkeldste infrastructuurproject in de Amerikaanse geschiedenis, dat de snelweg die het centrum destijds doormidden sneed onder de grond heeft gestoken, heeft de stad een transformatie ondergaan. Je kunt er nu wandelen zonder te vergaan in de uitlaatgassen. Op de Charles River, vroeger een stinkende open riool, leren nu kinderen zeilen. Mensen die de stad jaren geleden verlieten en er terugkeren, kunnen hun ogen nauwelijks geloven : Boston is niet alleen leefbaar geworden, maar zelfs mooi. Ook voor de Belgen hier is dat een zegen. Ze kunnen wonen in een miljoenenstad die haar gelijke niet kent in eigen land (Boston is pakweg drie keer zo groot als Brussel), maar met buurten die vaak aanvoelen als uit de kluiten gewassen, zij het bijzonder gesofisticeerde dorpen. Katrijn Marx (35) uit Willebroek verblijft haast zeven jaar in Boston. Ze woont met haar zoontje Nicolas (3) in de wijk Jamaica Plain, op vijf minuten van het centrum. "Ik ben hier destijds komen wonen met mijn toenmalige partner. Ik was jong en avontuurlijk. Ik kon hier niet werken als advocate, dus besliste ik om iets compleet anders te doen. Eerst heb ik bij een taleninstituut gewerkt. Sinds twee jaar ben ik marketingdirecteur bij een bedrijf dat Belgische chocolade importeert. Je hebt in Boston veel restaurants en cultuur. Het ballet en de Boston Symphony zijn heel tof. Dit is een diverse buurt, met verschillende nationaliteiten. Dat is verrijkend voor mijn zoontje. Op zijn kleuterschool heb je van alles : wit, zwart, Aziatisch... Er zijn daar zo veel mensen die thuis een andere taal spreken, zoals hij. Er zijn ook kindjes met twee papa's of twee mama's. Hij leert tolerant te zijn. Het is niet altijd evident dat je kind opgroeit in een andere cultuur. Uiteindelijk denk je toch dat de waarden waar je zelf mee opgroeide het evangelie zijn. Die komen terug als je zelf je kind probeert op te voeden en dan moet je een gulden middenweg vinden. De manier waarop ze in zijn schooltje omgaan met de kinderen, is fantastisch. Zonder streng te zijn, slagen de juffen erin om die kinderen te laten doen wat ze willen. Ze leggen hen uit waaróm ze iets moeten doen. Maar soms werkt dat op mijn zenuwen. Ik wil Nicolas een minimum aan discipline bijbrengen. Dat doen ze hier iets te weinig. Voor ik mijn zoontje had, ging ik vooral met buitenlanders om. Nu ga ik om met de ouders van de kinderen op school en werk ik al twee jaar voor hetzelfde bedrijf. Na zeven jaar probeer ik me meer thuis te voelen bij Amerikanen. Dat is niet altijd evident. Het is heel moeilijk om echt vrienden te worden met Amerikanen. Dat gaat vlotter met buitenlanders. Het cultuurverschil is subtiel. Ze zien eruit als wij en praten als wij, maar de verschillen liggen veel dieper dan je denkt. Je moet ze echt leren begrijpen." Dirk Gevers (32) groeide op in Turnhout en woonde, voor hij in juni 2006 naar Boston kwam, in Gent. Hij is bio-informaticus op MIT en woont in de gemeente Cambridge. "Ik woon in een huis met vijf andere mensen. We zitten allemaal in dezelfde situatie : rond de dertig en bezig met postdoctorale studies op MIT of Harvard. We werken hard, maar genieten ook van het leven : een flesje wijn, lekker koken, een stapje in de wereld, af en toe een uitstap. Als Belg zou je zeggen : ben je niet te oud voor room mates ? Maar anders is het financieel niet mogelijk om centraal te wonen en dicht bij het werk. Ik heb geluk : de sfeer is best en we hebben een vrij stabiele groep van bewoners. Om het half jaar wisselt er iemand. Zo gaat het vaak met Europeanen hier : ze komen naar Boston om hun cv aan te dikken en als dat in orde is, zijn ze weer weg. Maar je hebt er natuurlijk ook die blijven plakken. Van de boerenbuiten komende, dacht ik dat Gent groot was. Maar dit is pas levendig. Ik woon tussen Inman Square en Central Square. Inman is bekend voor zijn etnische restaurants. Central Square is dan weer een buurt met een goed nachtleven. Dat gaat van jazz- tot dj-optredens. Ook alle grote sterren doen Boston aan. Van zo'n rijke muzikale omgeving kan ik erg genieten. Ik woon tussen Harvard en MIT. Als wetenschapper loop je hier dus vaak mensen tegen het lijf waarmee je het spontaan kunt vinden. Die twee universiteiten trekken heel veel internationale mensen aan. Dat stel ik erg op prijs, want ik ben er veel opener en breder door gaan denken. De stad zorgt voor een zeer vruchtbare wetenschappelijke voedingsbodem. Er is elke dag wel ergens een razend interessante voordracht. Als je alles gezien wil hebben, kom je nauwelijks nog aan werken toe." Manu Buys (35) is biotechnologie-onderzoeker in het