Turnhout is geen bruisende grootstad. Wel een gezellig, klein knooppunt op mensenmaat dat het in het verleden hard te verduren kreeg. De stad, die nooit een omwalling had, ontstond op het kruispunt van twee handelswegen en kreeg al in 1212 stads- en vrijheidsrechten. De omgeving werd bijzonder geapprecieerd door de hertogen van Brabant, die er vaak kwamen jagen en er een kasteel lieten bouwen, waarvan een late, gerestaureerde erfgenaam fier in het centrum oprijst. De tijkweverij, een innoverende Turnhoutse vinding, zorgde voor heel wat welvaart, maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog emigreerden veel wevers naar het noorden. Turnhout zat lange tijd gekneld tussen Noord en Zuid en de onrust was nooit veraf. In 1597 versloeg prins Maurits van Nassau de Spanjaarden op de Tielenheide en dat verklaart waarom de Nederlandse koningin nog altijd vrouwe van Turnhout is. Ook onze eigen, nationale gevoelens staken er de kop op : in 1789 werd het Oostenrijkse leger in het stadscentrum verslagen door de patriotten van Van der Mersch, wat meteen het begin betekende van de Brabantse Omwenteling.
...

Turnhout is geen bruisende grootstad. Wel een gezellig, klein knooppunt op mensenmaat dat het in het verleden hard te verduren kreeg. De stad, die nooit een omwalling had, ontstond op het kruispunt van twee handelswegen en kreeg al in 1212 stads- en vrijheidsrechten. De omgeving werd bijzonder geapprecieerd door de hertogen van Brabant, die er vaak kwamen jagen en er een kasteel lieten bouwen, waarvan een late, gerestaureerde erfgenaam fier in het centrum oprijst. De tijkweverij, een innoverende Turnhoutse vinding, zorgde voor heel wat welvaart, maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog emigreerden veel wevers naar het noorden. Turnhout zat lange tijd gekneld tussen Noord en Zuid en de onrust was nooit veraf. In 1597 versloeg prins Maurits van Nassau de Spanjaarden op de Tielenheide en dat verklaart waarom de Nederlandse koningin nog altijd vrouwe van Turnhout is. Ook onze eigen, nationale gevoelens staken er de kop op : in 1789 werd het Oostenrijkse leger in het stadscentrum verslagen door de patriotten van Van der Mersch, wat meteen het begin betekende van de Brabantse Omwenteling. Wie Turnhout bezoekt, wordt overvallen door een diversiteit aan indrukken : er staan nog wel historische gebouwen, of art-nouveauhuizen, maar er is ook veel lelijks en moderns, om nog te zwijgen van de in verval geraakte industrie in het centrum, waarvoor wel grootse plannen bestaan. Maar er bloeit ook een ontluikende jachthaven en via de fietspaden zit men in geen tijd midden in het groen. Op de Grote Markt is het heerlijk uitblazen op de terrassen, maar wie een beetje rust zoekt, kan beter naar het begijnhof, inmiddels tot Werelderfgoed uitgeroepen en daar zijn de bewoners niet weinig fier op. Het bestond al in 1340, maar de oorsprong ervan kan zelfs nog een eeuw vroeger liggen. In die tijd behoorde het tot het domein van het kasteel, nu is het OCMW-bezit en een oase van rust waarin alleen 55-plussers kunnen wonen en helaas ook auto's (alleen van bewoners) werden toegelaten. Achter de poort uit 1700 ligt een indrukwekkend geheel waar heel wat restauraties werden uitgevoerd en de laatste begijn, zuster de Boer, pas twee jaar geleden de ultieme adem uitblies. Wie erdoorheen loopt, kan zich maar moeilijk voorstellen dat hier ooit meer dan 300 begijnen hebben gewoond en geleefd, die, omdat ze geen gelofte van armoede hadden afgelegd, soms in een werelds kader konden evolueren. De kerk getuigt van die bloei maar wie een beter inzicht wil krijgen in de handel en wandel van de vrome juffrouwen moet naar het begijnhofmuseum, dat in het 17de-eeuwse huis van pastoor Mermans werd uitgebouwd. Daar rust een unieke verzameling met uitzonderlijke stukken, zoals de maquette van de basiliek van Jeruzalem met paarlemoer, ivoor en zilver. Al vonden we een inkijk in de keuken, de huiskapel of de kamer van de grootjuffer al even waardevol. En probeer misschien verder in het begijnhof even in de kapel van het Heilig Aanschijn te komen, waar zich een uniek liggend beeld van de heilige Columba bevindt. De bezoeker die zich na zoveel