Ik wilde iets unieks, iets wat niemand heeft", vertelt Dirk Coens van Atrium. De reden is eenvoudig : hij houdt van moderne architectuur en interieurinrichting, maar als projectontwikkelaar is hij het aan zichzelf verplicht om een visitekaartje af te leveren. Dat staat als een huis : in een strak, rank pand (gelegen in een van de meest trendy buurten van Antwerpen, tussen de Volksstraat en de Leien) bewoont hij sinds kort het duplexappartement op de bovenste verdiepingen. Voor het complete project, zowel de nieuwbouw als de duplex, heeft Coens samengewerkt met het architectenbureau Poponcini en Lootens. Coens : "Ik vind hun werk interessant. Niet het koude, frigo-achtige minimalisme dat we al zo vaak hebben gezien, maar warm en huiselijk."
...

Ik wilde iets unieks, iets wat niemand heeft", vertelt Dirk Coens van Atrium. De reden is eenvoudig : hij houdt van moderne architectuur en interieurinrichting, maar als projectontwikkelaar is hij het aan zichzelf verplicht om een visitekaartje af te leveren. Dat staat als een huis : in een strak, rank pand (gelegen in een van de meest trendy buurten van Antwerpen, tussen de Volksstraat en de Leien) bewoont hij sinds kort het duplexappartement op de bovenste verdiepingen. Voor het complete project, zowel de nieuwbouw als de duplex, heeft Coens samengewerkt met het architectenbureau Poponcini en Lootens. Coens : "Ik vind hun werk interessant. Niet het koude, frigo-achtige minimalisme dat we al zo vaak hebben gezien, maar warm en huiselijk." Een strakke, rechtlijnige vormgeving werd gecombineerd met warmgrijs beton, glas en enkele goedgekozen kleuraccenten. De flat heeft een atypische indeling : beneden zitten bureau, bad- en slaapkamer, op de bovenverdieping vind je salon, eetkamer en keuken. Coens : "De basisstructuur is zo opgevat dat, als het nodig is, die heel makkelijk omgegooid kan worden tot een tweekamerappartement. Het bureaugedeelte kan met een minimum aan ingrepen een slaapkamer worden. Achter de wand zit, behalve allerlei computerapparatuur, bijvoorbeeld een douche verstopt." Verder koos Coens ervoor om de structuur zo open mogelijk te houden. Enkele doordachte ingrepen creëerden ruimte. Ook al is de flat niet spectaculair groot, toch overheerst er een gevoel van luchtigheid. Om te beginnen zijn er de grote ramen, zowel in de voor- als in de achtergevel, waardoor het daglicht rijkelijk binnenstroomt. "Verder wilde ik zo weinig mogelijk deuren", vertelt Coens. "En als er deuren zouden zijn, moesten ze open kunnen blijven staan." Met een matglazen deur kan de slaapkamer afgesloten worden, maar meestal staat ze open waardoor een doorkijk wordt gecreëerd van voren tot achteren. Op tal van plaatsen wordt er in deze duplex verstoppertje gespeeld : "Ik houd niet van rommel. Te veel kasten met potjes en toestanden, dat werkt op mijn zenuwen. Daarom hecht ik zoveel belang aan bergruimte. Het liefst heb ik véél bergruimte, maar dan wel zonder dat het echt opvalt waar de kasten zitten." De rode wand die de ruimte domineert, is veel meer dan zomaar een scheidingsmuur of een blikvanger : dit is een enorme kast die ook de trap aan het gezicht onttrekt en de verwarmingsinstallatie verbergt. De rode wand wordt doorgetrokken tot op de tweede verdieping. Samen met de glazen plaat (plafond of vloer, afhankelijk vanwaar je kijkt) zorgt hij voor de verbinding tussen de twee etages. Coens : "Veel mensen zijn bang om erover te lopen. Vooral 's avonds lijkt het een groot, diep gat." Het is echter een van die wezenlijke elementen die het ruimtelijke karakter van deze duplex benadrukken. Het contact tussen boven en beneden blijft bewaard, en terzelfder tijd verleent het glas het geheel een enorme diepte. Wat trouwens versterkt wordt door de zeer sobere inrichting en de keuze van materialen : een Griekse blauwe steen in de badkamer, gekleurd beton als vloerbekleding beneden, een houten wengévloer boven. Coens : "Over die houten vloer heb ik lang zitten twijfelen. Misschien had ik net zo goed kunnen opteren voor beton of epoxy, maar omdat het plafond ook al van beton is en de ruimte verder wordt gedomineerd door allerlei tinten van grijs en zwart, vond ik iets warms hier op zijn plaats. Uiteindelijk heb ik gekozen voor het donkere wengéhout, dat geolied een bijzonder effect geeft." Of al die openheid geen extra hoge verwarmingsrekening oplevert ? "Dat valt erg mee omdat ik boven leef", meent Dirk Coens. "Mijn slaapkamer hoef ik zelden te verwarmen, het bureau wel, maar die warmte trekt naar boven. Dus hoef ik 's avonds in de zithoek ook niet meteen alle registers open te trekken om een comfortabele temperatuur te krijgen."Zijn er beneden nog functionele deuren, de bovenverdieping is een groot plateau geworden met aan de achtergevel een klein en aan de straatkant, de zonnezijde, een groter terras. En zoals zo vaak wint het panorama : je wordt werkelijk naar de ramen toegezogen. Het uitzicht mag er dan ook zijn : hier kijk je uit op een streepje groen en op de drie beroemdste torens van Antwerpen. nTekst Hilde Verbiest I Foto's Bieke Claessens"Het liefst heb ik véél bergruimte, maar dan wel zonder dat het echt opvalt waar de kasten zitten.""Veel mensen zijn bang om over de glasplaat te lopen. Vooral 's avonds lijkt het een groot, diep gat."