Voor wie op zoek is naar een charmant adresje om knus, in een goede sfeer, lekker te eten is er La Canne en Ville. Het restaurant is te vinden in een door eurocraten geliefde, oude woonwijk in de buurt van het Brusselse Kasteleinsplein. Parkeerplaatsen zijn hier schaars. La Canne en Ville heeft een terras op het voetpad. Het restaurant neemt de begane grond in van een hoekhuis waar eertijds een slagerij was. Stille getuigen uit de voormalige vleeswinkel zijn het tegelmozaïek op vloeren en muren en de vleeshaken aan het plafond. Loop je verder, dan ontdek je, op de plaats waar vroeger de koelkamer was, een mini-eetvertrek met twee tafels. Er is ook nog een achterkamer met drie ronde tafels te midden van een huiselijk decor.

Corinne Noël ontvangt vriendelijk en met aandacht. Zij is klein maar dapper en stelt alles in het werk om haar gasten een goed moment te laten beleven. De gastvrouw ontvangt zoals zij dat thuis zou doen. Zij spreekt slecht Nederlands en dat doen ook Muriel en Marie, haar goedgehumeurde assistentes. De Franse taal is in La Canne en Ville in harmonie met de omgeving en de keuken. Chef-kok, en al bijna een kwarteeuw Corinnes echtgenoot, is Christian Schmit. Corinne studeerde geneeskunde en Christian biologie. Hij deed dat in Engeland en om minder afhankelijk te zijn van zijn ouders is hij in de keuken van een restaurant gaan werken. Hij kreeg de smaak zo te pakken, dat hij zijn universitaire studies opgaf om op twintigjarige leeftijd met een eigen restaurant te beginnen. Corinne en Christian hebben 24 jaar terug samen het restaurant Arsenic et Vieilles Dentelles overgenomen. Tijd om spijt te hebben, is er bij de twee nooit geweest, want vanaf de eerste dag hebben Corinne en Christian het goed willen doen.

Wij proefden van twee voorgerechten : een gebraden half duifje met mals borstvlees, gecombineerd met kort gebakken ganzenlever en saus van Luikse siroop en port (14 euro) en Canadese sint-jakobsschelpdieren (minder smakelijk dan Bretonse of Schotse) in jasje van heek met groene asperges en romige schaaldieren- en paddenstoelensaus (15,5 euro). De hoofdgerechten waren : boeuf ficelle à ma façon of een royaal stuk succulent rundvlees, kort gegaard in bouillon met rode wijn en opgediend met selderpuree en gebakken aardappels (23 euro) en een royale portie op de huid gebakken zeebaars met zuiderse mengeling van groenten met krenten en olijven en een opgeklopte boter- en limoensaus (23 euro). Het glas werd gevuld met een aangename Côtes du Roussillon Villages, Les Cadalières, Domaine Segula 2005, met fruit en elegante zuren van het sap van grenache- en carignandruiven (25 euro). Crumble van rabarber met een bol ijs vormde het zomerse nagerecht (6 euro).

Wij betaalden 103 euro voor twee en dat vonden wij een prima prijs voor een prima maaltijd !

Door Pieter van Doveren / Foto's Jan Caudron