Het oktoberprogramma in het Brussels Filmmuseum staat volledig in het teken van de relatie tussen de film en het beeldverhaal, twee artistieke expressies die ongeveer honderd jaar geleden tegelijkertijd werden geboren en wier geschiedenis een boeiende wisselwerking vertoont.
...

Het oktoberprogramma in het Brussels Filmmuseum staat volledig in het teken van de relatie tussen de film en het beeldverhaal, twee artistieke expressies die ongeveer honderd jaar geleden tegelijkertijd werden geboren en wier geschiedenis een boeiende wisselwerking vertoont. Het forse programma biedt onder meer een historisch overzicht : van het baanbrekend werk van tekenaars-cineasten als Georges Méliès en Winsor McCay (?Little Nemo?) over de grote Amerikaanse serials uit de jaren dertig en veertig, tot de underground comics (?Fritz the Cat?, ?Crumb?) die vanaf de jaren zestig kindervermaak transformeerden tot aanstootgevend protest van de tegencultuur. Sinds het fenomenale succes van de neo-expressionistische ?Batman?-versie van Tim Burton biedt de verfilming van comic strips Hollywood een uitgelezen kans om met special effects en nieuwe beeldtechnologieën te experimenteren (de ?Batman? sequels, ?Dick Tracy?, ?The Mask?, ?The Shadow?, ?The Crow?). De toonaangevende megaster van de moderne actiefilm, Arnold Schwarzenegger, is trouwens in essentie een stripfiguur. Telkens hij zijn summiere dialogen braakt, kun je er zo een tekstballonnetje bij denken. Opvallend is hoe enkele van de grootste stripfiguren nooit met succes werden verfilmd, maar toch hun stempel hebben gedrukt op de avonturen- en spionagefilm. Samensteller van het programma Benoît Peeters zelf een stripscenarist wijst bijvoorbeeld op de sterke invloed van Hergé op ?Raiders of the Lost Ark? ( Steven Spielberg had trouwens op zeker ogenblik de rechten verworven van alle Kuifje-albums) en op ?Torn Curtain? van Alfred Hitchcock. Er gaat uiteraard ook aandacht naar het werk van ex-stripauteurs ( Terry Gilliam, Patrice Leconte, Jeunet & Caro) en naar films waarin het aandeel van stripauteurs beslissend is geweest ( François Schuiten en ?Taxandria?). En dan zijn er nog de vele regisseurs die zich in hoge mate bedienen van de grammatica van het beeldverhaal : de Godard van ?Alphaville?, de Resnais van ?Smoking/No Smoking?, de Beineix van ?Diva?. De films die louter door het gebruik van de storyboard-techniek naar de visuele dynamiek van het beeldverhaal verwijzen, zijn haast niet te tellen zodat zelfs ?Citizen Kane? een plaatsje krijgt in deze retrospectieve. ?Film en Stripverhaal?. De hele maand oktober in het Filmmuseum in Brussel. Tel. (02) 507.83.70.