rust en sereniteit wat beklemd voelt, kan de fiets op en bereikt dan in geen tijd de noordelijke rand van de stad, waar men de wegwijzers van Bels Lijntje kan volgen en dan via de oude spoorwegbedding het Turnhoutse vennengebied ontdekt. Wie het wat rustiger wil doen, kan naar het Nationaal Museum van de Speelkaart, een andere troef van de stad. Brepols drukte in 1826 de eerste speelkaart in Turnhout en sindsdien is die productie uitgegroeid tot een heuse industrie. Het museum bezit een indrukwekkend groot en leerrijk drukpersenpark met als blikvanger de stoommachine uit 1896, die een hele hal vult en in werking kan worden gezet zodat de bezoeker het fraaie samenspel van drijfstangen en tandwielen kan bewonderen. De speelkaartenproductie gebeurt in een ander deel van de stad, maar staat wel aan de wereldtop en in Turnhout lopen bij Carta Mundi dagelijks meer dan 600.000 spellen van de band. Het bedrijf zette in Kingsport, Tennessee, ook een Amerikaanse dochter op om van daaruit klanten in Las Vegas en elders te bevoorraden. Achter de machinehal van het museum komt men in een intiemer gedeelte, waar nog veel bijzonders te ontdekken valt, van de manier waarop de kaarten werden versneden over de collecties erotische kaarten tot het beroemde kaartspel dat de Amerikanen bij de tweede inval in Irak samenstelden en waar de meest gezochte personen op voorkomen. Omdat Turnhout niet alleen speelkaarten produceert maar ook het wereldcentrum van fantasiepapieren was, is er een degelijke basis gelegd voor de grafische nijverheid. Zo worden in Turnhout behoorlijk wat stripalbums gedrukt en verwierf de stad bekendheid met haar striponderscheiding, de Bronzen Adhemar. Om die traditie niet verloren te laten gaan, werd het Vlaams Innovatiecentrum voor Grafische Communicatie opgezet, dat innoverende projecten in de grafische sector wil steunen en begeleiden. De in verval geraakte Brepols-site, die pal in het stadscentrum ligt, kan in de ogen van het masterplan dat het architectenbureau Conix voor de stad uittekende, ook het hart worden van de Flanders Graphic Valley, waar grafische opleidingsinstellingen zullen openbloeien. Dat klinkt meer dan veelbelovend. Maar ook oud kan mooi zijn en dat ontdekken we in één van de mooiste huizen van de stad. De bezoeker die alles wil weten over de geschiedenis van de Kempen en dol is op oude voorwerpen, kan naar het Taxandriamuseum, met zijn kleine tuin en een unieke maquette van de stad zoals ze er in de zeventiende eeuw uitzag. Men vindt er antiek meubilair, veel kantwerk, merkwaardige relieken en belangrijke collecties pasmunten. Natuurliefhebbers vinden in Turnhout dan weer het Natuurpunt Museum, met de best uitgebouwde natuurboekenwinkel van de Benelux. Zelf volgden we onze eigen natuur en zaten mijmerend op het eigentijdse terras van de Largo Dox, een bijzonder geslaagd modern restaurant aan de havenkom en de ideale uitvalsbasis voor een fietstocht langs het net van de fietsrouteknooppunten. Wie meer op stadsplezier is ingesteld, kiest een terrasje uit op de Grote Markt of zoekt de fluo intimiteit op van Beauregart, op de hoek van de Grote Markt en de Otterstraat. De terrassen in Turnhout zijn niet alleen behoorlijk populair, ze vormen ook de achtergrond voor Terrastheater 2004, een wedstrijd voor amateurgezelschappen waarvan de zeven beste op Kempendag, 29 augustus, hun finale beleven. Mag het wat actiever, dan vinden bezoekers op verscheidene dagen thematische zomerwandelingen : in de maand augustus staan zowel een literaire wandeling en een verkenning van het kerkhof en van de monumenten aan de Kwakkelstraat op het programma, als een ontdekking per fiets van de groene long benoorden de stad, met het klooster van de Clarissen en een tocht die is opgebouwd rond volksverhalen in Turnhout. Individualisten die ten prooi vallen aan koopwoede, kunnen de shoppingstraten verkennen en vanaf de Grote Markt de Gasthuisstraat inlopen en daarna rechtsaf de Leopoldstraat in, waar we de pralinewinkel 't Bolle Buikje en de kinderklerenzaak Prinses Wijsneus ontdekten, om dan via de Sint Antoniusstraat naar de koffie- en theezaak Aroma af te zakken. n Tekst Pierre Darge I Foto's Charlie De Keersmaecker