Ik ben wat sommige Amerikanen misprijzend een sucker noemen. Ik geef een extraatje aan de kersverse immigrant die een godganse dag benzine moet staan tanken, daarmee de besparing uitwissend die Tom denkt te maken door me naar het goedkoopste benzinestation te sturen. Ik steek spontaan mijn hand uit naar die andere nieuw-in-het-land-gearriveerden die in weer en wind reclamebriefjes uitdelen op de straathoeken van Manhattan, ook al schudden sommigen van hen weleens verlegen van "neen" als ze daar in opdracht van een stripteasebar staan. Hoe zou ik me in zijn plaats voelen, denk ik als het tijd is om de kelner, de kapper of de taxichauffeur een fooi te geven.

Toch heb ik er niet de minste moeite mee om mensen af te poeieren die me, uiteindelijk ook om den brode, opbellen om me kredietkaarten, alarmsystemen, levensverzekeringen, leningen of cruises te verpatsen. Het gebeurt elke dag. Zonder aarzelen snijd ik de telemarketeers de pas af, hoe sympathiek of sexy hun stem ook klinkt. "Ik wil niet onbeleefd zijn," zeg ik dan, " thanks, but no, thanks." Meestal ratelt de stem dan onverstoorbaar verder, maar ik luister niet meer. Onverbiddelijk duw ik op het off-knopje.

"Ik ben met iets bezig," zegt Jerry Seinfeld in de gelijknamige sitcom aan een telemarketeer, "geef me uw thuisnummer, dan bel ik u vanavond terug." Pauze, waarna de verkoper zegt dat hij zijn privé-nummer niet mag geven. "U wilt niet dat ik u thuis opbel?" "Euh, nee..." "Wel, dan weet u nu hoe ik me voel", zegt Seinfeld en hij gooit de hoorn neer.

Het is een klassieke Seinfeld-scène, en heel wat New Yorkers hebben ze al uitgeprobeerd als ze weer eens werden lastiggevallen. Maar telemarketeers wandelen sturen, zal binnenkort geen individueel gevecht meer zijn in New York. Wie niet meer door hen gebeld wil worden, kan sinds een maand zijn naam laten registreren op een website van de staat: www.consumer.state.ny.us. Er staan al 180.000 namen op deze laat-me-met-rust-lijst, de mijne inbegrepen. De overheid schat dat dit aantal tegen 1 april zal oplopen tot minstens een half miljoen. Telemarketeers die na die datum een geregistreerd nummer opbellen, riskeren een boete van 2000 dollar (96.000 fr.) per ongewenste telefoon. Het lijkt veel, maar zoals onze gouverneur Pataki zei toen hij de nieuwe wet ondertekende: "Het loopt de spuigaten uit. Niemand kan nog rustig van zijn avondeten genieten zonder gestoord te worden." De telemarketeers bellen vooral rond etenstijd omdat ze dan het meest kans hebben om mensen thuis aan te treffen, en omdat de federale wet hen verbiedt om na 21 uur nog te storen. De nieuwe New Yorkse wet dient ook om de bejaarden te beschermen, zei de gouverneur. "Zij worden het makkelijkst omgepraat en onder druk gezet." New Yorkers met een seniel wordende ouder kunnen nu diens naam laten registreren en geruster slapen in de wetenschap dat ma niet door een mooiprater zal verleid worden om haar pensioentje te vergooien aan een of ander luchtkasteel.

Maar de wet is niet helemaal waterdicht. Bedrijven die een afspraak willen maken om je in persoon te zien, mogen nog bellen. Bedank je hen echter, dan mogen ze niet opnieuw proberen. Andere uitzonderingen op de wet zijn liefdadigheidsorganisaties, politieke campagnes en organisaties die marktonderzoeken en opiniepeilingen doen. Die kunnen samen natuurlijk nog heel wat patatten doen afkoelen.

De telemarketeers zijn uiteraard niet blij met de nieuwe New Yorkse wet. "New Yorkers hebben geen hulp nodig van de overheid om ongewenste telefoontjes af te schepen", zei een woordvoerder van de sector. Volgens hem zijn New Yorkers minder thuis dan andere Amerikanen, en als ze thuis zijn, luisteren ze eerst naar hun antwoordapparaat om te weten wie er belt alvorens de telefoon op te nemen. En als ze al eens opnemen, maken ze korte metten met ongewenste verkopers. Sommige telemarketingfirma's betalen hogere lonen aan personeel dat verantwoordelijk is voor de New Yorkse markt. Een soort bibbergeld, als het ware.

Een leuk beroep kan het niet zijn. Ik kan me voorstellen dat het op de duur heel frustrerend wordt als je keer op keer als een lastige vlieg wordt weggewuifd. Maar daar kan de consument niets aan doen. Heel af en toe krijg ik toch een beetje medelijden met de mens aan de andere kant van de lijn die zijn boterham probeert te verdienen. Zo vond onlangs een vriendelijke telejongensstem toch een gaatje in mijn kordate defensie. "Ik begrijp u maar u moet mij ook begrijpen", zei hij op een licht smekende toon toen ik hem afwimpelde. "Dit is een job voor mij. Als u mij laat zeggen wat ik moet zeggen dan heb ik mijn werk gedaan, het duurt maar twee minuutjes." "Oké," zei ik aarzelend, "maar haast je." Daarop rammelde hij zijn tekstje over levensverzekeringen af. "Dank u", zei hij na afloop. "You're welcome", hoorde ik me tot mijn eigen verbazing zeggen, waarop ik snel de verbinding verbrak om erger te voorkomen.

Jacqueline Goossens vanuit New York