Massachusetts General Hospital in Boston. Hij woont in de randgemeente Somerville, met zijn vrouw Eva Plovie (35) en zijn zoontjes Liam (3) en Ethan (6 maanden). "Wij zijn hier aangekomen met vier koffers. Ik had werk, maar geen huis. Na vier dagen vonden we een appartementje in een leuke buurt, vlakbij Harvard. Zonder airco, ondoenbaar in de zomer. Drie maanden later hebben we iets gevonden in het centrum, dichter bij het werk. Nu wonen we in Somerville, vlakbij de stad maar iets minder duur. We kunnen de skyline zelfs zien en als het verkeer meezit, ben ik op een kwartier op het werk. Boston heeft twee grote nadelen. De winter is net iets te lang en te koud. Als er veertig centimeter sneeuw ligt, kun je nergens heen met je kinderen. Het andere nadeel is de levenskost : onze huur en de crèche kosten samen 4600 dollar. Boston is the walking city. Groot, maar niet té groot. Iedereen doet hier aan sport. Ik heb twee keer de Boston Marathon gelopen en ik ga veel kijken naar sport. Ik heb Liam al meegenomen naar wedstrijden van de Red Sox en de Celtics - respectievelijk de professionele honkbal- en basketbalteams van Boston. Bezoek uit België nemen we altijd mee naar een wedstrijd. In onze branche is Boston het mekka. Je hebt hier zeer veel bio-industrie. Als Eva of ik uit de academische wereld willen stappen, is de kans dat we een job vinden in de privésector hier groter dan waar ook ter wereld. Als we een goede kans kregen in België, zouden we daar wel over nadenken, maar ik moet zeggen : ik heb er nog niet echt naar gezocht. Ik wóón hier gewoon graag. Het nadeel van in het buitenland wonen, is dat je familie er niet is. Tegelijk is dat ook het voordeel : als koppel reken je meer op elkaar en daardoor krijg je een sterkere band."Katrien Vander Straeten (37) kwam in 1998 naar de VS om een doctoraat te behalen op Boston University. Met haar Indiase man Satra (33), een hersenwetenschapper op MIT die ze op haar eerste dag in Boston ontmoette, woonde ze lang in een kelderflat in de zeer stedelijke randgemeente Brookline. Vorig jaar verhuisden ze met hun dochtertje Amie (3) naar de dorpse voorstad Wayland, 25 kilometer ten westen van het centrum. "Toen we een kind kregen, hadden we meer ruimte nodig. In Brookline was dat niet te betalen. Maar we hadden geluk : de vastgoedbubbel was net gebarsten en toen bleek het plots mogelijk om iets te kopen in Wayland. We vonden een huis met veel licht en met land. We willen experimenteren met een nieuw soort levensstijl : duurzamer en zelfbedruipend, ons eigen eten kweken. Deze lente planten we onze eerste zaadjes. Onze tuin is een voetbalveld groot. We wonen in een mooie, beboste buurt, niet de typische Amerikaanse suburb, waar alles nieuw en hetzelfde is. Dit is een oudere wijk die natuurlijk gegroeid is. Het voelt landelijk, maar je bent maar vijf minuten weg van de grote winkels. De ideale plek om te leven. Ik heb altijd op de buiten willen wonen. Al vond ik Brookline ook heel tof. In onze wijk, Coolidge Corner, woonden veel schrijvers, die je tegenkwam in de koffieshop. Er was ook een onafhankelijke cinema waar je internationale films kon zien. Het was een intellectuele enclave, maar ik wilde echt weg uit de stad. Toen ik de eerste keer naar Amerika kwam, miste ik cultuur en geschiedenis. Het heeft even geduurd voor ik doorhad dat Noord-Amerika iets heeft dat Europa niet heeft, en dat is de wilde natuur. Hier zie je nog vossen in je achtertuin of herten in je voortuin. Voor mij als Europeaan is dat fantastisch. " Patrick Sips (30) is een collega van Manu Buys in Massachusetts General Hospital. Hij kwam naar Boston in 2007. In april 2008 beviel zijn Poolse vrouw Magda (24) in Polen van hun zoontje Viktor. In augustus kwamen zij in Boston wonen, in een rustige wijk in Somerville ."Ik woonde en werkte in Gent, in de biotechnologie, en was op zoek naar een postdoctorale positie in het buitenland. Viavia hoorde ik dat er in Boston een plek vrij was. Een paar maanden later was ik hier. Eerst woonde ik in Cambridge, met room mates. Zo leerde ik snel mensen kennen en voelde ik me snel thuis. Alles veranderde toen ik een kind kreeg en trouwde. In het begin was dat moeilijk, omdat Magda en Viktor nog in Polen waren. We hadden ook in Polen of in België kunnen gaan wonen, maar Amerika was sneller geregeld. Toen Magda en Viktor naar Boston verhuisden, heb ik een appartement gevonden via de website Craigslist, waar ze van alles en nog wat te koop, te huur en te ruil aanbieden. Zo gaat dat in Amerika : mensen kopen hier constant dingen op het internet." Door Tom Vandyck Foto's Bart Michiels