In het overzicht van de naoorlogse Poolse film op het Filmfestival van Brussel gaat onvermijdelijk veel aandacht naar Andrzej Wajda, ook eregast van het festival. Wajda is ongetwijfeld het boegbeeld van de zogeheten Poolse School, die vanaf de jaren vijftig zijn intrede deed in het Europese filmlandschap. Is hij daarmee ook de grootste Poolse cineast? Je vraagt je af of de mensen die dat beweren zijn films wel hebben gezien.
...

In het overzicht van de naoorlogse Poolse film op het Filmfestival van Brussel gaat onvermijdelijk veel aandacht naar Andrzej Wajda, ook eregast van het festival. Wajda is ongetwijfeld het boegbeeld van de zogeheten Poolse School, die vanaf de jaren vijftig zijn intrede deed in het Europese filmlandschap. Is hij daarmee ook de grootste Poolse cineast? Je vraagt je af of de mensen die dat beweren zijn films wel hebben gezien. In zijn beginjaren leverde Wajda een paar imponerende getuigenissen af over de oorlog - de meest aangrijpende gebeurtenis van het recente verleden - zoals in de trilogie "Een Generatie", "Kanal" en "As en Diamant". Maar zijn bejubelde historische films uit de jaren zeventig baden vaak in een karikaturale pompeuze stijl die met barokke fantasie wordt verward; terwijl zijn eigentijdse drama's op een geforceerde manier ideologie, politiek en privé-drama doen samensmelten. Het historisch fresco over de meedogenloze industralisering van Polen eind vorige eeuw, "Het land van de Grote Belofte" (1975), is ook niet vrij te pleiten van opportunistisch antisemitisme. De reputatie van films als "De Man van Marmer" uit 1976 (een onderzoek naar de dood van een stakhanovist en een afrekening met het stalinistisch verleden) en "De Man van IJzer" uit 1981 (over het transformatieproces in Polen ten tijde van de toen nog verboden vakbond Solidariteit) is zwaar overtrokken. Beide films zijn haast ongenietbaar door het effectbejag van Wajda's mise-en-scène en de hysterische vertolking van de kettingrokende Krystyna Janda. Er zijn beduidend betere films te zien in het luik "Panorama van de Poolse film", met werk van Andrzej Munk, Wojciech Has, Krzysztof Kieslowski, Andrzej Zulawski, Roman Polanski en Jerzy Skolimowski, bijna allemaal afgestudeerden of docenten aan de befaamde filmschool van Lodz. Als ik één film moet uitkiezen, dan is het "Farao" (1965) van Jerzy Kawalerowicz. Het is een atypische Poolse film: een monumentaal opgevat epos over het einde van de XXste dynastie in het oude Egypte. Protagonist is de jonge Ramses XIII, de toekomstige farao. Hij komt in opstand tegen de oppermachtige priesters, die ondanks hun onderlinge verdeeldheid de werkelijke heersers over Egypte zijn. Het economisch verzwakte rijk is aan het aftakelen; de Feniciërs sturen aan op een oorlog tussen Egypte en Assyrië. In een plechtstatige mise-en-scène, die helemaal recht doet aan de Egyptische beeldende kunst, voert Kawalerowicz een onderzoek naar het wezen van de politieke macht. Voor de internationale distributie werd destijds een fel ingekorte Engelse versie in omloop gebracht; op het festival zal de originele en integrale drie-uurversie te zien zijn. Een unieke kans om een zeldzaam meesterwerk uit de Poolse cinema te zien. Retrospectieve Andrzej Wajda: van 21 tot 31 januari in het Filmmuseum, Brussel; Panorama van de Poolse film: van 20 tot 31 januari in Kladaradatsch! Palace 2. Tel. (02) 511.81.90. Patrick Duynslaegher